Apen vechten tegen spoken uit het verleden

Biologie De Nederlandse chimps die proefdier waren, zijn met pensioen in Almere. De dieren kregen er onverwacht steeds meer last van onverwerkte stress.

Nederland, Almere, 30 maart 2012 David van Gennep van AAP opvangcentrum voor uitheemse dieren. De door AAP opgevangen dieren zijn onder meer afkomstig van inbeslagnames uit illegale handel, proefdierlaboratoria, louche dierenparkjes, circussen, maar ook van particulieren. Bij AAP krijgen ze rust, professionele verzorging zodat ze kunnen bijkomen van hun vaak ellendige verleden. Quarantaine bestaat uit 'n aantal afgesloten units waarin de dieren meestal alleen worden gehuisvest. Dierverzorgers moeten zich houden aan strenge hygiëneregels. Besmetting van personeel en andere dieren moet te allen tijde worden voorkomen. Vooral apen kunnen nare ziektes bij zich dragen die een gevaar vormen voor mensen, zoals TBC en virusziekten als HIV, Ebola en Hepatitis-C Foto: Thomas Bokeloh
Nederland, Almere, 30 maart 2012 David van Gennep van AAP opvangcentrum voor uitheemse dieren. De door AAP opgevangen dieren zijn onder meer afkomstig van inbeslagnames uit illegale handel, proefdierlaboratoria, louche dierenparkjes, circussen, maar ook van particulieren. Bij AAP krijgen ze rust, professionele verzorging zodat ze kunnen bijkomen van hun vaak ellendige verleden. Quarantaine bestaat uit 'n aantal afgesloten units waarin de dieren meestal alleen worden gehuisvest. Dierverzorgers moeten zich houden aan strenge hygiëneregels. Besmetting van personeel en andere dieren moet te allen tijde worden voorkomen. Vooral apen kunnen nare ziektes bij zich dragen die een gevaar vormen voor mensen, zoals TBC en virusziekten als HIV, Ebola en Hepatitis-C Foto: Thomas Bokeloh

‘Het is hier net Jurassic Park’, grapt David van Gennep, als hij zijn bezoekers het zwaar beveiligde chimpanseeverblijf van de Stichting AAP aan de rand van Almere binnenlaat. We moeten door een metershoge poort met een zwaar metalen hek, waarvan de deur alleen opengaat als Van Gennep eerst via de portofoon onze komst heeft aangekondigd aan de bewaking van het complex. Dan volgt een brede gracht, met middenin nog een hek van schrikdraad. De zware beveiligingsmaatregelen zijn nodig omdat hier met hiv en hepatitis-C besmette chimpansees zitten. Van de 140 chimpansees die door het Biomedical Primate Research Center (BPRC ) in Rijswijk werden gebruikt voor onderzoek, zijn de meeste verhuisd naar dierentuinen. De 28 dieren die besmet waren met gevaarlijke virussen zijn in het najaar van 2006 opgevangen in het speciale beveiligde verblijf van de Stichting AAP in Almere. Daar zullen zij tot hun dood verzorgd worden.

Het was de hoop van David van Gennep en zijn team dat het aangeleerde afwijkende gedrag van de dieren snel minder zou worden onder de verbeterde leefomstandigheden. Maar dat viel erg tegen. Het spook van het verleden zat klaarblijkelijk dieper in de dieren dan gedacht. Het telkens weer opbraken en opnieuw opeten van hun voedsel bleef. De dieren aten ook hun eigen poep. “Als ik dat zie, word ik er helemaal gek van”, zegt Van Gennep, “Dan denk ik: doe dat nou niet! Maar ze kunnen er niet mee stoppen. Ze zijn diep getraumatiseerd en zitten soms uren heen en weer te schudden in een hoekje.”

Van Gennep vermoedt dat er sprake is van een “posttraumatische stress-stoornis”. Het stereotiepe gedrag, alsmaar weer dezelfde handeling uitvoeren, is een manier geworden om met stress om te gaan. “Ze zijn als het ware verslaafd aan dit gedrag, om maar een uitlaatklep voor hun stress te vinden”, zegt Van Gennep. “Normaal leren jonge apen omgaan met stress doordat ze ’s avonds in de armen van hun moeder in slaap kunnen vallen, dat is heel troostrijk. Maar deze dieren zijn in een laboratorium met een flesje grootgebracht en hebben niet geleerd hoe ze hun stress kwijt kunnen raken.”

