50.000 schoenen op de Coolsingel

De een loopt het liefst op Asics, de ander op Saucony of Vibram Fivefingers. Maar uiteindelijk maakt het merk niet zoveel uit, want slechte hardloopschoenen bestaan vrijwel niet meer. En heb je de goede schoenen, dan kun je meteen aan de slag. Heel veel meer heb je niet nodig, ook niet om de marathon van Rotterdam te lopen.

Het zijn kunstwerkjes. Allemaal. De hardloopschoenen in de winkel. Iedere schoen op een eigen plankje, dan komen ze mooi uit. Felle kleuren, fluorescerend vaak. Slanke vorm. Doorzichtige raampjes aan de zijkant van de zool, zodat je de demping kunt zien. Klaar om weg te stuiven.

Zondag staan er ruim 12.000 keer twee van die kunstwerkjes op de Coolsingel in Rotterdam in de marathonstartvakken. Zoveel mensen lopen de marathon van Rotterdam. Eén op de vijf lopers is vrouw: meer dan ooit. En nog eens 13.000 mensen lopen een vijf of tien kilometer, een bedrijvenloop of de kidsrun van 1 of 2 kilometer. 50.000 hardloopschoenen op de Coolsingel: hardlopen is een volkssport.

Er worden wel shoe counts gehouden: fabrikanten laten hun mensen bij de start van een wedstrijd tellen hoeveel schoenen van welk merk er staan. Of ze maken vlak boven het asfalt foto’s die ze analyseren. Natuurlijk willen ze graag hún merk zien.

Voor de lopers doet het merk er eigenlijk niet toe. Net zo min als de kleur. Slechte hardloopschoenen bestaan vrijwel niet meer. De schoen moet wel passen bij de loper en eventuele afwijkingen corrigeren.

Marathonlopers kiezen hun schoenen met uiterste zorg. Loper Erika Vis-Hazelbag (49) liep altijd op Asics, maar stapte na een langdurige hielblessure over op Saucony. Die steunen haar voet beter omdat ze smaller vallen. Loper Peter Kegel (47) heeft een hele zak schoenen waaruit hij de schoen kiest die het best bij de training past: op de baan een schoen met weinig demping, in het bos een steviger exemplaar. De marathon loopt hij op Saucony. Jenny Hu (29) loopt op Asics. Ze liep een beetje op de buitenkant van haar voet, en deze schoen corrigeert dat.

Rob (43) had de marathon graag gelopen op Vibram Fivefingers, maar hij heeft een blessure. De Fivefingers zitten als een handschoen om de voet, met vijf aparte tenen. De schoenen zorgen altijd voor aanspraak, vooral van vrouwen: ‘Hé, leuke schoentjes.’ De schoenen zijn een uitzondering in de marathon; ze hebben geen demping en geven weinig steun. Je moet er op leren lopen. Rob liep er eerder een marathon op en deed dat sneller dan op zijn traditionele hardloopschoenen.

De lopers staan dicht op elkaar. Steeds dichter als de startvakken vollopen. Ze ruiken nu nog naar waspoeder en deodorant. Opgewonden spanning. Nu komt het erop aan. Hiervoor hebben ze getraind, volgens een schema van 12 weken, 15 weken, 20 weken. Een steeds langere duurloop, tot 32 kilometer. En dat een paar keer. Uit de luidsprekers schalt You’ll Never Walk Alone, van Lee Towers.

De Ethiopische en Keniaanse topatleten zijn vier dagen eerder ingevlogen. Zij starten eerst. Op schoenen die slofjes lijken – soepel en licht. Weinig demping, weinig steun. Eric Brommert van hardloopwinkel Run2Day (en racemanager van de marathon) krijgt wel stevige Nederlanders in zijn winkel die om die schoentjes vragen. Hij raadt het af. De Afrikaanse lopers kunnen het hebben, ze zijn licht en hebben veel minder contact met de grond dan Europese lopers. Zij lopen de marathon in twee uur, twee keer zo snel als de gemiddelde marathonloper. Westerse voeten zouden kapot gaan. Die hebben meer steun nodig, zegt Brommert.

