Mobiel net te kwetsbaar om te delen

Ondanks noodmaatregelen is het mobiele netwerk van Vodafone vandaag nog niet hersteld van een ernstige storing. Andere providers inschakelen, zoals de minister wil, is ingewikkeld.

„Momentje, ik moet nu echt eerst naar de crisis-call.” De woordvoerder Vodafone zit volop in de hectiek van een organisatie die kampt met een ernstig probleem: miljoenen klanten zijn boos omdat ze niet kunnen bellen, sms’en of hun voicemail controleren. En in een land met gemiddeld meer dan 1,2 mobiele telefoons per inwoner voelt dat of je tegelijkertijd het water en de elektriciteit afsluit.

De problemen in het netwerk ontstonden dankzij één brand, op één locatie. Vanuit het Rotterdamse knooppunt van Vodafone worden 700 zendmasten in de Randstad aangestuurd. Belangrijker is dat er in het knooppunt ook de klantengegevens opgeslagen liggen van ongeveer een kwart van de 5,3 miljoen Vodafone-klanten.

Mobiele providers hanteren dit Home Location Register, een database waarin bijvoorbeeld voorkeursinstellingen en adresgegevens staan, maar ook of de klant zijn abonnement en facturen betaald heeft of prepaid wil afrekenen. Zonder een controle van deze gegevens komt er geen gesprek tot stand; behalve dan naar noodnummers als 112.

Dit Home Location Register wordt doorgaans op verschillende locaties in het land opgeslagen. Een kwestie van risicospreiding: zo voorkom je dat een ‘incident’ (telecomtaal voor storing) in één keer alle klanten uit de lucht haalt. Maar de afhankelijkheid van die database zorgt er ook voor dat een Vodafone-klant in het buitenland geen verbinding kan krijgen, omdat zijn gegevens liggen opgeslagen op een Rotterdamse server die door bluswater buiten werking is.

Om de problemen in Rotterdam te verhelpen liet Vodafone een noodoplossing aanrukken: een vrachtwagen vol apparatuur die een reservekopie van de klantengegevens bevatte. Vanuit de vrachtwagen moesten de verbindingen met de 700 zendmasten in de Randstad hersteld worden. Dat werd nachtwerk, en in de loop van de ochtend had nog maar de helft van de getroffen klanten (circa 1,5 miljoen) toegang had tot telefonie en sms-berichten.

De problemen met de 3G-verbinding, mobiel dataverkeer, zullen nog minstens enkele dagen aanhouden. Dat komt omdat 3G een ander netwerk is, waarvoor Vodafone nog geen reserveoplossing voorhanden heeft. Klanten vinden het gebrek aan mobiel internet mogelijk nog vervelender dan het uitvallen van spraak- en sms-diensten: het gebruik van 3G is de laatste jaren explosief gestegen dankzij de groei van smartphones en applicaties als WhatsApp of gewoon mobiele e-mail.

De afhankelijkheid van het mobiele net, met name voor het zakenleven, is in Nederland zo groot dat er ook vanuit de politiek wordt geroepen om een methode om dit soort storingen adequater aan te pakken. In een brief aan de Tweede Kamer gaf minister Verhagen (Economische Zaken, CDA) gisteren aan dat hij wil dat telecomproviders elkaar helpen als er bij een van hen een grote storing uitbreekt. Als Vodafone-klanten geen verbinding kunnen krijgen via het eigen netwerk, zouden ze omgeleid moeten worden naar de concurrent. Met andere woorden: KPN en T-Mobile moeten bijspringen en hun overcapaciteit op het eigen netwerk ter beschikking stellen.

Er is wel degelijk behoefte bij de providers om een achtervang te hebben bij grote storingen als die bij Vodafone. Een brand of een stroomstoring kan zich namelijk in elk netwerk voordoen, weten de netwerktechnici. KPN en T-Mobile geven dan ook aan te willen praten over een gezamenlijk backup-systeem. Maar beide providers zijn huiverig voor de consequenties. De mobiele netwerken moeten rekening houden met de privacy: klantengegevens kunnen niet maar zo elders gestald worden. En er zijn juridische consequenties, want opsporingsdiensten willen toegang kunnen hebben tot de locatiegegevens van de bellers.

Als KPN en T-Mobile elk enkele honderdduizenden of zelfs miljoenen klanten van Vodafone zouden moeten verwerken, zou dit onherroepelijk tot problemen leiden op hun eigen netwerk. De netwerken zijn zo ingedeeld dat ze maar een beperkte piekbelasting aankunnen.

Het mobiele netwerk is ook een stuk minder mobiel dan de meeste gebruikers denken: 80 procent van de route loopt via vaste verbindingen zoals glasvezel of straalverbindingen. Alleen het eerste stuk is draadloos, van de telefoon naar de gsm-mast. Hier doen zich de capaciteitsproblemen zich voor.

Je kunt het vergelijken met een autosnelweg die ook dicht slibt als er te veel auto’s van andere wegen op uit komen, legt een netwerkspecialist uit: „Het is zo complex om de netwerkstromen om te leiden, dat de getroffen provider vaak al zelf een noodoplossing getroffen heeft, voordat de concullega’s een helpende hand hebben kunnen bieden.”