Berg en Schwarz kregen durf van Noord-Hollands zeelicht

Else Berg en Mommie Schwarz – Schilderspaar uit de Nederlandse avant-garde. T/m 24/6 in het Joods Historisch Museum, Amsterdam. Ma-zo 11–17 uur. Inl: www.jhm.nl ***

Hun signaturen werden weggekrast en hun namen uit overzichtswerken verwijderd. Toch hebben de Joodse kunstenaars Else Berg (1877-1942) en haar neef Mommie Schwarz (1876-1942) na zeventig jaar weer een plek in hun thuisstad Amsterdam weten te veroveren. Voor het eerst is in het Joods Historisch Museum een overzichtstentoonstelling van het schilders- en liefdespaar te zien. Werk van het duo, dat vanaf 1914 deel uitmaakte van de kunstenaarskolonie in het Noord-Hollandse dorp Bergen, zal tezamen met werk van bevriende tijdgenoten als Leo Gestel en Charley Toorop geëxposeerd worden. Aangevuld met werken uit de collecties van het Stedelijk Museum, het Singer Museum en particuliere verzamelaars vormt de expositie van ruim tachtig schilderijen en tekeningen een overzicht van de door de Tweede Wereldoorlog in vergetelheid geraakte kunstenaars. Ze mochten niet meer exposeren en hun werk werd uit overzichten verwijderd.

Van een volgens velen „uitspattend schilderstalent” tot vergeten schilder: het typeert de carrière van de meest onderbelichte kunstenaar van de twee, Samuel Leser (Mommie) Schwarz. Waar hij in eerste instantie werd geroemd om zijn expressionistische kleurgebruik, geïnspireerd door het werk van Kandinsky, werd hij al snel door kunstcritici tot het verdomhoekje veroordeeld.

Dit in tegenstelling tot zijn nicht Else Berg, wier werk aan de lopende band lovende kritieken ontving. Haar romantische en mysterieuze werken, verwijzend naar de christelijke symboliek en antroposofie vormden een schril contrast met de nieuwe zakelijkheid en moderne beeldtaal van Schwarz. Het is waarschijnlijk het vrolijke karakter van het werk van Berg geweest, ook wel bestempeld als „wonderlijke speelgoedwereld” en bovendien sterk afwijkend van de krachtige en dreigende schaduwpartijen van Schwarz, die haar werk uitermate geliefd maakte.

Toch zorgden de intensieve samenwerking en de vele reizen die ze samen maakten ook voor grote overeenkomsten tussen hun werk. Zo lijken de kubistische elementen in de weergave van de boomkruinen in Landschap met knotwilgen (1918) van Berg sterk op de donkere kubistische vormen en figuren op Ladende schippers (1914) van Schwarz. Ook de stillevens met kenmerkende blauwe glaasjes en het opvallende schuine perspectief vormen herkenningspunten voor de tijd die ze samen doorbrachten, veelal in hun gezamenlijke atelier.

Echte overeenstemming bereikten de twee echter pas tijdens hun verblijfperiodes in Bergen, waar ze zich vanaf 1914 langere tijd ophielden in de schilderskolonie. De bijzondere lichtinval van dit Noord-Hollandse dorp vormde voor Berg en Schwarz een grote inspiratiebron. Na een bezoek aan hun vriend Leo Gestel werd hun kleurgebruik gedurfder: felle details overheersen in deze periode.

Ondanks financiële strubbelingen ondernamen ze, afzonderlijk en samen, een groot aantal reizen en exposeerden ze regelmatig. Tot de Tweede Wereldoorlog uitbrak. En hoewel Berg en Schwarz zo veel mogelijk werk onderbrachten bij vrienden vertikten ze zich te laten tegen houden door de oorlog. Ze weigerden een Jodenster te dragen en verlieten hun onderduikplaats in Baambrugge om terug te keren naar hun Amsterdamse atelier.

Impressies van een besneeuwd Sarphatipark zijn in 1942 laatste bekende werken van de twee. Een tekenend beeld voor de benauwende onzekerheid en het isolement waarin zij verkeerden, en bovendien een grimmige voorbode: op 12 november 1942 werden Berg en Schwarz gedeporteerd naar Westerbork en op transport gesteld naar Auschwitz waar ze een week vergast werden, 65 en 66 jaar oud. Hun woning wordt leeggeroofd en hun kunst raakte in vergetelheid.