Witte dood voor de vleermuis

Amerikaanse vleermuizen sterven al jaren massaal aan een dodelijke huidschimmel. De vleermuiskiller is niet inheems – het is een indringer uit Europa.

Vleermuizen die besmet raken met de dodelijke huidschimmel krijgen een typische witte neus.
Vleermuizen die besmet raken met de dodelijke huidschimmel krijgen een typische witte neus. Foto USFWS

De eerste zieke vleermuizen werden in 2006 gevonden, in een grot in de staat New York. Daarna ging het snel. De mysterieuze vleermuisziekte verspreidde zich over grote delen van Noord-Amerika, miljoenen dieren stierven. Canadese onderzoekers bewezen afgelopen jaar dat de boosdoener een dodelijke huidschimmel is – Geomyces destructans. Vandaag komt hetzelfde team met een nieuwe onthulling, in het wetenschappelijke blad Proceedings of the National Academy of Sciences: de schimmel is een indringer uit Europa.

De vleermuisziekte draagt de naam White-Nose Syndrome (WNS), naar de typische witte schimmelsnoetjes van besmette dieren. De schimmeldraden van G. destructans dringen diep binnen in de huid van vleugels, oren en snuit.

De snelheid waarmee WNS om zich heen heeft gegrepen heeft biologen verrast. De kleine bruine vleermuis (Myotis lucifugus) was zes jaar geleden nog de meest voorkomende vleermuissoort van Noord-Amerika, maar wordt nu lokaal met uitsterven bedreigd. Tot nu toe konden wetenschappers alleen maar gissen naar de oorsprong van de ziekte. Was G. destructans plotseling gemuteerd? Of is de schimmel een geïntroduceerde exoot, waar inheemse vleermuizen geen weerstand tegen hebben?

Een belangrijke aanwijzing was dat de schimmel ook in Europa is aangetroffen, zonder dat vleermuizen hier ziek worden. Om te zien hoe gevoelig Amerikaanse vleermuizen zijn voor deze Europese stam, pipetteerden onderzoekers Europese schimmelsporen op de vleugels van 18 kleine bruine vleermuizen.

De dieren werden doodziek. De onderzoekers stopten het experiment toen 16 vleermuizen op het randje van de de dood balanceerden.

De doodsoorzaak was in alle gevallen een verstoorde winterslaap. Doordat de besmette vleermuizen vaker wakker werden, spraken ze de vetreserves aan die ze nodig hadden om de winter door te komen. Nog voor het einde van de winter zijn de dieren uitgemergeld en verzwakt.

In Europa leven vleermuizen al langer samen met G. destructans. Misschien zijn zij resistent tegen de schimmel, of hebben zij hun gedrag zodanig aangepast dat besmetting minder snel optreedt. In Noord-Amerika worden voornamelijk soorten getroffen die voorafgaand aan de winterslaap massaal paren.