Brieven opinie

En weer worden wij, uit 1950, hard getroffen

Daar gaan we weer. Er is overeenstemming in zicht in het Catshuis over het eerder verhogen van de pensioenleeftijd naar 66 jaar vanaf 2015 in plaats van 2020 (NRC Handelsblad, 6 april). Na het afschaffen van het ‘Flexibel Pensioen en Uittreden’ voor mensen die zijn geboren na 1 januari 1950 en het afschaffen van de partnertoeslag voor de AOW (idem voor deze groep) blijkt dat voor dezelfde groep – in het zicht van de haven – het pensioen een jaar naar achteren gaat. Zij zouden immers in 2015 pensioen krijgen. Dit wordt waarschijnlijk een jaar later.

Je vraagt je af of de regering nu nooit eens een andere datum kan kiezen.

Iedere keer de cesuur leggen op 1 januari 1950 heeft als gevolg dat elke keer één specifieke groep (extra) wordt getroffen. Dit toont hoe beperkt intellectueel de regering werkt. Het lijkt een soort gemakzucht om elke keer dezelfde grens te leggen. Een computer kan objectief en gemakkelijk andere data aanwijzen. Objectief gezien kent elke datum een bepaalde willekeur inzake voor- en nadelen. Een andere datum kan dus domweg.

Het is om moedeloos van te worden en toont het beperkte raamwerk waarbinnen de regering werkt.

ir. J. Van der Valk

Geboren in januari 1950, Voorburg

Stages zijn onderwijs, blijkt uit jurisprudentie

Volgens minister Kamp (Sociale Zaken, VVD) zijn stages geen onderwijs, maar werk. Ze zijn zeker veel werk, in voorbereiding en begeleiding, voor leraren, directeuren en soms schoolbesturen.

In de jaren tachtig was ik bestuurslid van een school voor ondernemersonderwijs. Een stagiair had zich op zijn stageadres zo misdragen dat hij toekomstige stages in gevaar bracht. Hij werd van school gestuurd. Zijn ouders begonnen een kort geding. Ze verloren. Stages zijn dus onderwijs.

Nieuwe wetgeving, zoals de PvdA wil, is niet nodig. Een kort geding van één kordaat schoolbestuur tegen minister Kamp zal hiertoe volstaan.

Dr E. Schoorl

Staphorst

Goed dat onze regering die noodsituatie oploste

Naar aanleiding van het rapport van de commissie-De Wit, die het financiële stelsel onderzocht, is het niet te hopen dat bij een acuut dreigende dijkdoorbraak de Tweede Kamer het eerst eens moet worden over de prijs van de zandzakken. Of dat de brandweer halverwege het blussen de gemeenteraad moet vragen om een hoger bluswaterbudget.

In een democratie stellen we een regering aan die noodsituaties moet kunnen oplossen, ook in het weekend en ook als hiermee heel veel geld is gemoeid. Het geeft geen pas de mensen die in ons belang deze moeilijke klus geklaard hebben, achteraf een trap na te geven – zeker niet bij deze financiële aardbeving, van een hevigheid die we nooit eerder hadden meegemaakt.

Fabio Poelhekke

Parrega

De Wit verzuimt om op te roepen tot discussie

Het rapport van de commissie-De Wit over de bankencrisis, Verloren krediet, schiet fundamenteel tekort om een volgende crisis te voorkomen. Deep down zal de commissie dit ook wel aanvoelen, alleen blijkt dit niet uit haar tips een volgende crisis te voorkomen. Zo mis ik node een oproep aan politiek Den Haag tot een Brede Maatschappelijke Discussie (BMD) over het tekortschieten van ons bancaire bestel ter beteugeling van de (wereld-)problemen. Zolang die broodnodige BMD op zich laat wachten, zal de crisis waarvan ons kroost – toch onze eerste zorg! – op een zeker moment de rekening gepresenteerd zal krijgen, niet adequaat kunnen worden aangepakt.

Het is nog maar de vraag of ons kroost die rekening ooit zal kunnen betalen. Over verantwoordelijkheid gesproken.

Wouter ter Heide

Zwolle

Leraar wordt wel vaker in het nauw gedreven

De gedreven, vakkundige en vlak voor zijn pensioen ontslagen biologieleraar Jils Buizer te Zeist, uit het trieste artikel van 12 april, past heel goed bij het Opinieartikel uit dezelfde krant: ‘Wees weer streng in het Rotterdamse onderwijs!’

In mijn laatste maand als onderwijzer ontbrak het mij door het almaar toenemende verbale geweld en opvoedingsgebrek van de hedendaagse leerling aan zelfbeheersing.

Een uithaal mijnerzijds, net zo getergd als Buizer, trof een leerling op onprettige wijze. Juridisch was dit uiteraard een blunder, maar ook aan het incasseringsvermogen van gedreven leerkrachten is menselijkerwijze een grens.

Deze grens wordt tegenwoordig steeds vaker bereikt in het onderwijs. Wat moet je heden ten dage in huis hebben om zowel hoge kwaliteit te leveren en tevens ‘de leukste leraar van Nederland’ te zijn?

Peter de Visser

Oostvoorne