En dan: de startmuziek. 663 Squadron van Ron Goodwin, gespeeld door het orkest van Jeff Love. Opzwepend. Bombastisch bijna. „Kippevel”, zegt directeur Rotterdam Marathon Mario Kadiks. Het klinkt pathetisch, maar hij meent het.

Nederland beleeft nu de tweede loopgolf. De eerste was in de jaren zeventig, en stagneerde in de jaren tachtig. De tweede begon eind jaren negentig en duurt nog voort. Dat is te zien aan de steeds grotere aantallen deelnemers aan hardloopevenementen: in 1977 finishten wereldwijd 46.000 mensen in een marathon, in 2008 gingen er zo’n 1.200.000 mensen over de eindstreep van een marathon.

Hardlopen behoort tot de populairste sporten. Mannen vinden alleen fitness, voetbal en wielrennen leuker. Vrouwen doen vaker aan fitness, wandelen en dansen op muziek. Hardlopen staat op de vierde plaats.

Rustig starten. Niet wegsprinten. Dat zeggen marathonlopers. Anders krijg je het later op je brood. Hoe goed de schoenen ook zijn, het is de loper die ruim 42 kilometer moet volhouden. Training is belangrijker dan de schoen. Goed getraind kan je de marathon ook lopen op schoenen waar onze vaders op liepen: de witte sportschoen met de vlakke zool die uit een plaat rubber werd gesneden. Er zijn merken die de retroschoenen weer produceren.

Met bijna een miljoen toeschouwers is het lopen een feestje. „Als het tussen mijn oren goed zit, kijk ik om me heen en geniet”, zegt Erika Vis-Hazelbag. Na vijf kilometer kom ik in een cadans, zegt Peter Kegel. „In dat tempo probeer ik door te lopen.”

De marathon van Rotterdam heeft een stadsparcours. Dat maakt het bijzonder, zeggen lopers. De eerste helft gaat door zuid. Dan gaat het lopen meestal nog redelijk makkelijk. Maar voor iedereen, hoe goed ook getraind, wordt het ergens zwaar. Meestal is dat tussen de 30 en 35 kilometer. De suikers zijn op, spieren verzuren. Dan gaat het om wilskracht. „Mentaal is het een kluif”, zegt Peter Kegel. „Je moet blijven lopen”, zegt Erika Vis. „Als je gaat wandelen, ben je verloren. Als je het volhoudt, is het enorm kicken.”

De lus rondom het Kralingse Bos vinden de meesten het zwaarst. Er staat weinig publiek. „Het niemandsland van de marathon”, zegt Rob. Maar het einde van de lus, de Kralingse Plaslaan, maakt alles goed. Muziekboxen staan buiten, drommen mensen met ratels en vlaggen. Geagiteerde echtgenoten met banaan of stukjes mandarijn.

En dan Crooswijk. De Crooswijkers zien de lopers twee keer – op de heen- en de terugweg. En dat voordeel buiten ze uit. Op klapstoeltjes zit de hele multicultibuurt op de stoep.

Als de lopers Crooswijk opnieuw doorkruizen, gaat het om de laatste kilometers. „Je wil niet weten hoe lang die duren”, zegt Jenny Hu. Rob: „De laatste vijf kilometer is een tunnel. Ik zie alleen nog de eindstreep. Uiteindelijk zie je de klok van de finish. Je weet dat die dichterbij komt, maar het lijkt alsof dat niet zo is.”

Er gaan minder dan 12.000 keer twee hardloopschoenen de finish over. Er stappen onderweg altijd een hoop lopers uit. Directeur Mario Kadiks weet niet hoeveel gemiddeld. Misschien wil hij het ook niet weten. De marathon is vooral leuk voor diegenen die het wél halen. Het gaat de grote massa niet om de tijd, maar om de prestatie. Om de beleving. Het móet in elk geval binnen vijfenhalf uur.

Rob: „Je voelt je herboren. Net alsof je de dingen waarmee je worstelt, achter je hebt gelaten.”

Erika Vis: „Het is de overwinningsroes. ‘Ik kan dit!’ Een dag later kan ik de trap niet af, maar dat heb ik er dik voor over.”