Stad van Verdi vecht tegen corruptie

De stad Parma is Italië in het klein: elegant en zuchtend onder ernstige corruptie. De bevolking heeft er genoeg van, maar wint de nieuwe politiek het van oude? Deel een van een serie verhalen over Italië onder hervormingspremier Mario Monti.

Piazza Garibaldi, het centrale plein van Parma. De stad kiest volgende maand een nieuwe burgemeester.
Piazza Garibaldi, het centrale plein van Parma. De stad kiest volgende maand een nieuwe burgemeester. Foto AFP

Ooit stond op het stationsplein van Parma een standbeeld voor Giuseppe Verdi. Om de operacomponist heen dansten 28 marmeren allegorieën; de opera’s die hij componeerde. Ze zijn al decennia verdwenen.

Sinds kort, zo laat economiestudent Alessandro Greco zien, gaapt op het plein een diepe krater, waarin een ondergronds busstation moet ontstaan.

Maar het geld is op. „Op deze plek is het gemeentelijk begrotingsgat tastbaar: honderd bij honderd meter, tien meter diep.” In geld uitgedrukt: 630 miljoen euro. Het stationnetje zelf is ook onttakeld. Er bovenuit steekt een constructie van glas en staal die niet is afgebouwd.

Achter het station rijst een grote wijk met appartementengebouwen op. De kranen staan stil. De huizen zijn te duur. Niemand wil er wonen. In Parma is op grote schaal gespeculeerd in de bouw. „Vijfduizend appartementen staan leeg”, zegt burgemeesterskandidaat en ex-wethouder Roberto Ghiretti.

Het elegante ex-groothertogdom, stad van ham en kaas, van pleinen en paleizen, van Verdi en vioolvirtuoos Paganini, staat model voor al het lekkers en moois dat Italië te bieden heeft. Maar ook voor de misstanden: corruptie, megalomane projecten van egoïstische bestuurders en grote overheidsschulden.

Het gemeentebestuur is door de Italiaanse overheid onder curatele gesteld, eigenlijk precies zoals Italië onder curatele staat van premier Mario Monti. De technocratische premier wil de wijdverspreide corruptie aanpakken met nieuwe wetgeving, maar wordt stevig tegengewerkt door de partij van Silvio Berlusconi, die zijn belangen goed bewaakt.

De grote vraag is of de nieuwe politiek het van de oude kan winnen – in Parma, en in heel Italië.

Officier van justitie Gerardo Laguardia van Parma hoopt vurig dat Monti slaagt, want hij „haat” corruptie, „omdat het eerlijke burgers het vertrouwen in de overheid ontneemt.” Zelf heeft hij het vizier gericht op het gemeentebestuur van zijn stad. Eén wethouder is opgepakt en tegen elf van de twaalf andere wethouders loopt een juridisch onderzoek wegens corruptie, het aannemen van steekpenningen en machtsmisbruik.

Laguardia (zijn naam betekent ‘de wacht’) maakte een decennium geleden naam door met een handvol medewerkers de melkmultinational Parmalat te vellen. Ze brachten samen een megafraude van 14 miljard euro aan het licht en kregen de machtige topman CalistoTanzi achter de tralies – een wonder in Italië, waar de machtigen vaak vrijuit gaan.

Laguardia vertelt hoe bestuurders in Parma probeerden almaar rijker te worden, ten koste van de publieke zaak. Steekpenningen eindigden op rekeningen van verloofden en echtgenoten. Gemeenteambtenaren die een oogje dichtknepen, konden een iPad krijgen. Het hoofd van de politie liet zijn tuin herinrichten in ruil voor het verlenen van opdrachten aan bedrijven. Projectontwikkelaars kregen onterecht een vergunning om een monumentaal en beschermd ziekenhuis uit de vijftiende eeuw tot een luxehotel om te toveren. Een wethouder gunde in ruil voor 10.000 euro aan een bedrijf de bereiding voor de warme lunch voor de lokale kleuterscholen. De kerstverlichting kostte de stad 15.000 euro, maar is nooit ergens aangetroffen.

„Het gaat tot nu toe om 300.000 euro aan steekpenningen. Weinig in vergelijking met wat er in Milaan en elders gebeurt, maar Parma is met 180.000 inwoners ook maar een klein stadje.’’ Laguardia stelt dat er een verschil is tussen de corruptie van twintig jaar geleden en die van nu. „Toen stalen politici voor de partijkas. Nu doen ze het voor zichzelf en hun familie.’’

Slaand op potten en pannen eisten de boze inwoners van Parma afgelopen zomer het aftreden van de centrum-rechtse burgemeester Pietro Vignali. Hij leek aan het pluche vastgeplakt, maar moest in september uiteindelijk met het hele stadsbestuur opstappen. De Parmezanen slaagden in een voor Italië zeldzame opstand tegen bestuurders.

Lerares Roberta Roberti ging met de megafoon in de hand voor in die strijd. Nu is ze een van de acht kandidaten voor de burgemeestersverkiezingen volgende maand. Direct na de rapportvergaderingen op haar school snelt ze naar een zaaltje met katholieke studenten die een cursus politiek volgen en de acht burgemeesterskandidaten hebben uitgenodigd voor een debat.

Roberti wil – net als Monti – terug naar een bestuur dat het algemeen belang boven de deelbelangen stelt. „Er moet een wethouder komen voor volksinspraak en burgers moeten in referendum bepalen hoe de grote werken worden afgerond.”

Het publiek begint te fluiten als voormalig burgemeester Elvio Ubaldi zich als redder van de stad presenteert. Deze centrum-rechtse politicus was twee termijnen eerste burger, hij plande grote werken en wees toen de afgezette Pietro Vignali als zijn opvolger aan. Ubaldi reageert geprikkeld op het gefluit: „Ik draag geen verantwoordelijkheid voor wat er de laatste vijf jaar is gebeurd. Ik leg alleen verantwoording af voor de negen jaar ervoor.”

Of Parma het corruptietijdperk achter zich weet te laten, hangt niet alleen af van wie de nieuwe burgemeester wordt. Officier van justitie Laguardia is in alles afhankelijk van van Rome. „Ik kamp met een enorm personeelsgebrek”, klaagt hij.

Behalve de gemeentebestuurders vervolgt Laguardia ook grote internationale banken als Deutsche Bank wegens medeplichtigheid aan de fraude bij Parmalat. Van de acht hulpofficieren zijn er drie overgeplaatst en niet vervangen. Er is te weinig ondersteunend personeel. „Justitie in Italië is in crisis. In plaats van de 9.000 magistraten die er behoren te zijn, hebben we er maar 8.000. Hierdoor, en omdat Berlusconi de verjaringstermijn voor corruptie heeft gehalveerd, is het bijna onmogelijk om rechtszaken op tijd af te ronden.”

De magistraat is trots op wat hij desondanks heeft bereikt, maar hoopt dat premier Monti doet wat hij heeft beloofd: de rechterlijke macht uitrusten met de juridische en financiële middelen om de strijd tegen de steekpenningen te winnen. „Ik wens vurig dat het hem lukt. Laten we in Monti geloven.”

Maar die heeft het niet makkelijk. Zelfs toen Monti vorige week tijdens de top over nucleaire veiligheid in Zuid-Korea naast Barack Obama zat, werd hij gebeld door een nerveuze fractieleider van Berlusconi’s partij. Het telefoontje kon niet wachten, zei Fabbricio Chicchito. Diens verzet tegen de anti-corruptiewet dwong Monti de zaal te verlaten op het moment dat Obama sprak.