De mens is nog veel angstaanjagender dan de dood

Deze tijd staat in het teken van het extraverte ideaal. Dat schrijft de Amerikaanse schrijfster Susan Cain in haar boek Quiet. Kenmerken zijn zelfpresentatie, leiderschap, sociale vaardigheden, assertiviteit, verbale competentie, charisma – alom gewaardeerde en nastrevenswaardige kwaliteiten. Het extraverte ideaal hoort bij de westerse cultuur maar is toch in de eerste plaats iets Amerikaans. Cain dateert de opkomst ervan in de eerste helft van de 20ste eeuw, toen de traditionele idealen van karakter en deugden plaatsmaakten voor een moderne charmecultuur. De grondslag hiervoor werd gelegd door de (introverte) Norman Vincent Peale met zijn bestseller How to Win Friends and Influence People (1936). Voor het leiden van een goed leven verschoof het perspectief van innerlijke deugdzaamheid naar populariteit, van inhoudelijkheid naar oppervlakte. De introverten kregen het moeilijk. Terwijl gereserveerdheid en ingetogenheid lange tijd gewaardeerd werden als teken van een goede opvoeding, gelden ze nu als minder wenselijke eigenschappen. Om vooruit te komen in de wereld ben je niet gebaat bij geremdheid. Belangrijker dan de inhoud is hoe een en ander (inclusief jezelf) wordt gepresenteerd. ‘Sociale angst’ heeft inmiddels een plaatsje verworven als officiële ‘stoornis’ in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders van de Amerikaanse vereniging van psychiaters. In de Verenigde Staten staat de angst voor spreken in het openbaar bovenaan de lijst van angsten waar mensen last van hebben, hoger dan de angst voor de dood.

De maatschappij is sterker dan vroeger ingericht volgens de standaarden van het extraverte ideaal. Op scholen wordt niet meer klassikaal lesgegeven aan een verzameling individuen, maar viert het coöperatief onderwijs hoogtij, waarbij leerlingen in groepjes zijn geclusterd en met elkaar moeten samenwerken. Groepsgewijze opvang van kinderen in crèches en na school heeft de privacy van thuis zitten vervangen. Op het werk zijn muren grotendeels geslecht ten faveure van kantoortuinen of open zalen, waarin mensen naast en door elkaar heen werken. De open kantoorruimte geeft meer dynamiek en een makkelijker contact met collega’s, maar de introverte werkers worden er vooral heel moe van.

Schreeuwerig

Quiet is een sympathiek boek dat een lans breekt voor de rustige mens in een schreeuwerige wereld. Alleen wat is introvertie nu precies? Cain hanteert de definitie ‘een voorkeur hebben voor prikkelarme omgevingen’. Verlegenheid bakent zij af als ‘de angst voor sociale afkeuring of vernedering’. Maar in het boek lopen die twee voortdurend in elkaar over. Zonder dat Cain een exact lijstje geeft van kenmerken associeert zij introvertie met: creatief, intellectueel, empathisch, vriendelijk, gewetensvol, hulpvaardig, gecontroleerd, uitstel van behoeftenbevrediging, etc. Dat zijn wel erg veel positieve eigenschappen bij elkaar. Een echte introvert is kennelijk een geweldig interessant en aardig persoon.

De tegenstelling introvert-extravert is een heel basale manier om mensen in te delen, en Cains boek is daarvan een bevestiging. Het is vooral een kwestie van (aangeboren) temperament. Dezelfde indeling in ondernemende versus afwachtende individuen valt trouwens in het hele dierenrijk van chimpansees tot en met fruitvliegjes vast te stellen. Toch bestaan er wel degelijk verschillen tussen culturen. Aziatische culturen hechten, zoals bekend, een veel grotere waarde aan bescheidenheid en jezelf ondergeschikt maken aan de groep dan de westerse individualistische culturen. En dat verschil in waarde wordt ook gereflecteerd in het gedrag van mensen die tot de ene of de andere cultuur behoren.

Angst

Om het nog ingewikkelder te maken, blijken introverten heel goed in staat te zijn om zich anders voor te doen dan ze zijn. Cain geeft veel voorbeelden van mensen die hun angst voor publieke optredens hebben overwonnen, steeds maar weer het publiek aan hun voeten hebben liggen, maar eigenlijk het liefst met een boekje in een hoekje zitten. Pseudo-extraverten noemt zij ze, en introverten zijn heel goed in het voeren van maskers, omdat zij, in tegenstelling tot extraverten, beschikken over veel zelfbeheersing en een groot vermogen tot self-monitoring. Tja, als je jezelf geleerd hebt om je extravert te gedragen, ben je dan nog wel een echte introvert? Wie weet geldt voor extraverten ook wel dat zij een veel dieper innerlijk leven hebben dan zij doen voorkomen. Quiet stelt hiermee het hardnekkige probleem van de authenticiteit aan de orde. Wanneer is er sprake van een authentieke introvert en wanneer van een authentieke extravert? Hoe meer je je hierin verdiept, hoe moeilijker deze vraag te beantwoorden is. Elk gedrag kan immers gefingeerd gedrag zijn. Met blozen als een van de weinige uitzonderingen. Aan blozen kun je de ware introvert herkennen. Gelukkig blozen extraverten ook wel eens.

Susan Cain: Quiet. The Power of Introverts in a World That Can’t Stop Talking. Viking. 333 blz. €21,-. Vertaald door Jan Willem Reitsma als Stil. De kracht van introverte mensen in een wereld vol geklets. De Arbeiderspers, 352 blz. € 24,95