Verveling stompt asielzoeker mentaal af

Asielzoekers raken afgestompt door verveling en het gebrek aan contact met anderen, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek.

Sheila Kamerman

Het leven in een asielzoekerscentrum is niet geweldig. Dat merk je als je er een middag op bezoek bent: het centrum zit vol apathische mensen. Er wordt veel gehuild, weinig gelachen. En geruzied.

De Iraanse Halleh Ghorashi wilde weten waarom. En ze wilde weten hoe de situatie te verbeteren is. Ghorasi is bijzonder hoogleraar management van diversiteit en integratie bij de VU in Amsterdam. Maar ooit was ze zelf asielzoeker. Vandaag presenteerde ze het eerste wetenschappelijk onderzoek naar de leefsituatie van asielzoekers in Nederland.

Onder leiding van Ghorasi namen twee onderzoekers 30 diepte-interviews af. Ze spraken 22 bewoners van twee verschillende asielzoekerscentra, en acht oud-bewoners. De geïnterviewden zijn afkomstig uit verschillende landen (vooral Irak, Iran, Afghanistan, Sierra Leone).

In hun basisbehoeften (‘bed, bad en brood’) wordt weliswaar voorzien, maar het ontbreekt asielzoekers aan sociale contacten en ruimte voor persoonlijke ontwikkeling. Dat is vooral een gevolg van het beleid dat erop gericht is het aantal asielzoekers te verminderen, en mensen die geen echte vluchteling zijn te ontmoedigen. „De drang tot beheersing en controle is zo dominant in de opvang dat ingrediënten die nodig zijn om veerkracht van bewoners levend te houden, ondergesneeuwd raken”, schrijven de onderzoekers.

Asielzoekers hebben weinig mogelijkheden om zelf te beslissen hoe ze hun dagen invullen. Er is weinig te doen. Ze mogen een aantal weken per jaar betaald werken (driekwart van het verdiende geld moeten ze inleveren), ze mogen niet studeren (uitgezonderd een zeer korte taalcursus). Kinderen mogen tot hun achttiende wel naar school. „Je zit daar gewoon en je doet niks, je mag niets, je procedure loopt en je hebt stress”, zegt een mannelijke geïnterviewde, een oud-bewoner. Deze afhankelijke positie kan ook op langere termijn gevolgen hebben voor de mentale staat van de mensen. De man: „En als je je status hebt, na al die jaren, dan is het heel moeilijk daaruit te komen, je talenten zijn dood.”

Voor vluchtelingen die alleen naar Nederland zijn gekomen, is het contact met hun familieleden bepalend voor de gemoedstoestand, schrijven de onderzoekers. Als contact mogelijk is, kan dat voor kracht en motivatie zorgen. Als ze hun geliefden en familie uit het oog verliezen, is dat vaak een bron van zorg en wanhoop.

De meeste asielzoekers zouden graag meer contact hebben met Nederlanders. Maar ze wonen afgeschermd in een centrum en spreken meestal geen Nederlands. Er zijn maar weinig situaties of plekken waar bewoners Nederlanders kunnen ontmoeten. Sommigen lukt het, via de kerk, door vrijwilligerswerk te doen buiten het centrum en contacten met vrijwilligers op het centrum.

Voor een humanere opvang, stellen de onderzoekers in hun aanbevelingen, is het belangrijk dat de mensen de controle hebben over hun eigen leven. Dat kan als ze bijvoorbeeld kunnen meedenken over de inrichting en het onderhoud van de ruimtes binnen het centrum en daar ook aan meewerken. Dat biedt hun een zinvolle dagbesteding en het verhoogt hun toekomstkansen als ze kunnen blijven, aldus het rapport.