Inspectie berispt TU Delft

Het college van bestuur van de TU Delft heeft niet „de gepaste soberheid” betracht bij het declareren van onkosten. De universiteit schoot ook tekort bij de inkoop van goederen en diensten, en bij het beheer van vastgoed. Regels en toezicht op nevenwerkzaamheden en vergoedingen waren onvoldoende.

Dat concludeert de onderwijsinspectie na onderzoek. In een brief is de universiteit gemaand het beleid te verbeteren. De decaan is onlangs opgestapt.

Aanleiding zijn artikelen in NRC Handelsblad over een decaan wiens vrouw van de TU Delft opdrachten kreeg en over de ruime onkostenvergoedingen voor het college van bestuur. Volgens de krant verloor de TU Delft ook miljoenen met vastgoed, werd rijksgeld niet rechtmatig uitgegeven en had integriteit niet de hoogste aandacht.

Uit antwoord van staatssecretaris Halbe Zijlstra (Onderwijs, VVD) op Kamervragen van PvdA en SP blijkt dat de belangenverstrengelingen van de decaan omvangrijker waren dan tot nu toe bekend. Hij had ook privé „verdiensten” uit projecten waar hij namens de universiteit bij betrokken was. Zijlstra: „De rol van de decaan zelf is in deze zaak te betreuren, maar ook het bestuur van TU Delft moet worden aangesproken.”

Zijlstra schrijft in zijn antwoorden dat uit het onderzoek van de onderwijsinspectie blijkt dat de berichtgeving van de krant „correct” was. In een brief aan de TU Delft wordt ook het college van bestuur op de vingers getikt. Het college betracht niet de gepaste soberheid bij de eigen onkostenvergoedingen. De universiteit faalt ook bij de inkoop van goederen en diensten, bij het beheer van vastgoed en bij het toezicht op nevenwerkzaamheden en vergoedingen. Ook dit moet veranderen.

Maatregelen tegen het college van bestuur neemt Zijlstra niet, schrijft hij, nu het college heeft ingestemd met het uitvoeren van alle door de inspectie gevraagde „verbeterpunten”. Het college moet hierover in het najaar rapporteren.

De raad van toezicht van de TU Delft zal, volgens Zijlstra, extra aandacht besteden aan het „op- en bijstellen, naleven en handhaven van de interne regelgeving”.