Wroeten in de ziel - wat levert dat op?

Achttien NRC-lezers deden mee aan een filosofisch experiment. Ze keken elkaar diep in de ogen, de spiegels van de ziel.

Verslaggever

Voor een kijkje in de ziel zet Guido (47) zijn bril af. Hij gaat zitten op een kruk, krijgt een verhullende sluier om en ‘klik’, de foto van zijn ogen is gemaakt.

Het is de entree die alle achttien deelnemers aan dit NRC Soul Masqué vorige week ondergingen. Na een oproep in Mens& hebben zij zich aangemeld voor een filosofische workshop, waarin ze zullen wroeten in hun eigen en andermans ziel. Dit alles als voorproefje voor een zelfde programma, maar dan met honderden mensen, in de Nacht van de Filosofie volgende week vrijdag, 13 april, in Amsterdam.

De avond wordt begeleid door drie jonge filosofen van de stichting Brandstof, ‘denkstation voor levensideeën’. Brandstof maakt programma’s over alledaagse onderwerpen, geïnspireerd op de Engelse School of Life, waarvan de Britse filosoof Alain de Botton de voortrekker is. Het souterrain van het Nieuw Rotterdamsch Café (NRC) aan de Witte de Withstraat (waar deze krant ooit was gevestigd) is zo intiem mogelijk gemaakt. Afgeschermde ramen, rustieke stompkaarsen en Marokkaanse schalen moeten de poorten naar de ziel doen openen. Het deelnemersveld is divers, gezien de tussenstand op een rondgaand briefje voor de keuze van het hoofdgerecht (7 vis, 6 vlees, 3 vega). Jong, oud, man, vrouw, gelovig, atheïst.

Guido, een slanke man met een T-shirt vol cassettebandjes, gelooft vooral in de harde realiteit. Hij leest boeken over Einstein, Newton en Huygens. De oproep voor deze avond in de krant wekte zijn nieuwsgierigheid. Weet hij eigenlijk wel wie hij is? En hoe kom je daar achter?

„Via de ogen gaan we proberen tot onze ziel door te dringen”, kondigt de workshopleider van Brandstof aan. „Want, zoals Leonardo da Vinci al zei: ‘De ogen zijn de spiegel van de ziel’.”

Makkelijk zal de zoektocht niet zijn. Wij, mensen, verbergen ons achter tal van maskers. Het Latijnse woord voor masker is persona – dat zegt al genoeg. Eén mens speelt in het dagelijks leven de rollen van verschillende personages. Welke? En vooral: schuilt er één ziel achter al onze maskers? De deelnemers gaan proberen zichzelf en elkaar te ontmaskeren. En zo belandt Guido aan tafel met uitvaartleider Danielle en creatief ondernemer André.

Guido: „Ik heb altijd een masker op.”

Danielle: „Ook thuis?”

Guido: „Ik wel.”

Danielle: „Thuis moet je zijn wie je bent.”

André: „Met een masker verhul je onzekerheid, zenuwachtigheid, gevoelens, emoties. Toestanden die je in je hebt.”

Danielle: „Mijn masker is dat ik altijd doe wat anderen van mij verwachten. Ik bedek alles wat buiten dat beeld valt. Zie het als een dwangmatige vorm van beleefdheid, zo ben ik opgevoed.”

Guido: „Op dit moment draag ik het masker van de geïnteresseerde. Een goed masker voor moeilijke, onzekere situaties als deze.”

Maskers af, we stoten door naar de ziel. Maar, wat is dat eigenlijk – de ziel? Filosoof en theoloog Hedda Maria Post, auteur van het boek Metaforen van de Ziel, doet een poging de ziel te definiëren. Griekse, joodse, Romeinse christelijke visies passeren de revue.

