Altijd het jokkende buitenbeentje

Pim Fortuyn heeft een schat aan informatie over zichzelf nagelaten, blijkt uit het eerste deel van een biografie. Fortuyn wilde paus worden. En politicus. „Mijn moeder zegt dat ik een prins ben.”

MAG SLECHTS 1 KEER WORDEN GEBRUIKT VOOR NRCHBLAD 11 APRIL 2012!!!!! Pim als tienjarige ©Erven_Fortuyn kleine dandy 1958 In de tuin van de ouderlijke woning in Driehuis. De verhuizing van Velsen-Zuid naar het ‘saaie’ Driehuis noemde Pim ‘een bijna traumatische ervaring’. Als jongentje had hij het idee nergens bij te horen. ‘Ik dacht al heel vroeg: ik ben een bijzonder iemand. […] Het gevoel alleen te staan ken ik al van jongs af aan.’ Op latere leeftijd vertelt hij voor het eerst aan publicist Jan Brands over zijn eenzame jeugd: ‘Als jongetje van zeven had ik een paar vriendjes die van voetballen hielden. Ik dus niet.’ Op deze foto als tienjarige ziet hij er al veel zelfbewuster uit en oogt hij als een kleine dandy.
MAG SLECHTS 1 KEER WORDEN GEBRUIKT VOOR NRCHBLAD 11 APRIL 2012!!!!! Pim als tienjarige ©Erven_Fortuyn kleine dandy 1958 In de tuin van de ouderlijke woning in Driehuis. De verhuizing van Velsen-Zuid naar het ‘saaie’ Driehuis noemde Pim ‘een bijna traumatische ervaring’. Als jongentje had hij het idee nergens bij te horen. ‘Ik dacht al heel vroeg: ik ben een bijzonder iemand. […] Het gevoel alleen te staan ken ik al van jongs af aan.’ Op latere leeftijd vertelt hij voor het eerst aan publicist Jan Brands over zijn eenzame jeugd: ‘Als jongetje van zeven had ik een paar vriendjes die van voetballen hielden. Ik dus niet.’ Op deze foto als tienjarige ziet hij er al veel zelfbewuster uit en oogt hij als een kleine dandy.

Een pientere knaap, maar ook een eenling. „Hij wilde de leider zijn, maar was dat niet”, zegt een oud-klasgenoot van de basisschool. Zijn broer Marten: „Pim was een stille, hij was niet druk. Eigenlijk was hij een zeer bedachtzaam jongetje.”

De jonge Pim Fortuyn is niet één op één te herleiden tot de oude Pim Fortuyn, schrijft journalist Leonard Ornstein in zijn vandaag verschenen boek De jonge Fortuyn. Het schuchtere katholieke jongetje dat braaf luisterde naar zijn ouders en de priester, groeide uit tot een jonge dandy en de man die minister-president van Nederland wilde worden. En daar nog kans op maakte ook, tot hij vermoord werd.

Op 6 mei is dat tien jaar geleden. Daarom verschijnt nu het boek van Ornstein. Zijn boek eindigt als Fortuyn net afgestudeerd is. Het echte werk van Ornstein, een volledige biografie, verschijnt over een paar jaar.

Pim Fortuyn heeft over zichzelf een schat aan informatie nagelaten. Elke snipper, van bidprentjes en zwemdiploma’s tot kattenbelletjes en persoonlijke faxen, alles bewaarde hij. Het tekent zijn ijdelheid. Hij had een roeping, wilde ooit paus worden en later een beroemde politicus.

Al het materiaal, inclusief de boeken die Fortuyn schreef en de interviews die hij gaf, hebben één nadeel: hij nam het niet nauw met de feiten, toont Ornstein aan. Fortuyn beoordelen als pathologische leugenaar is wat te scherp, maar hij jokte of overdreef geregeld over zijn verleden.

Over onschuldige zaken bijvoorbeeld. „Mijn moeder zegt dat ik een prins ben, haar prinsje”, schreef hij eens. Zijn zus Tineke vindt het maar overdreven: „Mijn moeder was een nuchtere vrouw. Dat hij haar prinsje zou zijn geweest, heb ik nooit meegekregen.” Of over gevoeliger zaken. In zijn boek Babyboomers beschreef Fortuyn dat hij zijn broer Joos, nadat die bij een auto-ongeluk om het leven was gekomen, moest identificeren. Onjuist, vertelt broer Marten: „Ik heb Joos geïdentificeerd en niet Pim.”

In 1967, zijn eindexamenjaar, overwoog Fortuyn serieus het priesterschap. Hij had daarover een uitgebreide briefwisseling met de preses van het Groot Seminarie in Warmond. Fortuyns voornaamste twijfel is het celibaat. Uiteindelijk was zijn keuze duidelijk. Hij schreef aan de preses: „In geen enkele zin kan ik het celibaat in mijn leven plaatsen, temeer daar ik domweg niet inzie waarom ik me levenslang moet ontworstelen aan een normaal menselijke groei.” Hij koos dan ook voor de studie sociologie, eerst aan de UvA, later aan de VU in Amsterdam.

In zijn studietijd deed hij zich voor als familie van patriciërsgeslacht Drooglever Fortuyn. Ook onjuist. In latere terugblikken pretendeerde hij dat hij een leidende rol speelde bij de studentenprotesten in Amsterdam. „Ik kon natuurlijk goed spreken en binnen 14 dagen was ik een van de voormannen”, zei hij. Hier lopen, schrijft Ornstein, droom en fantasie door elkaar. Fortuyn was wel bij de protesten betrokken, maar meer vanuit de flanken. Hij was toen al tegendraads: de studentenactivisten liepen rond in hun aksiekloffie maar Fortuyn droeg een driedelig kostuum.

Ook over zijn linkse verleden sprak Fortuyn niet altijd de waarheid. Zo vertelde hij in 1993 in het VU Magazine dat hij nooit lid heeft willen worden van de Communistische Partij Nederland. „De CPN ontpopte zich toen met zijn hiërarchieke structuur en zijn juiste leer als een alternatieve kerk. Maar ja, ik kom uit een liberaal katholiek milieu en op mij hebben dat soort bewegingen nooit enige vat gehad.”

Fortuyn heeft zich wel degelijk een keer aangemeld. In de archieven van de CPN vond Ornstein daar bewijs voor. In een brief van de Amsterdamse secretaris aan de CPN in Groningen, waar Fortuyn naar toe was verhuisd, staat beschreven dat hij niet geaccepteerd kon worden. De reden daarvoor was dat Fortuyn „een man is uit de zogenaamde Harmsengroep”. Hoogleraar Ger Harmsen, met wie Fortuyn contact onderhield, was bij de CPN vanwege zijn kritische geest uit de gratie geraakt.

Pim Fortuyn, de man die moeilijk in teamverband kon werken, die een tomeloze ambitie had om belangrijk te worden, om onderdeel van de elite te worden maar altijd een buitenstaander bleef, die vaak ruzie maakte, én die nogal eens een loopje met de waarheid nam – het is de rode draad in zijn leven, ook al in zijn jonge jaren. Hij leefde, aldus Ornstein, in een fantasiewereld waarin hij groots en meeslepend kon zijn. Maar zijn broer Marten is genadeloos: „Pim was eigenlijk een mietje.”