De krant als jongensboek

Peter ter Horst zag vele kanten van de journalistiek. Gisteren verscheen zijn boek met de veelzeggende titel De dag dat de krant viel.

Nederland, Den Haag, 31 augustus 2010, Journalisten wachten tijdens het CDA crisisberaad voor de fractiekamer van het CDA in het Tweede Kamergebouw. De CDA fractie heeft dinsdagavond het crisisberaad over de formatie geschorst tot woensdagmiddag. Dat gebeurde vlak voor middernacht na ongeveer zeven uur vergaderen. reden crisis; Ab Klink wil niet verder onderhandelen over samenwerking met de PVV. Hij wil daarmee stoppen of hij stapt uit de fractie van het CDA. Maxime Verhagen wil hiermee wel doorgaan. / vorming van een rechts kabinet VVD, CDA met gedoogsteun van de PVV. / formatie onderhandelingen formatiegesprekken onderhandelaars fractievoorzitters kabinetsformatie onderhandelingen / journalist media journalistiek parlementaire press verslaggevers Foto: Peter Hilz / HH
Nederland, Den Haag, 31 augustus 2010, Journalisten wachten tijdens het CDA crisisberaad voor de fractiekamer van het CDA in het Tweede Kamergebouw. De CDA fractie heeft dinsdagavond het crisisberaad over de formatie geschorst tot woensdagmiddag. Dat gebeurde vlak voor middernacht na ongeveer zeven uur vergaderen. reden crisis; Ab Klink wil niet verder onderhandelen over samenwerking met de PVV. Hij wil daarmee stoppen of hij stapt uit de fractie van het CDA. Maxime Verhagen wil hiermee wel doorgaan. / vorming van een rechts kabinet VVD, CDA met gedoogsteun van de PVV. / formatie onderhandelingen formatiegesprekken onderhandelaars fractievoorzitters kabinetsformatie onderhandelingen / journalist media journalistiek parlementaire press verslaggevers Foto: Peter Hilz / HH Hilz, Peter/Hollandse Hoogte

Ombudsman NRC Handelsblad en nrc.next

Mijn eerste pluimpje in dienst van NRC Handelsblad kreeg ik van Peter ter Horst. Hij was in maart 1990 chef redactie. Ik had, als junior bureauredacteur Binnenland, een kop gemaakt bij een voorpaginabericht over een proefschrift dat niet openbaar mocht worden gemaakt (Proefschrift blijft gesloten boek). Ter Horst sprong op achter de middentafel toen hij die kop op zijn scherm zag, en schreeuwde zijn waardering door de redactiezaal.

Zoiets blijft je bij als beginneling. Ik kan het dus. Hij zegt het.

Tot zover de disclaimer.

Persoonlijk ken ik Peter ter Horst niet. Ik wist toen dat hij gold als een jonge, gedreven journalist die in korte tijd was opgeklommen van verslaggever bij het ANP en de Haagsche Courant naar chef redactie van NRC Handelsblad. Ter Horst was een van de jonge honden die hoofdredacteur Wout Woltz had aangetrokken om de deftige krant te voorzien van een scherper nieuwsrandje. Ongeveer zoals de kartelige Neil Young erbij werd gehaald om het close harmony trio Crosby, Stills en Nash wat meer tanden te geven.

Ter Horst viel even snel als hij steeg. Hij werd meegesleurd in een machtsstrijd tussen de nieuwe hoofdredacteur Ben Knapen en diens adjunct Marc Chavannes, mentor van Ter Horst. Hij vertrok als correspondent naar Zuid-Afrika, waar hij de triomftocht van Nelson Mandela meemaakte. Na zijn terugkeer in Nederland werkte hij als correspondent in Oost-Europa, adviseur voor een Zuid-Afrikaanse krant, eindredacteur en (als opvolger van Jan Schinkelshoek) hoofdredacteur van de Haagsche Courant. Na het ter ziele gaan van die krant werd hij hoofdredacteur van het gratis tijdschrift Intermediair.

Nu zijn er dus memoires. Veelzeggend getiteld De dag dat de krant viel. Dagbladjournalist is kennelijk al iets waarover je kunt schrijven als een ambacht uit vervlogen tijden, omgeven met dezelfde reuk van romantiek en ondergang als de kolenboer die vroeger langs de deuren ging om gezinnen in de wederopbouw te helpen zich warm te houden.

