Waterwild

De singels achter het Centraal Station in Rotterdam worden bewoond door een wonderlijk samenraapsel van handtam waterwild. Vooral in de Provenierssingel zwemmen behalve de gebruikelijke wilde en soepeenden, meerkoeten en nijlganzen ook Canadese ganzen, brandganzen, exotische talingen en twee onafscheidelijke witgrijze ganzen. Over de identiteit van dit koppel wordt al jaren gediscussieerd. Is het een kruising tussen een keizergans (Chen canagica) en een witte tamme gans, of tussen keizergans en Ross-gans (Chen rossii)? Zelfs kenners komen er niet uit. Ondanks hun onbekende erfelijke basis, leefden beide bastaarden vreedzaam samen met de andere singelganzen. Tot er begin dit jaar een knobbelzwanenpaar verscheen.

Het zwanenmannetje duldt geen ander waterwild in zijn nabijheid. Alleen de bastaardganzen laten zich niet intimideren. Sterker nog, zij verblijven sindsdien constant in zijn kielzog, net buiten het bereik van zijn sissende en pikkende snavel. Het gaat maar door, ze slapen zelfs bij de zwaan. Een vlucht naar de nabijgelegen Spoorsingel mocht niet baten: het tweetal blijft volgen. Buurtbewoners vragen zich af of dit stalken normaal is.

Het gedrag is verklaarbaar. Vermoedelijk was de eerste aanblik van de bastaardgansjes nadat ze (in gevangenschap) uit het ei kropen niet hun biologische moeder, maar een zwaan die ze toen als oudervogel adopteerden. Dit fenomeen heet ‘imprinting’. Een hernieuwde kennismaking met een zwaan in de Provenierssingel heeft hun ingeprente liefde voor hun surrogaatmoeder weer aangewakkerd, tot groot ongenoegen van het slachtoffer.