Nieuwe wijn en oude zakken

Jarenlang liet de Nederlandse jeugd het politieke discours over aan de ouderen. Op een enkele demonstratie van scholieren en studenten na kon politieke machtsvorming niet ‘boeien’. Er waren andere wegen om uiting te geven aan maatschappelijke betrokkenheid dan de formele. Maar nu lijkt er ineens, en onverwacht, een kentering in aantocht.

Afgelopen paasweekend lanceerde de voormalige scholierenactivist Sywert van Lienden (21) via het televisieprogramma Buitenhof zijn plan om met een grote groep jongeren (G500) gecoördineerd lid te worden van VVD, CDA en PvdA. Hij wil deze volkspartijen van binnenuit onder druk zetten om oog te hebben voor de belangen van jongeren.

En gisteren hebben de zogheten politieke jongerenorganisaties – ja, die bestaan nog – van VVD, CDA, ChristenUnie en D66 een alternatief ‘Catshuisakkoord’ gesloten als antipode voor de bezuinigingen waar VVD, CDA en PVV nu al weken over onderhandelen in Den Haag.

De respons op beide initiatieven is groot. Politiek engagement is kennelijk toch niet voorbehouden aan de 50-plussers die zich de jaren zeventig nog herinneren.

Dat die betrokkenheid juist nu de kop op steekt, is ook verklaarbaar. Onder veel kwesties, waarmee het kabinet-Rutte in de eigen coalitie worstelt, sluimert een soort generatieconflict over de verzorgingsstaat.

Het huidige kabinet wordt weliswaar geleid door de één na jongste premier uit de geschiedenis – Ruud Lubbers was in 1982 iets jonger dan Mark Rutte in 2010 – maar het regeerakkoord is intussen toegeschreven op de belangen van de oudere (eerste naoorlogse) generaties.

En dat is niet alleen op het conto te schrijven van de PVV, die zich keert tegen versoepeling van het ontslagrecht en andere arrangementen uit de verzorgingsstaat. Binnen de huidige coalitie hebben ook VVD en CDA zich veel te lang gedragen als generationele belangenbehartigers, bijvoorbeeld door de hypotheekrenteaftrek te taboeïseren.

Het is niet meer dan logisch dat jongere politieke enthousiastelingen de kat de bel aanbinden. Dat ze daarbij ook op eigen status en macht uit zijn en soms wat ouwelijk overkomen, is geen argument. Hans Wiegel (nu 70) heette al de ‘jongeheer’ toen hij nog geen 30 was. Het gaat om reële belangen. Om spanningen, die niet moeten uitlopen op een bitter generatieconflict over majeure thema’s als pensioenen, arbeidsmarkt, huisvesting en zorg. Zo is het een slecht idee de solidariteit tussen jong en oud in de zorg weg te strepen tegen de studiefinanciering.

Maar de politieke jongereninitiatieven moeten omgekeerd dan wel serieus worden genomen. Niet door ze naar de mond te praten, maar door ze politiek te bejegenen en waar nodig duchtig tegen te spreken.