Opinie

Klaaglijn

Beeldhouwster Peggy Eras (57) zat drie maanden geleden in de trein van Maastricht naar huis, Hilversum. Tegenover haar in de coupé zat een ouder echtpaar. Twee uur duurt het voordat de trein Utrecht bereikt waar ze moest overstappen. En de vrouw tegenover haar, beweert Peggy, presteerde het om al die tijd, aan een stuk door, te klagen. Over haar buren. Over jongeren. Over de trein. Haar man zweeg. Af en toe bromde hij gelaten. Twee uur lang gevuld met gemopper, gefoeter, gelamenteer.

„Ik vond het enig!” kirt Eras en klapt in haar handen. „Hoe houdt iemand dat zo lang vol!”

Ze is kunstenares. En die moet iets met zoiets. Het resultaat valt te bezichtigen in haar tuin. Daar hangt sinds 1 april een ‘klaaglijn’. Eras heeft over de breedte een waslijn gespannen waar zo’n dertig klachten aan hangen. Ze verzamelde ze door het hele land en schreef ze over op linnen doeken.

„Ik moet altijd afwassen!” „Buren! Bind je poes een belletje om! Ze vreten mijn merels op!” „Iedereen laat overal ergens iets slingeren!”

„Er is een verschil tussen klagen en zeuren”, zegt Eras. „Klagen is leuk, dat doen wij Nederlanders graag.”

Ze ziet een verband tussen onze klagerige aard en een vorige week verschenen SCP-onderzoek waarin Nederlanders zich tegelijkertijd pessimistisch uiten over de staat van het land, en tevreden over hun eigen leven.

„We klagen over onze omgeving, over anderen. Maar over onszelf hebben we natuurlijk nooit wat te klagen. Ik deug, de anderen niet – dat idee.”

Ik zou gek worden. Al dat gezeik in mijn tuin. Maar Eras geniet. Op haar werktafel ligt een boek met daarin de klachten, daarnaast een pot stiften en een stapel linnen doeken, klaar om beschreven te worden. Ze gaat er mee door tot het einde van dit jaar. Daarna wil ze de klaaglijn exposeren op een openbare plek.

„En je denkt echt dat mensen er op uit zullen trekken om het gezeur van anderen te lezen?”

„Je had afgelopen zondag bij de opening moeten zijn”, zegt Eras. „Mensen vonden het geweldig om het geklaag te lezen. Dan gaan ze klagen dat anderen over niets klagen.”

Zelf is ze niet zo een klager. Ik neem het meteen van haar aan. Lang geleden dat ik zo’n optimistische en giechelige Nederlander tegenkwam.

Is de klagende Nederlander niet een cliché? Eras vertelt over het kunstproject dat ze laatst met asielzoekers uitvoerde. Getraumatiseerde jongeren die in angst leven of ze hier wel of niet mogen blijven. Je hoorde ze zelden klagen over kleinigheden, ze hadden wel andere dingen aan hun hoofd.

Dus ja, het is typisch Nederlands om te klagen over niets. We hebben die luxe om uitvoerig stil te staan bij een tomtom die de weg niet weet, zoals op een van de doeken aan de klaaglijn is geschreven.

„Mag ik ook iets schrijven?” vraag ik Eras. Ik krijg een stift en een doek en schrijf: „HOU OP MET KLAGEN!”