Slecht nieuws genoeg. De krantenwereld kreunt onder de structurele daling van het aantal lezers, kampt met een verdampte advertentiemarkt, en moet permanent concurreren met nieuwe media. De ‘gouden tijd’ van de dagbladjournalistiek met almaar groeiende oplages en budgetten, grofweg de periode 1970-1995, is lang en breed voorbij. Ook maatschappelijk: de krant is geen vanzelfsprekende autoriteit meer, laat staan een meneer, maar één nieuwsbron onder talloze andere. Postmodernisme regeert.

Ter Horst zat middenin in die neergang. Bij NRC Handelsblad moest hij het veld ruimen, maar ook bij de Haagsche Courant en Intermediair ging het op den duur mis. Hij doet smakelijk, en ironisch, verslag van tobberige heisessies, met als dieptepunt de lancering van de slagzin ‘de kracht van het totaal’, waarmee een fusie werd bepleit van de regionale kranten van uitgeverij Wegener en het Algemeen Dagblad van PCM. Ter Horst was kritisch over de fusie en werd opzij geschoven.

Zo leest dit boek als een lange reeks nederlagen, met een grote mate van onvermijdelijkheid. Wat hij als hoofdredacteur bijvoorbeeld ook probeerde om de Haagsche Courant te vernieuwen, tot en met een experiment in civic journalism om leraren voor de stad te werven, de oplage bleef dalen. Het brengt Ter Horst tot de conclusie dat de klassieke krant ‘aan het einde van zijn economische levenscyclus’ is gekomen.

De dag dat de krant viel is dan ook vooral een ode aan een jongensdroom. In een specifiek stukje Nederlandse geschiedenis: de naoorlogse wederopbouw en welvaart. Ter Horst, kind van Haagse ‘flatjesmensen’, zag de journalistiek als een kans om te ontsnappen aan zijn milieu. De krant was zijn toegang tot de wijde wereld.

Dat verklaart ook zijn tweeslachtige verhouding met NRC Handelsblad, een kwaliteitskrant waar hij tegen opkeek maar die hij ook traag en afstandelijk vond. Het intellectuele Über-Ich van de krant stimuleerde hem maar beknelde hem ook, lees je in de passages waar hij zijn frustratie uitspreekt. Ter Horst wilde een ‘alerte, scherpere, minder voorspelbare krant’ maken. Het leverde hem het verwijt op van ‘vulgarisering’, schrijft hij.

Maar Ter Horst gaat niet erg diep in op de opvatting van journalistiek die daarachter zit. Hij werpt zich op als voorvechter van Angelsaksische ‘precisiejournalistiek’: feiten op de eerste en laatste plaats. Gebrek aan ‘heilig ontzag voor de feiten’ is volgens hem de ‘achilleshiel’ van de Nederlandse pers, waar journalisten liever een mening hebben dan iets uitzoeken. Hij maakte het zelf mee in de Haagse journalistiek van de jaren zeventig, toen journalisten en politici nog graag aan de bar van Nieuwspoort hun bloedbroederschap afblusten.

Je kunt je afvragen of dat tegenwoordig nog waar is – kranten geven in hun benarde positie eerder blijk van onzekerheid en een angstige hang naar het midden dan van sterke opinies. Los daarvan is het de vraag welke maatschappelijke functie Ter Horst eigenlijk ziet voor journalistiek anno 2012. Controle van de macht, de burger informeren, het debat aanjagen, het wordt wel aangestipt, maar een coherente visie op de rol van journalistiek in een tijdperk van bloggers en trending topics ontbreekt in dit boek.

Ook heeft Ter Horst, die zich naar eigen zeggen ontwikkelde en emancipeerde via de krant, maar weinig adviezen voor zijn opvolgers die zich nog moeten emanciperen. Hij denkt veel, en kritisch, na over zichzelf, maar minder over anderen. Terwijl hij – terecht – vaststelt hoe homogeen en wit veel redacties nog zijn, vestigt hij zijn hoop op ‘dat jongetje van twaalf, ergens vierhoog achter in een flatje’, dat hij zelf ooit was. Dat klinkt romantisch, maar wat moet dat jongetje, of hij Hans, Stanley of Mohammed heet, doen om zijn droom te realiseren? En waarom eigenlijk, als de krant op sterven na dood is? Trouwens, de jongens zijn steeds vaker meisjes – maakt dat misschien ook nog iets uit?

Zo blijft dit een jongensboek, met een eeuwige jongen in de hoofdrol.

Maar dat compliment ben ik niet vergeten.

Peter ter Horst: De dag dat de krant viel. Een journalistiek jongensboek Balans, 256 blz. €17,95