Weer streep door migratiebeleid vankabinet

Nederland mag niet langer verblijfsvisa eisen voor Turken die hier kort willen komen werken. Dat concludeert de Raad van State in een recente uitspraak.

De uitspraak is pijnlijk voor de coalitie van VVD, CDA en gedoogpartner PVV. Deze partijen zetten zich juist in om meer drempels op te werpen voor Turkse migranten.

De groep Turken die kort in Nederland komen werken, is substantieel. Vorig jaar kregen ze van de Nederlandse ambassade in Ankara 10.100 verblijfsvisa. Hun aantal stijgt; in 2010 waren het er 8.600.

Alle werknemers van Turkse ondernemingen en Turkse zelfstandigen vallen onder de visumplicht. Dat kan variëren van zakenlieden en bouwvakkers tot vrachtwagenchauffeurs en wetenschappers.

Turken die korter dan drie maanden naar Nederland willen, moeten daarvoor al sinds 1982 een visum aanvragen. Maar de hoogste bestuursrechter concludeert nu dat dit in strijd is met het Associatieverdrag tussen Turkije en de Europese Unie. Het verdrag uit 1963 was bedoeld als voorbereiding op de toetreding van Turkije tot de Unie, en geeft Turkse burgers rechten die normaal aan Unieburgers zijn voorgehouden.

Tijdens de kabinetsformatie in 2010 spraken CDA, VVD en PVV af dat het kabinet zich zou inzetten om het Associatieverdrag tussen de EU en Turkije „zodanig aan te passen dat inwoners van Turkije onder de inburgeringsplicht komen te vallen”. Maar vorig jaar bepaalde de rechter dat Turken de inburgeringsplicht niet kan worden opgelegd. De jongste uitspraak haalt opnieuw een obstakel weg voor Turken die naar Nederland willen.

Vooral voor de PVV is deze terugslag lastig, omdat de partij van Wilders met name vanwege het immigratiebeleid het kabinet gedoogt. PVV’er Sietse Fritsma liet vanochtend weten „momenteel liever geen commentaar te geven”.

De uitspraak van de Raad van State is ook opnieuw een complicatie voor het migratiebeperkende beleid dat het kabinet wil voeren. Pogingen om Europese regels voor gezinsmigratie strenger te maken, lijken weinig kansrijk. Burgemeesters en lokale gemeenschappen verzetten zich regelmatig tegen het uitzetbeleid van minister Gerd Leers (Immigratie en Asiel, CDA). Volgens een woordvoerder van de minister bestudeert Leers „de consequenties van de uitspraak”.