'Van Abbemuseum moet zich meer naar de stad keren'

Het Van Abbemuseum in Eindhoven staat „met de rug naar de stad”. Internationaal krijgt het veel erkenning, maar de stad ziet daar weinig van terug. Het museum moet beter duidelijk maken wat het voor Eindhoven betekent en het moet meer aansluiting zoeken met andere culturele en innovatieve initiatieven in de stad.

Dat schrijven drie onafhankelijke deskundigen die in opdracht van de gemeenteraad de bedrijfsvoering van het gemeentelijke museum hebben onderzocht. Het rapport werd gisteravond tijdens een vergadering van de gemeenteraad gepresenteerd.

Het Van Abbemuseum kwam in oktober vorig jaar onder vuur te liggen in de gemeenteraad. De fracties van PvdA, CDA en VVD wilden dat museumdirecteur Charles Esche een plan zou maken om meer bezoekers te trekken. Met name PvdA en CDA vinden het gemeentemuseum nu te elitair. Arnold Raaijmakers (PvdA) nam het initiatief om een advies te laten opstellen door een onafhankelijke commissie. Hij zegt, na lezing van het advies: „Het rapport maakt duidelijk dat er nog veel winst te behalen valt. Niet sec in termen van geld. Maar ook als het gaat om aantallen bezoekers en de binding met de stad en het bedrijfsleven. Ik heb goede hoop dat met de aanbevelingen van de commissie iets gebeurt.”

De commissie bestond uit Hans van Beers, oud-directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, Edzo Doeve, directeur van uitvaartverzekeraar Dela, en Björn Oddens, onder andere toezichthouder bij het Centrum voor de Kunsten in Eindhoven.

Het Van Abbemuseum krijgt jaarlijks 4,7 miljoen euro gemeentelijke subsidie. De gemeenteraad wilde laten onderzoeken hoe het museum meer eigen inkomsten kan genereren. Een reductie van de personeelslasten zou de grootste besparing opleveren, blijkt uit het rapport.

Daarnaast kunnen meer bezoekers worden getrokken als het museum laagdrempeliger wordt. De eigen collectie hedendaagse kunst, die nu beperkt wordt gebruikt, moet prominenter worden tentoongesteld. Ook moet er meer uitleg voor de toeschouwer komen bij exposities. De adviseurs noemen de uitleg op tekstbordjes nu „minimalistisch”.

De adviescommissie vindt verder dat te veel bezoekers gratis van het museum gebruik kunnen maken. Van de 96.500 mensen die het museum in 2011 bezochten betaalden 52.500 mensen niets.

De commissieleden hadden geen opdracht gekregen om te kijken naar een mogelijke verzelfstandiging van het museum. Toch maken ze hier een opmerking over. „Cultureel ondernemerschap gedijt niet vanzelfsprekend bij een gemeentelijke dienst”, schrijven zij. „Een onderzoek naar verzelfstandiging is dan ook zeker aan te bevelen.”

Het museum zal volgende week in samenspraak met het college van B en W een eigen beleidsplan voor de komende vijf jaar (2013-2017) presenteren.