De prijs van de bankenredding

Het kabinet heeft de Tweede Kamer in 2008 vaak te laat en ook nog onvolledig geïnformeerd over de miljardenuitgaven rond de overname van Fortis en ABN Amro. Dat concludeert nu de Parlementaire Enquêtecommissie Financieel Stelsel in haar eindrapport, dat vanmiddag is gepubliceerd.

Hoewel het onderzoek om meer gaat dan alleen de reddingsactie van het opgeknipte en onder meer door Fortis overgenomen ABN Amro, was deze actie van de rijksoverheid en toenmalig minister Bos van Financiën de aanleiding voor de enquête. Al is het maar door de bedragen die er mee gemoeid waren. In totaal netto ruim 30 miljard euro.

Het is lastig om het harde oordeel van de Enquêtecommissie nu te wegen. Enerzijds is er de constatering dat veel informatie, met name rond de waardering van de verschillende delen van ABN Amro, destijds wel voorhanden was maar niet volledig lijkt te zijn benut of verwerkt door het ministerie van Financiën en toezichthouder De Nederlandsche Bank. Ook is de vraag aan de orde waarom per se een Nederlandse oplossing voor ABN Amro moest worden gezocht.

Anderzijds gaat de commissie wel erg makkelijk om met het comfort dat een terugblik achteraf biedt. Wie destijds ook maar zijdelings betrokken was bij de crisis, die uitbrak na het bankroet van de Amerikaanse Lehman-bank, moet toch erkennen dat het financiële stelsel toen op omvallen stond. Met alle mogelijk desastreuze en ontwrichtende gevolgen voor de economie en de samenleving van dien. Beslissingen moesten toen zeer snel worden genomen, en vaak op de tast. In zulke omstandigheden worden onvermijdelijk fouten gemaakt. De aard van de crisis hield bovendien in dat die fouten ook meteen miljarden kostten.

De Enquêtecommissie constateert terecht dat de autoriteiten in de aanloop naar de crisis onvoldoende erkenden hoe groot de potentiële risico’s waren en hoe ernstig de gevolgen konden zijn. Dat geldt voor de omstreden overname van ABN Amro die aan de crisis voorafging. Maar ook voor de enorme kwetsbaarheid van ING toentertijd. Die bank had toen veel Amerikaanse rommelhypotheken op haar balans staan.

De noodmaatregelen zelf, toen de crisis eenmaal wereldwijd uitbrak, zijn van een ander karakter. De opdracht van de overheid werd toen om het schip drijvende te houden. Koste wat kost. Dat is gelukt, zij het tegen een zeer hoge prijs die inderdaad lager had kunnen uitvallen als tijd en informatie ruimer beschikbaar waren geweest. Op de conclusie dat de Tweede Kamer vaker en vollediger had moeten worden geïnformeerd valt weinig af te dingen. Maar de Commissie maakt wel de indruk op zoek te zijn geweest naar een in het oog springend oordeel, waar er in werkelijkheid misschien niet zo’n eenduidig oordeel voorhanden is.