Nederland door een bollenbril

De Keukenhof is niet voor Nederlanders. Maar waarom eigenlijk niet? Zie hier hoe ons imago gemaakt wordt.

Fotomoment in het Poolse themahoekje bij het Fresia Festival in de Keukenhof
Fotomoment in het Poolse themahoekje bij het Fresia Festival in de Keukenhof

De familie Kozhikode uit Ooty, Zuid-India, zit te kleumen op een terrasje bij het Wilhelmina-paviljoen. Ze eten witte puntjes met blokjes kaas. Waarom zijn ze hier? Behoren ze tot de reislustige groeiende middenklasse van India? Neemt de belangstelling voor het oude Europa in India toe? Het oude Europa en de Keukenhof?

Nee, nee, wuift de moeder weg. Het komt door de Indiase succesfilm Anniyan. In de psychologische thriller zit een scène die zich afspeelt in de tulpenvelden bij Lisse. Op YouTube is te zien hoe Bollywood-sterren met harmoniums en tabla’s tussen de bloemen dansen. Molen hier, molen daar. Het is een enorme hit. Dáárom komen Indiërs naar de Keukenhof.

Als de Kozhikodes straks het heuveltje achter de kinderboerderij oplopen, kunnen ze het zelf zien: de bollenvelden. Het is het mooiste uitzicht van de Keukenhof: rechte lijnen, strakke slootjes, bloemen zo ver het oog reikt. Hollandser wordt het niet.

Het zijn dezelfde bollenvelden waar ze net vanaf Schiphol met buslijn 58 langs denderden, maar dat deert niet. Soms moet je er, à 14,50 euro, even op gewezen worden: Nederland doet aan bloemen. Rode bloemen, gele bloemen, crèmewit met roze gekartelde bloemen. Zij aan zij staan ze in keurige perkjes: Candy Prince, Nightrider, Pink Giant, Purple Sensation, Red Light. Waar halen kwekers hun inspiratie eigenlijk vandaan? Gelukkig is er ook een hyacint Jan Bos.

Misschien is het tijd voor een opfriscursus in de Keukenhof. Een groot deel van de Nederlanders – zeventig procent schat het park – is nog nooit in de Keukenhof geweest.

Voor bloemliefhebbers is het bollenpark bij Lisse in ieder geval een feestje. In de zestig lentedagen die het park open is, verwacht het 800.000 bezoekers, dit paasweekeinde alleen al honderdduizend. Zij halen hier hun hart op aan de roodste tulp, de geurigste hyacint, de teerste narcis. Ze nemen foto’s, eten een syrup waffle en verlaten tevreden het park met een zakje aangeschafte bollen.

En dat is precies wat de Keukenhof wil. Want de Keukenhof kweekt geen bollen, die kweekt ambassadeurs. De 800.000 bezoekers zijn 800.000 potentiële vertegenwoordigers van het Nederlandse bolgewas. Kosteloos zullen zij, net als hun voorgangers, over de hele wereld de Nederlandse bloembol promoten. Met resultaat. „Wat staat er op nummer één als mensen aan Holland denken?” Keukenhofs marketingmanager Wim van Meerveld geeft voor de zekerheid zelf alvast het antwoord. „Juist, de tulp.”

Het begint al op Schiphol. Bezoekers rollen uit aankomsthal 2 zo tegen de Holland Tourist Information-desk aan. Ze kopen een all-inkaartje voor 21 euro en volgen de bordjes ‘shuttlebus Keukenhof’, zigzaggend langs de kiosken met tulpenspulletjes. Ze stappen in een lijnbus vol toeristen en scholieren op uitwisseling en voegen zich een half uur later in de rij voor de ingang van de Keukenhof. Om hen heen staan 25 procent Nederlanders, twintig procent Duitsers, tien procent Amerikanen, tien procent Fransen, zeven procent Chinezen, vijf procent Japanners – iets minder dan voorgaande jaren door Fukushima – en 23 procent ‘elders’. Sommigen vliegen diezelfde dag nog verder.

