Actievoeren achter het fornuis

Thuiskok Marjoleine de Vos worstelt met de mantra’s voor ‘(h)eerlijk eten’ en waagt een gokje met een lentekalkoen.

Courtesy Van Zoetendaal

Eén van de meest opmerkelijke dingen van interesse in koken, is hoe snel het al helemaal niet meer over koken gaat. Zodra je aan een maaltijd of aan een recept denkt, begint het: je rolt als het ware achterwaarts naar steeds andere onderwerpen en op het laatst ben je een actievoerder geworden en schrijf je op de plaats waar de mensen een gezellig recept verwachten: ‘Goed nieuws: einde wrede slacht kippen’. Wat goed nieuws is natuurlijk, al is het nog niet helemaal waar, maar een streven van Varkens in Nood/Dier & Recht dat van de supermarkten wil eisen dat ze alleen nog ‘humaan’ geslachte kippen zullen verkopen. Dat wil zeggen: kippen die voor de slacht dusdanig verdoofd zijn dat ze buiten bewustzijn zijn geraakt, en niet alleen maar zo kort verdoofd dat ze niet meer kunnen bewegen.

Dat juich ik van harte toe. En dan moet die humaan geslachte kip natuurlijk ook een ‘humaan’ leven hebben geleid voor de slacht, een leven met vrije uitloop en lekkere granen, met een beetje ruimte voor de kip als die zich binnen bevond en zonder krankzinnige hoeveelheden antibiotica die levensgevaarlijk zijn voor iedereen, omdat die ervoor zorgen dat er steeds meer resistente bacteriën ontstaan.

Zie je, hier nader ik al snel de humane gezondheidszorg.

Verder moet die kip ook bij voorkeur uit de buurt komen, vanwege de voedselkilometers.

Nog iets vergeten?

Smaak?

Oh ja. Lekker. Het is leuk als de kip lekker is. En dan moet hij/zij nog op een of andere manier bereid worden.

Dan gaan we nu proberen een bordje groenten te verzinnen. Daarbij houden we ons aan alle aanwijzingen, van biologisch en lokaal en van het seizoen. Maar vergeet ook de derdewereldboeren niet, die nu juist moeten leven van buiten ons seizoen geteelde boontjes. Maar hoe moet het dan weer met de voedselkilometers? En met vers? Over heel deze knoop gaat het pas verschenen, door ‘groene’ televisiemaakster Floortje Dessing uitgegeven boek De groene garde. Niet dat het boek die knoop ontwart, want dat kan gewoon niet.

Weer zo’n boek dat over ‘(h)eerlijk eten’ gaat en je voortdurend de mantra’s van die (h)eerlijkheid voorhoudt. Dacht ik. En dat is ook wel zo. Maar de moderne wereldverbeteraar heeft inmiddels wel begrepen dat het niet zoveel zin heeft om de mensen voortdurend op de kop te zitten met ‘mag niet’ en dus is de toon veel aangenamer geworden. En de recepten ook. Er staan interviews in met mensen die iets doen om te zorgen dat dat (h)eerlijke eten ook werkelijk op ons bord verschijnt, bijvoorbeeld door een vegetarische slagerij op te richten, of juist door de varkens op de eigen boerderij een werkelijk varkenswaardig leven te bezorgen.

Willem&Drees

Een van de mooiste initiatieven vind ik Willem&Drees, twee oud-Unileverwerknemers die een tussenhandel in lokaal fruit zijn begonnen. Ze zagen dat fruittelers hun appelen vaak aan de straatstenen niet kwijt konden, terwijl de supermarkt om de hoek Zuid-Amerikaanse Granny Smith in de schappen heeft liggen. Dus leveren Willem en Drees in een straal van veertig kilometer aan winkels en supermarkten het lokale fruit. Simpel en perfect.

Want dat is één van de teleurstellendste aspecten van supermarkten, dat ze wel allerlei ‘biologisch’ hebben, maar dat dat negen van de tien keer smakeloze producten van de hemel mag weten waarvandaan zijn, in plaats van al de heerlijkheden die in de buurt geproduceerd worden.

Die zijn alleen niet toereikend om in het hele land álle supermarkten te voorzien, uiteraard, en supermarkten hebben dat liever wel. Ze willen centrale inkoop van een product dat altijd leverbaar is en constant van kwaliteit. Toch brachten Willem&Drees allerlei winkels ertoe om in het seizoen een paar kisten met lokale appelen van een heel ander ras neer te zetten. Er zouden meer Willem&Dreesen moeten komen, overal in het land.

Dat bedoel ik. Daar ben ik al over supermarktbedrijfsvoering aan het praten en over lokale distributie en over verschillende appelrassen (biodiversiteit!) en koken is er niet bij.

Misschien vermijd ik het onderwerp ook omdat ik niet zeker weet of ik moet bekennen wat ik vorig weekend gegeten heb.

Vooruit. Kalkoen. Een dolgelukkige kalkoen van onbesproken biologisch gedrag haast ik me te zeggen. Ineens leek voorjaarskalkoen me ook wel een mooie traditie. Hij werd gemarineerd met kruiden, witte wijn en citroensap, en daarmee ook af en toe bedropen terwijl hij in de oven lag, en hij maakte echt een lentefrisse indruk.

Maar toen ik de folder van Varkens in Nood las en De groene garde vroeg ik me weer af of het wel goed was geweest. Want ik weet eigenlijk niet hoe die kalkoen geslacht is. Of dat humaan was. En de kalkoen was diepgevroren, dus niet ‘van het seizoen’ (het was typisch een kalkoen die in een ander seizoen onverkocht was gebleven), en de kalkoen had dus energie gebruikt in de diepvries en ik kreeg hem via de post. Ik weet niet of dat qua voedselkilometers meetelt, de post lijkt mij geen enorme extra milieubelasting. Vlees via de post is wel heel makkelijk en fijn – zie hiernaast voor toelichting.

Gelukkig las ik in De groene garde dat bijna niemand helemaal uit het eisenpakket van de verantwoorde consumptie komt. Iedereen moet maar gewoon zijn best doen om zich een weg te banen door het woud van aanmaningen dat ons eten omgeeft. De groene garde ziet het vooral als zijn taak om consumenten wat meer kennis over eten te bezorgen, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat iedereen er aardigheid in houdt. Uiteindelijk sta je dan gelukkig toch in de keuken.

Fijn werk vind ik, zo’n groot beest klaarmaken. Maar ook een beetje onzeker – hoe houd je een kalkoen van zes kilo enigszins sappig en krijg je hem toch gaar? Te meer als je ’s middags naar een concert moet en daarna met meerdere concertgangers thuis komt eten.

Kijk, daar wordt het weer leuk. Dan gaat het ineens over koken en over smaak en sappig en saus en warm en mals en over je eigen oven kennen en een gokje durven wagen. Gelukkig hoeft niemand anders ’s middags naar een concert en daarna kalkoen te eten, dus aanwijzingen hoef ik er niet voor te geven, en dat kan ook niet want het is gelukt door de oven lager te draaien toen ik dacht ‘nu de oven wat lager’, de borst in te pakken in folie toen ik dacht ‘nu de borst inpakken in folie’, en de oven héél laag te zetten toen het tijd was om naar de muziek te gaan. Maar daar schrijf je geen boek over. Niet eens een kookrubriek.