Het ene ei is het andere niet

Aan keus geen gebrek: in de supermarkten zijn wel twintig soorten eieren te koop. Scharrel, vrije uitloop, biologisch – alle ook nog eens voorzien van een of meer keurmerken. Wat gaat er schuil achter fantasienamen als ‘kakelgoud’ en labels als ‘IKB’?

Bij een paasontbijtje hoort een eitje. Maar welk ei stopt de milieubewuste consument deze dagen in de boodschappenkar? In de Nederlandse supermarkten zijn maar liefst twintig soorten eieren te vinden, met een grote variëteit aan keurmerken en duurzaamheidsaanduidingen op de verpakking. Reden genoeg voor de consument om te twijfelen bij het schap.

In Nederland zijn er vier grote eierhandelaren die de supermarkten bevoorraden. Zij beconcurreren elkaar op kwaliteit, prijs en smaak. Als gevolg hiervan zijn er veel eieren om uit te kiezen.

Smaak is bij die keuze overigens niet erg belangrijk, meldt milieuorganisatie Natuur & Milieu, die onderzoek deed naar duurzame eieren in de Nederlandse supermarkten. „Bij eieren is smaak subjectief. Er zijn maar weinig mensen die verschillen tussen eieren kunnen proeven”, zegt een woordvoerder.

Smaakverschil is dus geen reden voor het brede scala aan eisoorten, maar wat dan wel? Wie de verpakkingen bekijkt, ziet dat het verschil tussen de soorten vaak zit in de mate van duurzaamheid, dierenwelzijn en het soort voer dat de kippen krijgen. Zo zijn indicaties als ‘scharrel’, ‘vrije uitloop’ en ‘biologisch’ op de doosjes te lezen: allemaal manieren om de mate van duurzame of diervriendelijke productie van het ei uit te drukken.

Maar vaak wordt ook door de productnamen ten onrechte de suggestie van duurzaamheid gewekt, zegt voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal. „Fantasienamen als ‘kakelgoud’ en ‘maïsei’ betekenen niets, maar suggereren een hoop.” De organisatie onderzoekt momenteel of de consument het aantal keurmerken als verwarrend ervaart en hoe de voorlichting kan worden verbeterd.

Ook Natuur en Milieu noemt de eiermarkt onoverzichtelijk: „Het gaat vaak om kleine verschillen tussen eiersoorten: Als een ei kwalitatief anders is, kan er een grotere marge op. Ook al is er maar een hele kleine verandering, zoals een iets andere voersamenstelling voor de kip. Consumenten betalen ervoor, bijvoorbeeld omdat ze denken dat het gezonder of diervriendelijker is”, zegt de woordvoerder. In het onderzoek stelt de organisatie dat „het nog maar de vraag is of eieren met gezondheidsclaims ook duurzamer zijn.”

Om enig licht in de duisternis te scheppen kan de consument afgaan op de keurmerken die op de verpakkingen staan. Ook hier ligt een mogelijk punt van verwarring: er is een groot aantal eikeurmerken, elk met zijn eigen kwaliteitseisen.

Dat komt deels door het verschil tussen duurzaam en diervriendelijk geproduceerde eieren. Bij diervriendelijk geproduceerde eieren gaat het om de leefruimte die de kippen krijgen en om de omstandigheden waarin zij leven. Keurmerken voor duurzame eieren wegen ook zaken mee als klimaat, energie en uitstoot van schadelijke stoffen.

Wie een ‘goed’ geproduceerd ei wil kopen moet opletten. „Hoe hoger de eisen van het keurmerk, hoe hoger de prijs”, zegt Milieu Centraal. „Door tussensegmenten te creëren kun je als consument dus ook ‘goed doen’ zonder meteen de hoofdprijs te betalen.”

Het Beter Leven Kenmerk van de Dierenbescherming is een voorbeeld van een keurmerk dat bij diervriendelijk geproduceerde eieren op de verpakking prijkt. Maar om bijvoorbeeld aan het Milieukeur te voldoen moeten daarnaast milieueisen gehaald zijn.

Behalve de twee bovengenoemde keurmerken zijn er nog onder meer het CPE-keur (Europees keurmerk voor scharrel en vrije uitloop), Demeter (voor biologisch-dynamische landbouw), EKO (voor biologische producten) en de IKB-aanduiding.

Die laatste kijkt slechts naar kwaliteit van het ei volgens wettelijke eisen, dus naar voer, transport en hygiëne in plaats van duurzaamheid of dierenwelzijn. Het Beter Leven Kenmerk maakt daarbij nog binnen het keurmerk gradaties: eiersoorten krijgen één, twee of drie sterren toegekend, al naar gelang de mate waarin de eieren voldoen aan de eisen van dierenwelzijn.

Behalve de keurmerken staat op elk ei een Europese eicode. Het eerste cijfer van die code geeft aan uit van welk pluimveehouderijsysteem het ei afkomstig is. Hierbij worden vier ‘typen’ eieren onderscheiden: van biologisch (0) en vrije uitloop (1) naar scharrel (2) en legbatterij (3). Deze laatste categorie is sinds 2005 uit de Nederlandse supermarkten verdwenen. „Het scharrelei is sindsdien de ondergrens voor tafeleieren”, aldus Natuur & Milieu.

In het onderzoek van Natuur & Milieu worden alle twintig verkrijgbare eiersoorten gerangschikt op duurzaamheid en dierenwelzijn. Biologisch eieren en Rondeeleieren komen als ‘beste’ uit de bus.

Rondeeleieren komen uit een nieuw stalsysteem, waarin kippen meer ruimte krijgen. Daarnaast is het systeem energiezuinig en ligt de nadruk op reductie van stikstof- en fosfaatuitstoot. Natuur & Milieu lette bij de rangschikking op zaken als mestafzet, voeding, gebruik van soja en leefkwaliteit van kippen. Scharreleieren scoren het slechtst.

Volgens de milieuorganisatie is de consument bereid meer te betalen als een ei op duurzame wijze in de supermarkten terechtkomt. „Uit de Monitor Duurzaam Voedsel 2010 blijkt dat biologische eieren in Nederland zeer in trek zijn. De omzet groeide met 16,7 procent en het marktaandeel van biologische eieren bedraagt inmiddels 7,2 procent. Wij schatten op basis van gegevens van de fabrikant dat het marktaandeel van het andere duurzame ei, het Rondeelei, nu ligt op bijna 1 procent. Meer dan 8 procent van de Nederlanders koopt dus duurzame én diervriendelijke eieren.”

Vorig jaar rond Pasen verkochten alle supermarkten scharreleieren, inmiddels dus de minst duurzame eiersoort in de winkel. Uit het onderzoek van Natuur & Milieu dat vorige week verscheen, blijkt dat bijna 15 procent van de supermarkten daarmee gestopt is.

„Een scharrelkip komt niet buiten en deelt een vierkante meter met acht andere kippen”, aldus Natuur & Milieu. „Het marktaandeel van de beste eieren moet worden vergroot.”

Hoewel het scharrelei nog steeds het vaakst langs de kassa gaat, ziet de milieuorganisatie een verschuiving: consumenten kopen vaker duurzamere eieren. En de biologische eieren staan steeds vaker op ooghoogte, terwijl de scharreleieren naar boven of beneden zijn verplaatst, zo concludeert het onderzoek.

Natuur & Milieu adviseert de consumenten zich door het EKO-keur te laten leiden, of Rondeeleieren te kopen, voor wie de beste eieren wil hebben. „Om het overzichtelijk te houden, kun je de rest vergeten, net als de marketingtrucs om producten duurzaam te laten lijken.”