Wat gaan deze bezoekers doen? Wandelen langs de strakke bloemenperkjes met duizend varianten tulpen en krokussen. De twaalf gehuurde zwanen voeren. Een favoriet uitzoeken bij de uitbundige bloemententoonstelling in het Willem Alexander-paviljoen. De uit Groningen geïmporteerde molen bezichtigen.

De fanatiekelingen bezoeken een bloemschikworkshop of gaan naar het Fresia Festival in het Oranje Nassau-paviljoen.

De fresia kampt met een imagoprobleem, vertelt een kweker. Hij keek getroffen bij de vraag welke bloem dit nu toch was. „De meesten kennen de fresia alleen van hun oma.”

Moegewandelde bezoekers kunnen ook uitstapjes maken, het echte Holland in. Voor een meerprijs van 7,50 euro varen ze in een fluisterboot het park uit. Nederland is de spil in de internationale sierteeltsector, leren ze onderweg. Zeventig procent van de wereldbloembollenproductie is Nederlands, 75 procent van de Nederlandse bollen is bestemd voor de export.

De tocht voert lang een bungalow, een tractor, bollenvelden, een ploeg landarbeiders – misschien wel Polen, die vast niet weten dat het thema dit jaar ‘Poland, heart of Europe’ is, zoals er elk jaar een land centraal staat om nieuwe markten te veroveren (China, Rusland) of bestaande te bestendigen (Duitsland, Frankrijk).

Hanna Gumna, de gids die een bus Poolse toeristen begeleidt, weet wel van het thema, daarom zijn ze hier. En ze weet ook van het meldpunt. Dat is inmiddels ook Holland.

Showmodel

Het gaat in de Keukenhof natuurlijk niet om Nederland, ontdekt de inheemse bezoeker al gauw tussen de reuzenklompen en de Delfts blauwe lolly’s. Het gaat om Holland, het showmodel van Nederland. De Keukenhof is gewoon al 63 jaar een ijzersterke marketingstunt.

De Nederlandse bollenexport is goed voor zeshonderd miljoen per jaar, de snijbloemenexport is een miljardenhandel. Bollen zijn „big business”, zegt Van Meerveld, met de Keukenhof als „showvenster”. 87 kwekers en exporteurs leveren gratis bollen. Anderen staan jaren op de wachtlijst om te mogen exposeren. En de bezoekers zijn bereid om te betalen voor dit promotiemateriaal. Slim!

Maar wat doet de Keukenhof met die verdiende miljoenen? Verder bouwen aan het merk. Begint KLM met rechtstreekse vluchten naar, zeg, Brazilië? Dan vliegt de Keukenhof er achteraan om arrangementen aan touroperators te verkopen.

Wil een kweker aandacht voor een nieuwe tulp? Dan vernoemt hij die naar een BN’er en plant hij de tulp in de walk of fame voor het Oranje Nassau-paviljoen. Dit jaar staat daar de rode Jan Smit-tulp, de zanger heeft ’m vorige maand zelf gedoopt. Zanger blij, fans blij, kweker blij, Keukenhof blij. Van Meerveld: „Toen de Russische presidentsvrouw vorig jaar een tulp had gedoopt, was-ie daarna niet aan te slepen in Rusland.”

Vorig jaar is in het park overal gratis wifi aangelegd. Daarom zijn er zoveel mogelijk photo points ingericht, zegt Van Meerveld, met de Holland’s classics: tulpen, klompen, kaas. Kan het meteen, hup, van de smartphone op Facebook – nog meer gratis reclame voor de Keukenhof.

Het werkt. De bezoekersaantallen nemen toe, het aandeel buitenlands bezoek ook. En het park voegt zich steeds meer naar al die nationaliteiten: pictogrammen in plaats van woorden, brownies in plaats van koffiebroodjes.

En die tweekleurige grasmat? Dat is vanwege de recente toestroom, sinds een jaar of drie, van Aziatische bezoekers, zegt Van Meerveld. Die blijken niet keurig vóór een bloemperkje op de foto te willen, zoals de rest van de wereld, maar erachter of erin. Daarom ligt er nu overal langs de randen van de lichtgroene velden een donkergroene grasstrook, om ze af te schrikken. Want bloemen zijn niet om aan te raken, maar om naar te kijken. Of nog beter: om te kopen.

www.keukenhof.nl