Eeuwige roem is zeldzaam

Het Amsterdams Kleinkunstfestival bestaat 25 jaar. De balans: nog niet de helft van de winnaars van een cabaretfestival maakt glanzend carrière. Waar is de rest gebleven?

Een mislukte cabaretier? Job Schuring geeft het grif toe. Hij was 25 jaar geleden de eerste winnaar van het nieuwe Amsterdams Kleinkunstfestival, maar de doorbraak is uitgebleven. Negen jaar geleden gaf hij het op. „Al die lege zalen, ik werd er doodziek van. Ik vond het niet leuk meer, steeds weer naar Veendam of Harlingen om op te treden voor vijftien mensen”, vertelt hij. „Ik kreeg meestal mooie recensies waarin ik hogelijk werd geprezen. Maar het publiek bleef weg – misschien omdat er bij mij niet genoeg te lachen viel.”

Wie een cabaretfestival wint, is dus niet automatisch van succes verzekerd. Hooguit is de start iets makkelijker, met veel publiciteit. Maar dan begint het zware werk: een eerste eigen voorstelling maken en een impresariaat vinden dat genoeg boekingen voor de eerste tournee weet te krijgen. En veel tijd is daar niet voor. De drie grote festivals – het aloude Cameretten in Rotterdam (sinds 1966), het Leids Cabaretfestival (1978) en het Amsterdams Kleinkunstfestival, – leveren ieder jaar nieuw talent af. Wie zich staande wil houden, dient zo snel mogelijk de kassa’s te laten rinkelen.

Veel verschil tussen de festivals is er niet. Ooit trok Leiden vooral maatschappijkritisch cabaret aan, terwijl Rotterdam het vermaak meer voorop stelde. Maar sinds Amsterdam erbij kwam, is dat onderscheid verdwenen. Alledrie hebben ze goede en slechte jaren. Hun gemiddelden zijn min of meer gelijk. Wie de AKF-lijst beziet, komt acht à negen namen tegen van winnaars die een overtuigende cabaretcarrière hebben gemaakt. Dat betekent dat iets minder dan de helft een ware ontdekking is geweest – en datzelfde geldt voor de andere festivals.

Wie ook andere AKF-finalisten meerekent, komt op een groter aantal uit. In het jaar van Job Schuring, stonden ook Joep van Deudekom, Peter Heerschop en Viggo Waas in de finale – toen nog drie studenten aan de sportacademie, die onder de groepsnaam Niet Uit Het Raam (NUHR) een van de beroemdste cabaretgroepen zouden worden die het AKF ooit heeft gehad. Maar destijds zag de jury zo’n gouden toekomst eerder weggelegd voor Schuring.

Uit de editie 1989, toen Rooyackers, Kamps en Kamps wonnen, bleven Claudia de Breij en Richard Groenendijk over. En in 1992, het jaar van Mike Boddé en Thomas van Luyn, werd de tweede plaats veroverd door het duo Kees & Ik. Wie die Ik was weet niemand meer. Maar achter de naam Kees ging de latere taalvirtuoos Kees Torn schuil.

Curiosa zijn er ook. In 1991 ging de tweede prijs naar Ron Boszhard, nu TROS-presentator. Zes jaar later, in 1997, was er helemaal geen winnaar, omdat de jury niemand goed genoeg vond. Van de finalisten van dat jaar treedt nu alleen de in kleinkunstliedjes gespecialiseerde Johan Hoogeboom nog op. Maar een zekere Yvon Jaspers van het groepje Wortel 25 presenteert tegenwoordig de tv-hit Boer zoekt vrouw.

Toch zal de winnaar die na de finale van dit weekend zijn naam op Teletekst ziet staan, veronderstellen dat nu de eeuwige roem gloort. En het heeft geen zin hem te waarschuwen dat dat niet voor iedereen geldt, vermoedt Job Schuring: „Dat moeten ze zelf uitvinden”.

De finale van het Amsterdams Kleinkunstfestival is morgen in theater DeLaMar, Amsterdam. Info: amsterdamskleinkunstfestival.nl