Geef jongens hun ruggegraat terug

Moderne vaders laten hun gezag niet meer gelden. Hoewel jongens in hun opvoeding grenzen nodig hebben. David Cassuto bepleit de terugkeer van eer en plichtsbesef.

Beeldbewerking NRC Handelsblad

Geregeld duiken er artikelen op over het ‘mannelijk tekort’. Problemen met schooluitval zijn hardnekkig en komen vooral voor onder jongens. Ook als er van schooluitval geen sprake is, komen minder jongens terecht op vwo, hbo en universiteit. In het blad Linda van deze maand wordt aan de kaak gesteld hoe vaders het laten afweten bij de opvoeding. Hoe ze smoezen verzinnen om maar niet thuis te hoeven komen als de kinderen nog naar bed moeten; hoe ze hun roes uitslapen terwijl moeder zaterdagochtend langs het voetbalveld staat. Hoe mannen vrouwen zelfs tegenwerken in de opvoeding, door hun echtgenoten niet te steunen bij het stellen van grenzen, maar zich liever populair maken bij de kids, door samen stout te zijn. Mannen nemen steeds minder verantwoordelijkheid. We beleven de opkomst van „de kindman”, stelde Beatrijs Ritsema onlangs in HP/De Tijd.

In de Linda, toch een zeer succesvol blad voor en door vrouwen, wordt erkend dat de inbreng van een stabiele vaderfiguur van groot belang is. „Ook als het gaat om het aanwakkeren van initiatief, het durven nemen van risico’s, het aansporen tot onafhankelijkheid, zijn het de vaders die een voortrekkersrol zouden moeten spelen.” Volgens het artikel corrigeren moderne vaders hun kinderen niet omdat ze bang zijn hun gezag te laten gelden. Als kinderen van de jaren zestig en zeventig zijn zijzelf opgevoed met het idee dat alles moet kunnen en leuk moet zijn. „Waarom zouden ze dan hameren op doodsaaie deugden als respect voor gezag, het nemen van verantwoordelijkheid of het betrachten van zelfbeheersing? Daar doen ze zelf ook niet aan; en daarom behandelen ze hun zonen liever als vrienden.”

De kinderen van de jaren zestig en zeventig zijn inderdaad opgevoed met het idee dat alles moet kunnen, maar dit heeft niet alleen gevolgen gehad voor het vaderschap. Door jongens geen goed voorbeeld te geven, kweken we de extremen die we nu onder mannen aantreffen – de onvolwassen zak die ongehinderd door eergevoel, verantwoordelijkheidsbesef of empathie zijn gang gaat, de hufter, de hooligan, de graaier. Aan de andere kant zien we talloze mannen die te ambigu zijn om werkelijk te vertrouwen, de man met een groot hart maar zonder ruggegraat – de afwezige toezichthouder, de politicus zonder mening die vertelt wat anderen willen horen, de manager of collega die het vertikt grenzen te trekken. Hoe komt dit?

Het feminisme richtte zich vanaf de jaren zestig niet langer slechts op gelijke rechten voor man en vrouw, maar ook op een gelijke identiteit. Mannen en vrouwen zouden alleen verschillen door nurture en niet door nature. Wat als typisch mannelijk of vrouwelijk werd beschouwd, was enkel een sociale constructie, een stereotype, bedoeld om vrouwen te onderdrukken. Het feminisme bleek hierin overtuigend.

De negatieve beoordeling van het door mannen zo gedomineerde verleden kreeg in die tijd ook nog eens steun van een algemeen opkomende afkeer van ‘het verleden’, waarin ongelijkheid en uitsluiting zulke vreselijke gevolgen hadden gehad. In een wervelstorm van economische voorspoed, seksuele bevrijding, nieuwe opwindende muziek en geweldloosheid werd vooral aangeschopt tegen alles wat ouder en man was. Die man stond voor het verleden, waarin gezagsgetrouwheid, zelfbeheersing en verantwoordelijkheid zulke verschrikkelijke gevolgen zouden hebben gehad.

De breuk met De Vader had een vernietigende werking op de waardering van bijna al het typisch mannelijke. Vrouwelijk gedrag werd ook door steeds meer mannen gezien als een moderne en menselijke manier om de wereld te benaderen. Mannen lieten zich, tevens geholpen door de seksuele revolutie, graag door vrouwen inwijden in de mysteries van de vrouwelijke beleving. Elk vertoon van mannelijkheid – zoals je die vooral in slechte, maar toch ook in goede zin kan zien in de eerste series van de televisieserie Mad Men – werd sociaal steeds minder acceptabel. Mannelijkheid als ideaal en als houding verdween. Voor vrouwen daarentegen werd typisch mannelijk gedrag ineens een optie.

Het heeft zonder twijfel enorm veel gunstige effecten gehad dat vrouwen op deze manier kunnen participeren. Terecht is er een einde gekomen aan het onbekommerde seksisme dat de oude tijd kenmerkte, maar tegelijk zijn te veel onderdelen van dat waarden- en normenstelsel bij het grofvuil gezet. Men dacht het ook wel te kunnen zonder die doodsaaie deugden als respect voor gezag en het nemen van verantwoordelijkheid (vanuit eer of plicht). Er is waarschijnlijk gedacht dat we er ook wel zouden komen met de vrouwelijke benadering van overleg, samenwerking, participatie, empathie, zorg en veiligheid.

Zo blijkt het evenwel niet te werken. Opvoeding en onderwijs sluiten te veel aan bij de ontwikkeling en eigenschappen van meisjes. De vrijheid om zelfstandig te werken, die je meisjes tussen acht en achttien jaar kunt bieden, werkt averechts bij een belangrijk deel van de jongens van dezelfde leeftijdscategorie. Waar aanmoediging voor meisjes doorgaans het beste werkt, hebben veel jongens een uitdaging nodig, iemand tegen wie ze op kunnen kijken, of met wie ze hun krachten kunnen meten.

Om te beginnen moeten we, zonder de vrouwelijk benadering uit het oog te verliezen, de waardering voor typisch mannelijke deugden herstellen. Dat hieraan grote behoefte bestaat, blijkt bijvoorbeeld uit de grote publieke belangstelling voor het heldendom, zoals rond het verlenen van de Willemsorde aan majoor Kroon (voor moed, beleid en trouw). Natuurlijk, vrouwen kunnen geregeld steviger optreden dan mannen (nu) doen, maar zijn oordeel wordt doorgaans minder bepaald door de relatie en emoties. Een man vraagt zich bij voorkeur niet altijd af wat iedereen van hem vindt. Dat doen er al genoeg.

Laten we onszelf niet voor de gek houden. Op het moment dat het ertoe doet, is de teleurstelling over een onmannelijke man veel groter dan die over een onmannelijke vrouw. Een man wordt gerespecteerd en bemind als hij staat voor zijn zaak en weet wat dat is. Als voldoende mannen dit beseffen, komt er weer waardering voor die zogenaamde doodsaaie deugden en ontstaat er naast de keuze tussen de twee kwaden – één en al hart zonder ruggegraat of één en al ruggegraat zonder hart – weer een respectabel en volwassen alternatief. Het is dus goed om bij de opvoeding en het onderwijs rekening te houden met de verschillen tussen jongens en meisjes, opdat mannelijke deugden in stand blijven.

David Cassuto is juridisch docent en integriteitstrainer voor bestuurders.