Opinie

Christo’s andere kant

In 1985 heeft Christo de Pont Neuf in Parijs ingepakt. Het resultaat heb ik toen gezien, een brug overdekt met zeildoek. Het maakte niet veel indruk op me. Weer een nieuwe truc van een kunstenaar die zich in het zonnetje wil zetten en de burgemeester van Parijs verleent zijn medewerking omdat hij bang is de boot te missen. Zoiets heb ik toen waarschijnlijk gedacht. En ik moest even denken aan Carel Briels, de eerste regisseur van Nederlandse giga-evenementen. De Slag bij Waterloo bijvoorbeeld. Hij schrok er niet voor terug om heel veel overhoop te halen. Daaraan heeft hij zijn nu zijn vervagende reputatie te danken. In 1983 is hij gestorven. En ook Hans Koetsier, de conceptuele kunstenaar, schoot me te binnen. In de laatste jaren van de Vietnamese oorlog wilde hij tienduizend liter bloed (van dieren) over de Dam uitgieten om het publiek beter van die oorlog bewust te maken. Zo zou je het nu voor Syrië kunnen doen. Koetsier (1930-1991) was een genie.

Christo ben ik pas gaan waarderen nadat hij in 1995 de Rijksdag in Berlijn had ingepakt. Het vervaarlijke gebouw deed me altijd denken aan onze Marinus van der Lubbe en de Bulgaar Georgi Dimitrov die er door de nazi’s van werden beschuldigd de Rijksdag in brand te hebben gestoken. Van der Lubbe werd onthoofd, Dimitrov is na de oorlog nog premier van Bulgarije geworden.

Door de behandeling van Christo was de Rijksdag werkelijk gereduceerd tot een heel groot pakje. Was dat zijn bedoeling? Hij heeft een andere theorie, hij wil met zijn inpakkunst de gebouwen reduceren tot abstracties. Dat zal wel. Mijn theorie is dat iedere kunstenaar voor zijn werk een theorie heeft, maar dat de beschouwer zich daaraan niet hoeft te storen, omdat tenslotte alleen het effect telt.

In 2004 heeft Christo (ook Bulgaar, hij heet eigenlijk Vladimirov Javacheff) het Central Park in New York verpakt. Ik ben toen onder de emballage doorgelopen, vond het vooral een ingewikkelde wandeling. De kunstenaar had zich intussen tot een soort grootindustrieel ontwikkeld. Volgens de Wikipedia heeft dit project 21 miljoen dollar gekost en daarna 254 miljoen opgebracht. Iedere toerist wil een ingepakt park zien, al is het maar om er later tegen de kleinkinderen over te kunnen vertellen. Dat is een van de geheimen van de eigentijdse toeristenindustrie. Groot moet het zijn, en bizar. Dan komen we vanzelf.

Wat is er gebeurd met het plan om in de Flevopolder een berg van een meter of tweeduizend op te richten? ’s Zomers om de Tour de France erover te laten rijden, ’s winters om op te skiën. Degene die het heeft bedacht, heeft zijn tijd begrepen. Doorzetten, een vennootschap oprichten, dan hebben we over tien jaar de Mount Flevo, een wereldattractie.

Aan één aspect van zijn inpakkunst heeft Christo niet gedacht, en tot dusver is er ook niets over bekend geworden. Wat gebeurt er met de mensen die in deze kunstwerken werken of zelfs wonen? Toevallig weet ik daar meer over. Een paar weken geleden verschenen voor het appartementencomplex waarin ik woon een paar grote vrachtwagens en een rijdende hijskraan. Binnen een dag was langs de hele gevel tot de nok een geweldige ijzeren stellage met loopplanken gebouwd. Indrukwekkend. Waarom doet u dat, vroeg ik een van de heren. We gaan de boel schuren en schilderen, zei hij. Maar eerst moest de stellage nog worden afgebouwd.

De dag daarop kwam ik laat in de middag thuis. Het was alsof Christo op bezoek was geweest. Het hele gebouw met lichtgrijs doek ingepakt. Mijn huis was niet gereduceerd tot een abstractie maar veranderd in een reusachtig, vreemd rechthoekig hol. Woonde ik daar? De sleutel paste feilloos in het slot, maar in het anders zo lichte trappenhuis heerste een schemering, als in een grot. In mijn mooie lichte werkkamertje was de zon ondergegaan, het verre uitzicht op het wijde water en het lange perspectief van een paar straten gereduceerd tot de vaagheid van een dikke mist.

In het begin denk je: dat gaat wel weer over. Maar na een paar dagen wil je zo vlug mogelijk naar buiten, de onbelemmerde scherpte van de werkelijkheid zien, en als het dan weer zover is, besef je dat je nog bij de levenden hoort. En ben je weer terug, dan krijg je het gevoel dat je voorbarig in je graf bent losgelaten. De holbewoners van Plato zagen alleen de schaduwen van de passerenden op de muur. Ze dachten dat daarbuiten alle mensen plat waren. In een Christohuis krijg je de indruk dat aan de andere kant van het raam de eeuwige dikke mist heerst. Daardoor wordt je ziel gevangen genomen.

En nu, terwijl ik dit stukje zat te schrijven, dacht ik even dat er een wonder gebeurde. Het doek viel van de steiger. Deze plotseling onverpakte mens baadde in het zonlicht en riep: ‘Hoera!’ Voorbarig. Twee heren van A.R. Steigerverhuur kwamen een nieuw doek spannen, beter want iets doorzichtiger. Maar toch. Mehr Licht! waren de laatste woorden van Goethe. Ik kan het me voorstellen.