De chimps hebben in Almere bijna twintig keer zoveel ruimte als in het BPRC en veel meer aandacht van verzorgers. “En met al die gunstige voorwaarden, zie je bij een aantal dieren verdomme het stereotiepe gedrag toenemen!”, uit Van Gennep zijn frustratie. “Nadat de apen hier wat gewend waren, namen de positieve sociale interacties tussen de dieren duidelijk toe en werd de onderlinge agressie minder. Maar tegelijkertijd bleek dat deze dieren niet goed konden omgaan met verrassingen. Het meerdere keren per dag voeren was voor hen ook stress. En ik denk dat ook de grotere ruimte bedreigend voor hen was. ”

Caloriearme voeding

Het plaatste de Stichting AAP de laatste jaren voor een steeds groter dilemma, zegt Van Gennep. “De dieren zaten in hun eigen roes. Het was destijds de keuze van de samenleving om de dieren tot in lengte van dagen te blijven verzorgen. Mensapen nemen een bijzondere positie in, hun beleving is een stuk intensiever dan die van andere apensoorten. Maar nu bleek dat ze een ellendig leven overhouden.”

Van Gennep deed wat hij kon om de situatie te verbeteren. De dieren werden op een dieet van caloriearme voeding gezet, met veel groene groente, zoals selderij en bladgroenten. Dat werd ook nog eens verdeeld over de dag gegeven, zodat ze flink bezig werden gehouden. Daarnaast kregen de dieren medicatie en boden de verzorgers voortdurend nieuwe speeltjes aan, om verveling te voorkomen. “De combinatie van die drie, een beproefd middel uit de kinderpsychologie, blijkt eindelijk resultaat te geven. Laatst zag ik ze op een warme dag voor het eerst op een plateautje naast elkaar genietend in de zon liggen. Dat was echt een opsteker. Het braaksel en poep eten is veel minder geworden en de sociale interactie is toegenomen. We hebben net een wetenschappelijk artikel geschreven waarin we dit succes van de behandeling van de posttraumatische stress beschrijven.”

Dat sommige dieren nog steeds heftig reageren, blijkt als we even later de kooi van de ‘probleemgroep’ benaderen. Het zijn de zes chimps die vlak voor de overdracht in 2006 nog voor een proef besmet werden met hepatitis-C en daarvoor in allerijl zijn samengevoegd. Bij de aanblik van de bezoekers begint een vrouwtje, Iris, hysterisch te gillen en op en neer te springen. Ze laat haar tanden zien en rolt met haar ogen. Dan gaat zij naar Tomas, de leider van de groep. “Daar ben ik enorm blij om”, zegt Van Gennep. “Zij zoekt nu toch steun bij hem, dit zien we pas sinds kort. Daaruit blijkt dat de positieve sociale interacties weer voorzichtig op gang komen.”

Strooisellaag

De hokken in het chimpanseeverblijf in Almere zijn volgens voorschrift een kopie van de oude hokken in het BPRC. Met aan de voorkant kleine isolatiekooien die gebruikt werden om individuele dieren van de groep af te zonderen. Ook de metalen ‘brokkenbakken’ waaruit de dieren voer kregen zitten er nog in. Van Van Gennep had die exacte kopie niet gehoeven, de isolatiekooien blijven nu ongebruikt. De betonnen vloer heeft wel plaatsgemaakt voor een strooisellaag van boomschors, er is veel meer ruimte en de dieren kunnen ook naar buiten. “We wisten dat de overgang groot zou zijn voor de dieren, daarom hebben we er alles aan gedaan om de veranderingen zo geleidelijk mogelijk te maken.”

Van Gennep vertelt dat de chimps vanaf de eerste dag dat zij binnen waren aan het eind van de dag zonder uitzondering een nest maakten om in te slapen. Met hooi, dekens of bladeren. “Dat hadden ze bij het BPRC nooit kunnen doen, maar het is hun instinct, in de vrije natuur doen ze precies hetzelfde. Dat was prachtig om te zien.” Maar wat ook opviel, was dat de dieren zo stil waren. Pas na lange tijd begonnen ze weer geluid te maken, zegt Van Gennep. Nu hoor je regelmatig weer het typische chimpanseegeschreeuw: ‘hoehoehoehaha!’. In het begin wilden de dieren ook nauwelijks naar buiten, maar nu komen ze er graag. De apen krijgen daar verse wilgentwijgen. Ze zijn dol op de bast ervan. Het looizuur daarin is goed voor hun vacht, zegt Van Gennep. De stokken die overblijven, kunnen ze gebruiken om voedsel te bemachtigen. Dat strooien de verzorgers uit op speciale voedselplanken buiten het gaas.

Ondanks al het leed dat hij heeft gezien, denkt Van Gennep genuanceerd over dierproeven: “Het is de prijs die kleeft aan biomedisch onderzoek op mensapen. Zo lang wij als maatschappij vinden dat zulke dierproeven nodig zijn, kunnen we het de wetenschappers van het BPRC niet kwalijk nemen dat zij het uitvoeren.”