Herzliebster Jesu, was hast du verbrochen

De jongens van het Haags Matrozenkoor hebben al tientallen Matthäussen gedaan. Het verveelt nooit. „Er gebeurt zoveel.”

Oh, oh, oh, oh, oh, oh, oh oh, oh, oh, ooooooooooh.Ie, ie, ie, ie, ie, ie, ie, ie, ie, ieeeeeeeeeeeeeeeeeee.Oe, oe, oe, oe, oe, oe, oeeeeeeee.

Negentien jongens staan in een halve cirkel. Een paar kuifjes, een paar brilletjes, allemaal sneakers. Ze zingen precies na wat dirigent Daniël Salbert vanachter de piano aangeeft. Van laag naar hoog en weer laag. Ze beginnen steeds hoger. Het klinkt ongehoord zuiver.

Philip Heukensfeldt Jansen (10) steekt zijn vinger op. „Excuses”, zegt hij tegen de dirigent. „Ik ben dit weekend naar een voetbalwedstrijd geweest. Ik ben een beetje schor.”

Het Haags Matrozenkoor oefent elke maandag- en vrijdagavond in de Haagse Kloosterkerk. Nu zingt de C-klas (9-14 jaar), de B2-klas (7-9 jaar) is net luidruchtig weggestommeld. De jongens zitten in de statige ministeriekamer waar de ouders op hen wachten, achter een glas limonade.

Deze tijd is extra spannend voor de jongens, want Pasen komt eraan. Dat betekent de Matthäus Passion zingen. Dat is toch wel het hoogtepunt van het jaar, zegt Jaco Baak, vader van Tom (10).

Dirigent Salbert neemt met de C-klas de opstelling van het jongenskoor tijdens de Matthäus door. „Als de dirigent binnenkomt, staan jullie op. Wat doen jullie als de dirigent zijn hand van boven naar beneden beweegt?”

Een van de jongens: „Dan gaan we zitten?”

Nee, zegt Salbert. „Het orkest mag gaan zitten. Maar wij blijven staan.”

En daar gaan ze weer: Nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee, neeeeeeeeh.

Ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, jaaaaaaah.

Rutger van Nunen (13) heeft er al 32 Matthäussen opzitten. Hij zit vijf jaar bij het Matrozenkoor. Hij vindt het heerlijk. Als kleuter liep hij al te neuriën. Hij blijft in de C-klas tot hij de baard in de keel krijgt. Dat zou nu zomaar kunnen gebeuren. Dan hoeft hij trouwens niet van koor af. Voor die jongens is er een apart klasje.

Philip heeft 13 Matthäussen gezongen. „Er zit lekker veel publiek bij.” Alleen voor zijn eerste Matthäus was hij zenuwachtig. Toen heeft hij even op de wc flink in de lucht staan boksen. Daarna was hij zijn energie kwijt. „Ik kon rustig zingen.”

De Matthäus verveelt nooit, zegt hij. „Er gebeurt zoveel. Je luistert naar de muziek, kijkt naar het publiek en naar de muzikanten.”

De eerste keer dat hij zijn matrozenpak aantrok, moest hij wel lachen. „Ik dacht: ‘Wow, gaan we de zee op?’ ” Hij is er nu volkomen aan gewend.

Het ziet er geweldig uit, zegt voorzitter Jean Pierre de Vos. Zijn zoon Matthys zit ook op het koor. „Als ze de kerk binnenkomen, hoor je het publiek zuchten. Oooooh.”

Er zijn jongens die niet in hun matrozenkleding over straat willen. Dat vinden ze niet stoer. „Zingen is minder cool dan voetballen”, zegt Jaco Baak. „Maar je doet wel iets origineels.”

„Ze zitten ook op voetbal en hockey”, zegt secretaris Justine Patijn. Haar zoon Alexander zingt in de C-klas. Het zijn gewone jongens, wil ze maar zeggen. „Vrijwel alle kinderen vinden het leuk om te zingen. Dat gevoel vervaagt als er niets mee wordt gedaan. Op scholen is er steeds minder geld voor muziek en zanglessen.”

„Mijn zoon vindt de kinderen hier aardiger dan op voetbal”, zegt de moeder van Max.

„In matrozenpak zien ze eruit als engeltjes”, grijnst Jaco Baak. „Maar als het lang duurt bij concerten zijn ze met moeite in toom te houden. Eerst gaat het nog wel, met Donald Ducks en koekjes. Maar na een tijdje moet de energie eruit. Naar buiten sturen is niet slim met die pakjes aan.”

Jean Pierre de Vos: „We laten ze wel een paar rondjes rond de kerk rennen.”

Baak: „En als ze dan gaan eten, ook zo’n ramp. Óf allemaal de kiel uit. Óf allemaal de jas aan.”

Hun kinderen wilden zelf op het koor, vertellen de ouders. Ze moeten twee keer in de week oefenen en regelmatig optreden, dat kan alleen als je het leuk vindt.

„Meestal krijgen ze wel wat van huis uit mee”, zegt Baak. „Je zit hier geen jongens met ouders die niets met muziek hebben.”

Vroeger kwamen de matrozen uit alle lagen van de bevolking, zegt secretaris Patijn. De jongens van nu hebben ouders die meestal toch al wel een kaartje zouden kopen voor de Matthäus Passion. Patijn: „We proberen wel heel actief jongens te trekken die thuis nooit klassieke muziek horen.”

Vijf Matthäussen zingen, zo rond Pasen, vindt Patijn het maximum voor de jongens. Het zijn er ook wel eens meer geweest. Dan gaat de rek eruit.” Jean Pierre de Vos: „Het is vermoeiend voor die kinderen. Op Goede Vrijdag zingen ze twee keer. Maar ze hoeven niet tot het einde te blijven. In de pauze verdwijnt het jongenskoor.”

De 19 jongens van de C-klas zingen: Herzliebster Jesu, was hast du verbrochen, Daß man ein solch scharf Urteil hat gesprochen? Naar voren kijken, roept de dirigent. „Dan komt er veel meer geluid uit. We moeten straks de hele kerk bereiken. En let op die laatste noot. Hou die aan.”

De jongens beginnen te wiebelen. Een krijgt een duw van de jongen achter hem. De voorste geeft een mep terug. „Hé”, roept de dirigent. „Nog even opletten, mannen.”

Philip komt na de les nog even wat rechtzetten: hij heeft geen 13 Matthäussen gezongen, maar acht. Hij had de vijf die hij straks gaat zingen er vast bij geteld.