Brieven over roze en blauw

De push-up-bh’s en de kruisloze slipjes volgen

Wat was ik blij verrast toen de zaterdagkrant van 7 april in de bus viel. Mijn stokpaardje stond op de voorpagina, nog verpakt in zo’n heerlijke spierbundel ook. Ik had al langer een latente allergie voor roze prinsessen, maar sinds ik een paar jaar geleden Peggy Orenstein heb ontdekt, zijn de schellen me van de ogen gevallen.

Wat helaas niet in het themanummer van zaterdag wordt benoemd, is dat het opdelen van speelgoed en kleding in roze en blauw slechts het voorafje is. Wat erop volgt, zijn make-upfeestjes van meisjes van zes, push-up-bh’s en kruisloze slipjes voor meisjes van acht, schoolklassen vol met kinderen die met alle winden meewaaien om maar niet te worden gepest omdat ze ‘anders’ zijn en uiteindelijk straten vol met eenheidsworst en winkels waar jonge meiden hun geld – en dat van hun ouders – uitgeven aan cosmetica, kleding en blingbling. De Assepoester van drie groeit zo op tot haar hebberige stiefzus.

Ik hoop voor de dochter van Gerald Schut dat hij de ruggegraat van David Cassuto mag lenen, opdat zij kan opgroeien tot een zelfverzekerde meid die haar eigen keuzes durft te maken. Dat is de werkelijke moraal van dit verhaal: geef je kinderen thuis mee dat er veel meer is dan roze en blauw. Dan wordt de boze buitenwereld iets kleurrijker.

Freija van der Schot

Moeder van twee dochters (2 en 3)

Die poppenwagen werd vanzelf een botsauto

Ook ik, geëmancipeerde, verzorgende vader, verkeerde eind jaren tachtig in de veronderstelling dat jongens- en meisjesgedrag te veel wordt voorgekookt in de opvoeding. Om niet in die valkuil te lopen, heb ik mijn zoontje in die tijd met Sinterklaas een poppenwagen met pop gegeven. Hij moet toen een jaar of zes zijn geweest. Nadat hij het zaakje had uitgepakt, keek hij er bedenkelijk naar. Hij kon toch niet zien dat het een tweedehandsje was? De volgende ochtend bleek zijn probleem opgelost. Onder luid gevroemvroem racete hij vrolijk met de poppenwagen over de stoep om ergens tegenaan te botsen. Hierna smeet hij de eruit geslingerde pop er weer in terug, telkens opnieuw. Hoezo stimuleren om de zachte, verzorgende kant in hem naar boven te halen?

Ik snap dat dit voorval geen bewijs is dat ‘jongensachtig’ gedrag is aangeboren, maar de stelligheid waarmee ik het tegendeel bezwoer, was in één dag verdwenen.

Sander Essers

Renkum

Ook Apple weet ons te verleiden met reclame

Over enkele artikelen in uw themanummer met betrekking tot roze versus blauw heb ik mij danig verbaasd. Het feminisme in Nederland lijkt nog een lange weg te gaan te hebben.

Margriet van der Heijden en Hester van Santen blijken nog heilig te geloven in achterhaalde opvattingen uit de jaren zestig en zeventig. Ook van de bijdrage van Stine Jensen druipt de frustratie af. Voor een deel blijkt haar frustratie zelfs te bestaan uit de grote sommen geld die Disney verdient met het produceren van typische meisjesartikelen, zoals roze prinsessenjurken. Of is de term ‘typische meisjesartikelen’ hier wellicht niet op zijn plaats? Zeg het maar, Jensen, Van der Heijden en Van Santen. Welcome to the real world, zou ik zeggen.

De firma Apple doet ons geloven dat creatieve geesten niet zonder een iPad kunnen en verdient hiermee nog niet eerder vertoonde hoeveelheden geld. De firma BMW doet ons geloven dat stoere huisvaders niet zonder een X5 kunnen. Dit heeft BMW de afgelopen tien jaar geen windeieren gelegd. Disney doet kleine meisjes geloven dat ze een roze prinsessenjurk nodig hebben, et voilà, vier miljard dollar omzet in 2009!