De ziel, zegt Post, is bij de Grieken hoe dan ook méér dan het lichaam. Homerus had er al ideeën over. Het ‘vitaliteitsprincipe’, dat de mens bij de dood verliet en als een schaduw, een schim in de Hades voortleefde, noemde hij psyche. In de Griekse lyriek en mysteriereligies werd de ziel daarbij ook gezien als de essentie van een persoon. De ziel bestond al voordat de mens er was en leefde voort wanneer de mens stierf. In welke vorm – dat hing af van het leven dat een mens had geleid. Contemplatie en wetenschap (wiskunde) konden de ziel reinigen en ervoor zorgen dat deze goed werd wedergeboren.”

De discussie die de deelnemers aan de workshop vervolgens voeren over de diverse tradities en definities van het begrip ‘ziel’ eindigt met een opmerking uit de zaal. „Als je het over de ziel hebt, kun je blijkbaar volledig langs elkaar heen praten.”

Hoogste tijd nu om te gaan wroeten in elkaars ziel. Op een videoscherm komen de ogen van alle deelnemers voorbij, getoond op de foto’s die aan begin van de avond zijn gemaakt. De opdracht luidt: noteer in enkele trefwoorden wat je in ieders ogen ziet. Die trefwoorden vormen het uitgangspunt voor vier ‘souldates’ van vijf minuten, waarin de deelnemers elkaars innerlijk gaan verkennen.

‘Leeg’, noteerde Guido toen hij zijn eigen ogen zag langskomen. Hij kijkt gewoon niet zo vaak in zijn eigen ogen, zegt hij, is misschien wel bang voor zijn eigen ziel. En wat het oordeel over zijn ogen ook niet helpt: „Ik draag geen eyeliner.”

Guido legt zijn ziel op tafel bij Lucinda (26). Ze zegt: „Ik had bij jouw ogen ‘moe’ genoteerd.”

Guido: „Ik vind het leven ook wel zwaar.”

Lucinda: „Heb je weinig hoop?”

Guido: „Dit is hoe mijn brein is gemaakt. Ik denk dat je geluk hebt als je wordt geboren met een positieve levensinstelling. Ik ervaar mijn levensvisie als realistisch.”

Lucinda: „Wat maakt voor jou het leven leefbaar?”

Guido: „Ik ervaar het leven als zinloos: je leeft en je gaat dood. Ik zou ook op een berg kunnen gaan zitten, zodat niemand last van mij heeft. De enige zingeving die ik me kan voorstellen, is dat je wat kunt betekenen voor de ander.”

Zielsverwantschap – het is een thema dat ook filosoof Jan Drost deze avond aansnijdt. Hoe vindt een mens z’n ‘wederhelft’? ‘Halve individuen’, eeuwig op jacht naar twee-eenheid. Al sinds Plato vertellen mensen aan elkaar dat zielen niet op zichzelf staan en dat ze streven naar samensmelting met andere zielen. Maar, zegt Drost, liefde als drijfveer voor samensmelting is „een romantisch misverstand” – naar de titel van zijn vorig jaar verschenen boek. „Juist mensen die hun huwelijk als een hechte eenheid willen ervaren, belanden bij de relatietherapeut. Als we echt met de ander zouden samensmelten, wie is er dan nog over om lief te hebben?”

Drost vraagt zich af of we, door te wroeten in de ziel van ‘de ander’, sowieso wel elkaar kunnen vinden. Zijn de ogen wel de spiegel van de ziel? Is, zo betoogt Drost, dat wat we in andermans ogen zien, niet vooral wat we er graag in wíllen zien? Zien we niet vooral de reflectie van onze eigen verbeelding?

En zo blijft de ziel ook na deze workshop een even ongrijpbaar als intrigerend fenomeen. Guido concludeert bij de slotopdracht van de avond, waarin de deelnemers een ‘ode aan hun eigen ziel’ schrijven: ‘(…) Onkenbaar voor die ander, maar ook voor mezelf, en bovenal niet van plan te veranderen.’

April is Maand van de Filosofie, met dit jaar als thema de ziel. Op 13 april is de 11de editie van de Filosofie Nacht. Lees meer op: www.maandvandefilosofie.nl