Financiële buffer zes woningbouwcorporaties te klein

Nieuwbouw van Vestia in Den Haag. Foto NRC / Bas Czerwinski

Zes woningbouwcorporaties kunnen in financiële problemen komen als de rente met 1 procent daalt. Ze moeten dan geld bijstorten maar hun financiële buffer is daarvoor te klein. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV), de financieel toezichthouder op de corporaties.

Het onderzoek is vanmiddag door minister Spies (Binnenlandse Zaken, CDA) naar de Tweede Kamer gestuurd. Het buffertekort van de zes samen bedraagt 178 miljoen. Het gaat om de corporaties Portaal, De Woonplaats, Woonwaard Noord-Kennemerland, Mooiland, Zayas en Wooninvest. Twee andere corporaties, Humanitas en Elkien, dreigden ook in problemen te komen maar hebben hun tekort inmiddels aangezuiverd. Het CFV heeft 55 corporaties met derivatencontracten (renteverzekeringen) onderworpen aan een stresstest. 47 van hen doorstonden de test goed.

Stresstest na problemen Vestia

Het CFV besloot tot de stresstest nadat woningbouwcorporatie Vestia, de grootste corporatie van Nederland, in grote problemen was geraakt door het afsluiten van derivatencontracten. Corporaties proberen zich zo te verzekeren tegen rentestijgingen. Maar als de rente daalt, moeten ze juist geld bijstorten bij de bank.

De bedragen zijn aanzienlijk lager dan bij Vestia, dat inmiddels al 1,5 miljard heeft moeten bijstorten. CFV-directeur Jan van der Moolen:

“Ogenschijnlijk lijkt de schade mee te vallen. Maar elke miljoen is er natuurlijk een te veel en acht corporaties voldeden niet aan de norm. Je kunt in elk geval concluderen dat er te weinig deskundigheid is bij corporaties over derivaten.”

De corporaties nemen nu maatregelen, zegt Van der Moolen. Ze kunnen bijvoorbeeld hun derivatenportefeuille afbouwen. Een andere mogelijkheid is hun buffer te versterken door de huren te verhogen of meer woningen te verkopen.

Het CFV zal de zes corporaties in mei opnieuw aan een onderzoek onderwerpen.