In de stad zou dit nooit kunnen

Met hun paasvuur van 45,98 meter hoog hebben de mannen van Espelo zondag alle records verbroken. Ook dat van hun vaders.

Nederland, Espelo, 8-4-2012 Het grrootste paasvuur ter wereld werd aan het begin van de avond ontstoken. Met een hoogte van 45,98 m en een inhoud van 9174 kub komt het in het Guiness book of records, Foto: Flip Franssen
Nederland, Espelo, 8-4-2012 Het grrootste paasvuur ter wereld werd aan het begin van de avond ontstoken. Met een hoogte van 45,98 m en een inhoud van 9174 kub komt het in het Guiness book of records, Foto: Flip Franssen

Verslaggever

Espelo. Hij loopt een beetje gebogen. Stralende ogen, glimlach om de mond. Jan Bouton was in 1987 al een van de oudste poasvuur sleppers. Met de mannen van Espelo haalden ze het wereldrecord; hoogste paasvuur ooit. 27,87 meter. Nu krijgt hij van de organisatoren van toen – Wim Toorneman en Gerrit Renssen – een brandende fakkel overhandigd. Die komt uit een rokende vuurkorf op de plek waar destijds de brandstapel stond. „Jan, de eer is aan jou. Overhandig ons heilige vuur aan onze middelsten.” In optocht vertrekken ze. Net om de hoek torent de huidige houtstapel van Espelo. 25 jaar later, een nieuwe generatie, een nieuw wereldrecord. 45,98 meter. De mannen zingen: „Dat is mijn Espeloooo.” Bijna half negen in de avond. Duizenden en nog eens duizenden mensen wachten aan de rand op het vuur.

Die middag had Wim Toorneman – wilde haren, biertje in de hand, sigaar in de mondhoek – krakend het deurtje van de schuur bij zijn boerderij geopend. In 1987 gebruikt als keet voor de poasvuur sleppers. De mannen van toen hadden twee weken geleden een reünie. Flessen kruidenbitter staan nog op tafel. In de hoek een half kratje bier met beugeldop. Op de deurpost zitten verroeste bierdopjes. Die hangen er al 25 jaar. Wim: „Voor elke boerenkar hout die we uit het bos ophaalden een dopje. Er hangen er meer dan dertig.” Tijdens de reünie kwamen de verhalen van vroeger los. „Weet je nog, Wim? Die winter mochten we van het KNMI niet naar buiten. Te koud. Maar we gingen gewoon hè, ons kregen ze niet. Met onze boterkuipjes vol kruidenbitter. Bleven we mooi warm.”

Boake bouwen is een oud gebruik, bedoeld om voor vruchtbaarheid van het land te zorgen. In de christelijke traditie kreeg het een invulling als het licht van Pasen, de herrijzenis van de Zoon van God. In dorpen in het oosten van ons land, en in veel delen van Oost-Europa, wordt elk jaar felle strijd gevoerd om het hoogste en mooiste paasvuur. Met het paasvuur van 45,98 meter overtreft Espelo alles. Niet alleen het record van hun vaders, maar ook een record uit Slovenië van 2005: ruim 43 meter hoog. Maar dat waren op elkaar gestapelde pallets met een voorgefabriceerde punt. Dat telt eigenlijk niet. Sinds november zijn de mannen van Espelo ermee bezig. Hout sprokkelen, met trekkers door de modder, met machines pakketten samenknijpen, met lieren de stapel hoger maken, hoger en hoger. Elke zaterdag weer. De laatste drie weken non-stop.

In een weiland naast de boom staat ‘de harde kern’ van nu. De zoons van Wim Toorneman en Gerrit Renssen zijn erbij. Vrijwel iedereen die dit jaar meewerkte, heeft ook familie die in 1987 het wereldrecord brak. Dezelfde opofferingsgezindheid, dezelfde passie voor het paasvuur. Gerrit-Jan ten Dam heeft drie weken vrij genomen van zijn werk om dag en nacht te bouwen: „Het is niet zo dat we het record van onze vaders afpakken. We doen het samen. Zij helpen ons met tips en aanwijzingen. Wij moeten wat meer rekening houden met regels qua veiligheid en welk hout je wel en niet mag gebruiken van de gemeente. Maar verder is er niet veel veranderd.” Marcel Boode: „Ik was zes jaar toen onze vaders het record pakten. Toen verkocht ik hier op het terrein stickers. Nu heb ik zelf een record en onze kinderen zullen dit ook weer doen. In de stad zou dit nooit kunnen. Dit is een van de redenen dat de jeugd hier eigenlijk niet weg wil.”

Paasvuur bouwen is belangrijk voor Espelo, een gehucht in Overijssel waar ongeveer honderd gezinnen wonen. Toorneman senior: „De jongens hebben maanden geen Facebook gezien, niet achter de laptop gezeten. Ze hebben écht contact met elkaar. Dit is enorm belangrijk voor de sociale cohesie in onze gemeenschap.” Ten Dam beaamt dat: „In het begin heb je dertig man, maar uiteindelijk werkt echt iedereen mee. Dit is een teamprestatie van het hele dorp.” Gerrit Renssen: „Wij konden vroeger niet ons mobieltje pakken als we een extra wagen nodig hadden. Nu is dat zo geregeld. Maar wij hadden weer niet zo ontzettend veel media-aandacht, een goede muziekband. Het is professioneler.” Toorneman: „Maar de kern blijft hetzelfde. Samen een prestatie neerzetten, daar gaat het om.”

Tienduizend man publiek ziet de oude generatie afkomen op het paasvuur. De taps draaien op volle toeren, op de achtergrond klinkt ‘Wild Thing’ van The Troggs, gespeeld door The Heinoos. Vanaf de Bosschool in Espelo komt een groep kinderen met fakkels aan. Boode: „Zie je? Zo doen we dat hier. Vanaf de vroegste jeugd moeten onze kinderen weten hoe belangrijk het is om samen te werken.” Dan worden de toortsen in de immense stapel hout gestoken. Die is kurkdroog, het vuur gaat razendsnel naar de top. De vlammen likken elkaar, verdwijnen dan in het schijnbare niets, vonken razen als confetti door de lucht. De geur van dennentakken in de lucht.

‘Ohhh’, klinkt uit het publiek als de sterke middenpaal breekt en het vuur als een lawine valt. Toorneman: „Een paasvuur bouwen is geen keuze. Het moet. Ieder jaar weer.”