Inderdaad is het verschil dat Disney zich richt op onschuldige kleine meisjes (een doelgroep die makkelijk te beïnvloeden is), maar het is niet verboden om reclame specifiek voor kinderen te maken. Wellicht is dit wenselijk, maar dat is een andere discussie. Met het produceren van roze prinsessenjurken is op zich niets mis.

Erg jammer, maar toch ook veelzeggend, is het dat Jensen zich laat kennen met de volgende zinsnede: „Mannen zijn over het algemeen kinderachtig, lelijk en vies. Grappig zijn is het gunstig exploiteren van dat wat vies, niet mooi en lelijk is.” Dit schrijft ze naar aanleiding van een artikel van Christopher Hitchens, waarin hij stelt dat mannen over het algemeen een beter gevoel voor humor hebben dan vrouwen, en dat dit evolutionair verklaarbaar is. Afgezien van het feit dat het nu lijkt alsof dit Hitchens’ woorden zijn, wat toch zeker niet het geval is, en afgezien van het feit dat ze Hitchens’ stelling onderstreept door een humorloos stuk te schrijven terwijl zijn stuk juist erg grappig was, is het ongelooflijk dat NRC Handelsblad een dergelijke, volledig ongenuanceerde stelling publiceert.

Zou NRC een stuk op de opiniepagina publiceren waarin de schrijver stelt dat feministes dikke, gefrustreerde, lelijke mannenhaatsters zijn? Ik mag hopen van niet.

Michiel Tjoa

Hoofddorp

Mannen hebben vooral behoefte aan macht

David Cassuto wil dat we onze waardering voor de typisch mannelijke deugden herstellen, zonder de vrouwelijke benadering uit het oog te verliezen (Opinie & Debat, 7 april). Hij weet zeker dat de mannelijke neiging om hun oordeel minder door relaties en emoties te laten bepalen, bepaald is door nature. Het klopt dat hier een verschil in nature speelt, maar Cassuto ziet een essentie over het hoofd.

Volgens Geoffrey Miller, auteur van De parende geest, hebben mannen meer dan vrouwen behoefte aan macht, omdat ze daarmee anderen hun wil kunnen opleggen. Hierdoor hebben hun vrouwen een betere kans om hun kinderen veilig groot te brengen. Heldengedrag is dan wenselijk, omdat grote mannen hiermee beter opvallen en vrouwen aantrekken. Mannen zijn daarom meer in staat om dappere en risicovolle beslissingen te nemen, zeker als andere mannen hiervan het slachtoffer kunnen worden. Dit vermindert de concurrentie.

Ik denk dat deze helden hierdoor ook minder goed tegen afwijkende meningen kunnen. Ze hebben dus vaker dan vrouwen last van tunnelvisie. Bij sterke tunnelvisie kunnen machtige mannen zich onbewust sterk laten leiden door hun emoties en hun relaties met mensen in hun directe omgeving. De redelijkheid verliezen zij volledig.

Arnold Fellendans

Wassenaar

Vader heeft autoriteit ingeleverd bij z’n vrouw

Het was een interessant stuk van David Cassuto. Ik ga mee in zijn pleidooi voor het herstel van mannelijke waarden, en zou nog iets essentieels willen aanvullen.

Vaders hebben de afgelopen decennia bijna alle autoriteit moeten inleveren bij hun vrouw. Een man mocht hiervan niets zeggen. Vrouwen konden immers alles zelf het beste: managen, huishouden, opvoeden en wat niet al? Het onderhandelingsmodel tussen partners kopieerden ze bij de opvoeding van kinderen. Moeders hebben een enorme invloed gehad bij het creëren van afwezige vaders. De vader kan prima opvoeden, maar dat wordt dan ook de terugkeer naar ‘het is zo omdat ik het zeg’. Geen onderhandeling mogelijk – ik ben benieuwd hoe vrouwen hiermee zullen omgaan.

Renzo Verwer

Auteur van De liefdesmarkt (2011), Amsterdam