Echt waar, fossiele brandstof krijgt subsidie

Steam is emitted from an oil refinery in Yokohama, south of Tokyo in this January 26, 2011 file photo. Japanese refiners have secured a clause in annual contracts with Iran that exempts them from incurring a penalty if international sanctions prevent crude buyers from taking delivery of Iranian oil, industry sources said on April 3, 2012. International sanctions are making it tough for refiners to find shippers for the oil, insurers to underwrite the trade, and banks to clear payments for Iran's principal export. REUTERS/Kim Kyung-Hoon/Files (JAPAN - Tags: BUSINESS COMMODITIES ENERGY POLITICS)

De opmerking in mijn blogje van gisteren van OESO-milieudirecteur Simon Upton (morgen in NRC handelsblad een interview met hem) over subsidie op fossiele brandstoffen roept kennelijk veel ongeloof op. Dat snap ik wel, het klinkt natuurlijk ook heel onlogisch om grondstoffen waar we vanaf zouden willen kunstmatig goedkoop te houden. Toch is het waar.

Een bekend voorbeeld is de bruinkoolindustrie in Duitsland. Het in stand houden van die mijnbouw kost Duitsland veel geld. Dat het toch gebeurt, heeft maatschappelijke redenen. Politici durven het niet goed aan om er een einde aan te maken en verantwoordelijk te worden gesteld voor het ontslag van mijnbouwers. Overigens heeft de Europese Unie Duitsland ertoe gedwongen de subsidie af te bouwen.

Uit onderzoek van Evironmental Law InstituteUit onderzoek van Evironmental Law Institute

In 2009 deed het Environmental Law Institute samen met het Woodrow Wilson International Center for Scholars een onderzoek naar de subsidiëring. Zij concludeerden:

The research demonstrates that the federal government provided substantially larger subsidies to fossil fuels than to renewables. Fossil fuels benefited from approximately $72 billion over the seven-year period, while subsidies for renewable fuels totaled only $29 billion. More than half the subsidies for renewables—$16.8 billion—are attributable to corn-based ethanol, the climate effects of which are hotly disputed. Of the fossil fuel subsidies, $70.2 billion went to traditional sources—such as coal and oil—and $2.3 billion went to carbon capture and storage, which is designed to reduce greenhouse gas emissions from coal-fired power plants. Thus, energy subsidies highly favored energy sources that emit high levels of greenhouse gases over sources that would decrease our climate footprint.

Het meeste geld wordt uitgegeven in ontwikkelingslanden en opkomende economieën, maar ook de meeste rijke landen bezondigen zich nog ruimschoots aan deze vorm van subsidiëring, een marktverstoring met negatieve gevolgen voor het klimaat. Kijk bijvoorbeeld naar deze grafiek van het Internationaal Energie Agentschap (IEA), afkomstig uit hun World Energy Outlook 2011.

Uit World Energy Outlook 2011Uit World Energy Outlook 2011

Bloomberg had er een uitstekend nieuwsbericht over, waarin wordt uitgelegd dat er zes keer zoveel subsidie gaat naar fossiele brandstof dan naar duurzame energiebronnen. Als we op de huidige voet doorgaan met subsidies voor olie, gas en steenkool, verwacht het IEA dat ze in 2020 zijn gestegen tot 660 miljard dollar.

In The Guardian legt Fatih Birol, hoofdeconoom van het IEA, uit dat het afschaffen van die subsidie in 2015 zou kunnen leiden tot een reductie van de CO2-uitstoot met 750 miljoen ton. Birol maakt duidelijk dat deze vorm van subsidie wereldwijd vooral ten goede komt aan de midden- en hogere inkomens. ‘Slechts 8 procent van de 409 miljard dollar die in 2010 werd uitgegeven aan fossiele brandstof subsidie, kwam ten goede aan de 20 procent armsten van de bevolking’.

De meeste rijke landen beseffen intussen heel goed dat dit soort subsidies onverstandig en weinig effectief zijn. De G20 besloot daarom in 2009 al om ze op middellange termijn af te schaffen. Dat standpunt hebben ze nog eens bevestigd in 2010 en onderbouwd met een rapport van onder andere de Wereldbank, de OESO en het IEA in 2011.

Bij de presentatie van de Energy Outlook zei OESO-secretaries-generaal Angel Gurria daarom:

‘As [nations] look for policy responses to the worst economic crisis of our lifetimes, phasing out subsidies is an obvious way to help governments meet their economic, environmental and social goals.’

In NRC Handelsblad schreef energieredacteur Marcel Aan de Brugh twee jaar geleden een groot verhaal over subsidie van ‘groene en grijze stroom’ in Nederland. Daarin was bijvoorbeeld te lezen:

Hoogleraar [innovatiemanagement aan de Technische Universiteit Delft Cees] van Beers wil in ieder geval het idee uit de wereld helpen dat alleen groene stroom subsidie krijgt. Dit jaar gaat er 2 miljard euro naar de Stimulering Duurzame Energieregeling (SDE). Maar hetzelfde bedrag gaat jaarlijks naar grijze stroom, zegt Van Beers. Alleen, dat is verhuld. Bedrijven zoals Hoogovens, Akzo en DSM, die veel elektriciteit en gas verbruiken, krijgen vrijstelling van het betalen van energiebelasting. Aangezien ze vooral grijze stroom gebruiken, is de steun een verkapte subsidie, zegt Van Beers. Hij berekende, samen met milieueconoom Jeroen van den Bergh van de Vrije Universiteit Amsterdam, dat het om een bedrag gaat van jaarlijks 2 miljard euro. Als Van der Hoeven die steun zou afschaffen, wordt het speelveld tussen grijze en groene stroom veel gelijker, zegt Van Beers. „Maar dat durft ze niet gezien de machtige lobby van de industrie.”

Verder schreef Aan de Brugh:

Nu krijgen kolencentrales vanuit Brussel en de individuele lidstaten miljarden om de technologie voor ondergrondse opslag van CO2 te ontwikkelen. En in kernenergie investeert niemand zonder de zekerheid van staatsgaranties. Anders zijn de risico’s op kostenoverschrijdingen te groot.

En nu we het er toch over hebben, ook als het om lobbygeld gaat, doen de fossiele clubs het nog steeds erg goed. De website OpenSecrets.org houdt bij hoeveel geld bedrijven (in de VS) besteden aan het beïnvloeden van politici. Vergelijk de cijfers uit 2011 maar eens: hier voor de olie- en gasindustrie en hier voor de alternatieve energie.

    • Paul Luttikhuis