Afstuderen in de krant: mooi, maar het had er even bij moeten staan

Soms duiken er studenten in de krant op – niet als onderwerp van een artikel, maar als auteur. Doorgaans studenten journalistiek, aan een van de opleidingen die de Nederlandse universiteiten verzorgen.

Zulke studenten hebben er belang bij om met hun werk voor de studie ook in de krant te staan – dat vergroot tenslotte hun kansen op de benarde arbeidsmarkt. En als ze met goed journalistiek werk aankomen, waarom niet?

Zo kwam studente journalistiek Teri van der Heijden begin dit jaar nieuws op het spoor tijdens een cursus aan de Universiteit van Amsterdam van mediasocioloog Peter Vasterman (waar ondergetekende bij betrokken was, als gastdocent).

Zij had ontdekt dat een Sri Lankaanse asielzoeker zich in het Aanmeldcentrum Schiphol van het leven had beroofd, de eerste keer dat zoiets daar was gebeurd. Ze bood het bericht aan deze krant aan, en het werd – na gedegen eindredactie – onder haar naam gepubliceerd (Onderzoek IND naar zelfdoding asielzoeker, 21 januari). Het bericht leidde tot een intern onderzoek van de IND naar de gang van zaken in het Aanmeldcentrum Schiphol.

Dan gaat het om eerstelijns journalistiek werk: nieuws, reportage.

Het wordt iets anders wanneer je een studente een nieuwsbericht laat maken over haar eigen afstudeerscriptie, zoals deze krant zaterdag deed (Publiciteit loont bij fraudeverdachten, 7 april). Anne de Groot, ook een studente van Vasterman, had interessant onderzoek gedaan naar de rol van publiciteit bij het bepalen van de strafmaat door rechters.

Wat bleek? Bij geweldszaken werd publiciteit meegewogen als strafverzwarende factor (door de „geschokte rechtsorde”), bij de vonnissen over witteboordencriminelen juist als reden voor strafvermindering (De vierde macht. De invloed van de pers op de strafmaatbeslissingen van rechters, Universiteit van Amsterdam, maart 2012).

Interessant onderzoek, met enkele beperkingen. De Groot selecteerde en analyseerde uiteindelijk 136 relevante vonnissen uit een totaal van 21.000 doorzochte uitspraken op rechtspraak.nl. Peter Vasterman spreekt van een „topscriptie”. Terecht dus dat de krant dit oppikte.

Het punt is: de krant liet De Groot zelf het bericht maken, onder naam en op de meest prominente nieuwspagina van de zaterdagkrant. Ze schreef ook een uitgebreider verhaal dieper in de krant (Klik! En dat is vierenhalf jaar cel). Maar bij het bericht stond niet vermeld dat het onderzoek was verricht door de auteur. Pas in de intro bij haar achtergrondstuk, op pagina 23, werd duidelijk dat auteur Anne de Groot zelf een en ander had ontdekt. Nadere personalia ontbraken.

Bovendien, het bericht was onvolledig. Er stond niet bij dat het om een scriptie ging, niet aan welke universiteit het onderzoek was gedaan, of met welke methode. Er was slechts sprake van „een analyse”. De Groot werd geïdentificeerd, als „juriste”. Dat is ze óók, maar die aanduiding wekt de indruk van wetenschappelijk juridisch onderzoek, terwijl het dus ging om een afstudeerscriptie journalistiek.

Al die informatie stond er eerst wel in, zegt de redactie van de zaterdagkrant, maar was ongelukkig genoeg geschrapt bij de eindredactie van het stuk. De redactie vroeg ook de Raad voor de Rechtspraak om commentaar, maar dat lukte niet meer op tijd. Ja, en dan was er nog die Vodafone-storing.

Allemaal verklaarbaar, maar toch: hoe moet de lezer dit nieuws nu wegen? Dat valt de studente niet aan te rekenen, de redactie had haar bevindingen moeten laten bekijken – ook door de juridisch redacteur van de krant – en in elk geval beter moeten presenteren.

De student is in zo’n geval gewoon een bron, een redacteur moet het onderzoek wegen en er verslag van doen – met context en reacties. Natuurlijk kan een onderzoeker best een stuk schrijven over zijn eigen noeste graafwerk, op de Opiniepagina of in Wetenschap – maar dit waren ‘gewone’ nieuwspagina’s.

Die aanpak week bovendien af van de manier waarop een ander onderzoek naar rechtspraak in de krant kwam, dat ik hier twee weken geleden besprak: het verhaal over de kansen op celstraf, odds en odds ratios van ‘buitenlandse’ en Nederlandse verdachten (Zie mijn rubriek Statistiek in de krant: kansen zijn geen kansverhoudingen, 31 maart) .

De twee redacteuren die dat stuk schreven, hadden nu juist hun best gedaan om de onderzoeksmethode recht te doen – zij het niet helder genoeg, vond ik – en om duiding te geven en reacties te vragen.

NRC Handelsblad heeft een naam hoog te houden met berichtgeving over rechtspraak en juridische zaken. De krant kreeg veel lof in een onderzoek over rechtspraak en de media, Rechtspraak in het nieuws. Het jaar 2010. (Voor ik het vergeet: dat onderzoek werd gedaan door Nel Ruigrok (LJS Media Research), Nadia Ismaili (Nederlandse Nieuwsmonitor) en Margreet Goelema (rechtbank Amsterdam), werd gepubliceerd in het blad Rechtstreeks (1/2011) en werd uitgevoerd met de Amsterdam Content Analysis Toolkit (AmCAT).)

Hun conclusie: NRC Handelsblad is van de zeven in 2010 onderzochte kranten „met afstand de krant voor de meest gebalanceerde berichtgeving over de rechtspraak in Nederland. De krant scoort op bijna alle aspecten als het meest betrokken dagblad”.

Dat moet je dan wel vasthouden.

Sjoerd de jong