‘Signalen leidden tot te weinig actie’

Den Haag en de centrale bank waren onvoldoende voorbereid op de crisis van 2008. Het is nu aan de Kamer om politieke consequenties te trekken. „Alle vragen zijn nu goed beantwoord.”

Illustraties Ruben L. Oppenheimer

Het behoort tot de meest brisante conclusies in de politiek. De Tweede Kamer niet tijdig en niet volledig informeren en daardoor de controlerende taak van het parlement belemmeren. Dat is het harde verwijt dat oud-minister Wouter Bos (Financiën, PvdA) vandaag aan zijn broek krijgt van de parlementaire enquêtecommissie Financieel Stelsel. Centrale conclusie die onder voorzitterschap van SP’er Jan de Wit wordt getrokken: het ministerie van Financiën en toezichthouder De Nederlandsche Bank waren onvoldoende voorbereid op de bankencrisis die in 2008 ontstond. „Er waren vooraf voldoende signalen, maar er is onvoldoende gehandeld.”

Uw conclusie over de informatie aan de Kamer zou onvermijdelijk het einde van de politieke carrière van Bos hebben betekend als hij nu nog minister was geweest. Onjuiste informatie aan de Kamer is toch een democratische doodzonde?

„Van onjuiste informatie spreken wij niet. Er is ons niet gebleken dat minister Bos de Kamer opzettelijk verkeerd geïnformeerd zou hebben. Het gaat ons om de tijdigheid en de volledigheid. Wij gaan niet over de politieke consequenties, als commissie hebben we alleen de feiten rond de bankencrisis onderzocht. Over die moeilijke vraag moet de Kamer het oordeel vellen. In het verleden hebben ministers soms zelf hun conclusies getrokken en het gebeurde ook dat de Kamer de conclusie trok dat een minister moest vertrekken. Maar goed, dat is in dit geval dus een hypothetische vraag.”

Maar kun je de Kamer wel tijdig op de hoogte stellen? Ook Bos werd geconfronteerd met voldongen feiten. Is het dan als commissie niet te gemakkelijk geconcludeerd?

„Nee, we zijn tot onze conclusies gekomen aan de hand van de feiten van toen. Ons advies is om met een informatieprotocol te komen dat lijkt op de artikel-100 brief die aan de Kamer wordt gestuurd als er tot inzet van de krijgsmacht wordt besloten. Dan wordt ook duidelijk gemaakt hoe de informatievoorziening richting de Kamer moet plaatsvinden”.

Bij de artikel-100 brief, genoemd naar het desbetreffende artikel van de grondwet, krijgt de Commandant der Strijdkrachten een formele adviserende rol. De commissie wil bij een financiële crisis die adviseursrol aan toezichthouder DNB geven.

Ook de Tweede Kamer krijgt overigens kritiek van de commissie. Die trad bijvoorbeeld tijdens de redding van Fortis en ABN Amro (oktober 2008) weinig doortastend op. Sowieso had de Kamer een grotere rol kunnen spelen tijdens de crisis waarin, de overheid tientallen miljarden uitgaf om banken over te nemen en overeind te houden. „De Tweede Kamer heeft bijvoorbeeld een budget om deskundigen in te schakelen voor advies. Dat is nauwelijks gebruikt.”

Tijdens de overname door de overheid van Fortis en ABN Amro hebben alle hoofdrolspelers steken laten vallen, zo blijkt uit het enquêterapport. Die overname kostte eerst 16,8 miljard euro, maar die prijs liep op tot 30 miljard. Niet alleen was Fortis zelf verantwoordelijk voor de ontstane problemen, ook de toezichthouder heeft zijn werk niet goed gedaan en de overheid en de betrokken adviseurs maakten „grote fouten”.

Heeft uw commissie wel voldoende aandacht voor de hectiek waarin deze hoofdrolspelers zich bevonden? Het financiële stelsel stond op omvallen. Er moest onder hoge druk onderhandeld worden met een onwillige Belgische partner.

„We zijn begonnen met vast te stellen dat het om een turbulente en hectische periode ging. Daar hebben we veel begrip voor. Maar juist in zo’n situatie moet je je eigen checks en balances organiseren. Dat is niet gebeurd. Neem bijvoorbeeld het inschakelen van één adviseur die de Nederlandse onderdelen van Fortis en ABN Amro moest waarderen. Waarom is er naast de zakenbank Lazard niet nog een adviseur aangetrokken?”

De rol van adviseur Lazard kwam tijdens de verhoren uitvoerig aan de orde. De boedel van Fortis kende een potentiële tegenvaller van 2,5 miljard euro die al voor de aankoop door de overheid bekend was. Aan Lazard, verantwoordelijk voor de waardering, is „de informatie kennelijk niet of onvoldoende” overgebracht, concludeert de commissie, maar Lazard had ook „zelf in bepaalde opzichten vollediger te werk kunnen gaan”.

Is Nederland nu beter voorbereid als een vergelijkbare financiële crisis plaatsvindt?

„Mede naar aanleiding van de conclusies van de parlementaire onderzoekscommissie van twee jaar geleden zijn sommige zaken absoluut verbeterd. Zo heeft de minister van Financiën een veel breder instrumentarium om in te grijpen als bijvoorbeeld een bank in problemen komt. Maar we zijn er nog niet. Wij adviseren bijvoorbeeld dat er een Europese instelling komt, een toezichthouder met doorzettingsmacht die de financiële stabiliteit van internationale banken kan toetsen.”

Zijn alle vragen die u als commissievoorzitter had nu beantwoord? Buitenlandse betrokkenen waren bijvoorbeeld niet bereid om in het openbaar verhoord te worden.

„Alle vragen zijn nu goed beantwoord. Inderdaad waren buitenlandse betrokkenen niet bereid om in het openbaar verhoord te worden, maar we hebben wel vertrouwelijk met onder andere Michel Tilmant (oud-topman ING) gesproken.

„Via de openbare verhoren hebben we veel informatie kunnen ‘witwassen’. Zo vertelde oud-topambtenaar Ronald Gerritse in het openbaar over de noodwet die de overheid klaar had liggen”. Die geheime noodwet uit 2009 maakte het mogelijk om ING te nationaliseren als de redding van de bank-verzekeraar niet zou slagen.