Prachtig gebouw, piepklein smetje

Gebouw: Eye film instituut Nederland, Amsterdam. Architecten: Delugan Meissl Associated Architects. Bouwkosten: 36 miljoen euro.

De vergelijking is onontkoombaar: het nieuwe filminstituut Eye in Amsterdam is de kleine broer van het Sydney Opera House. Net als het wereldberoemde operagebouw van Jørn Utzon ligt het door de Oostenrijkse architecten Delugan- Meissl ontworpen gebouw op een prominente plek aan het water. Ze zijn ook allebei staaltjes organische spektakelarchitectuur die dierlijke associaties oproepen: lijkt de opera op parende schildpadden, Eye doet, vooral gezien vanaf de pont over het water van het IJ naar Amsterdam-Noord, denken aan een sprinkhaan.

Beide gebouwen zijn ook mooi neergezet aan het water. Eye heeft niet alleen een terras aan de waterkant gekregen, maar ook een brede hellingbaan naar het niveau van het water waarop bezoekers, net als op de trappen van het Sydney Opera House, op zonnige dagen kunnen zitten.

Hierbij houdt de vergelijking niet op. Terwijl het operagebouw in Sydney is uitgegroeid tot het icoon van Sydney, zo niet heel Australië, heeft Eye het in zich om het beeldmerk te worden van Amsterdam-Noord. Wie dichterbij komt, ziet nog een gelijkenis: zoals de ‘huid’ van de Australische schildpadden niet egaal is, maar bestaat uit drie- en vierhoekige keramische tegels, zo is de Amsterdamse sprinkhaan bedekt met aluminium platen die een ornamenteel, puzzelachtig patroon vormen.

Eenmaal binnen moet je nóg een overeenkomst vaststellen: in de interieurs van beide gebouwen is veel hout gebruikt. In de spectaculaire foyer van het filmsinstituut, waar bezoekers van het café-restaurant een schitterend uitzicht hebben op het IJ en Amsterdam, zijn de vloeren en de naar alle kanten uitwaaierende trappen bekleed met bruin hout. Dit zorgt ondanks de grote ruimte, die wordt begrensd door scheve vlakken, voor de gezelligheid van een Oostenrijkse skihut.

De trappen in de foyer, die zo breed en talrijk zijn dat ze een soort theaterzaal vormen, leiden naar de grote expositiezaal van 1200 vierkante meter en vier filmzalen met tezamen 620 stoelen. De expositiezaal hadden de architecten als één grote ruimte gedacht, maar uit praktische en akoestische overwegingen zijn er met doek bespannen tussenwanden ingezet. Ook de scheve wanden – bijna alles, van vloeren tot plafonds, is scheef in Eye – zijn niet handig voor exposities. Maar door het opstellen en ophangen van filmschermen kunnen hier toch vrij gemakkelijk tentoonstellingen worden gehouden die aan film en verwante kunstvormen zijn gewijd.

Het enige minpunt van het nieuwe filminstituut zijn de (nu nog) stralend witte gangen. De witheid zorgt voor een akelige, bijna desoriënterende tocht naar de vier filmzalen waarvan er, als contrast, drie zwarte wanden en vloeren hebben gekregen en de vierde neo-art-deco wanddoeken. Maar dit is slechts een kleine smet op een schitterend gebouw: gangen zijn er tenslotte om snel doorheen te lopen. Naar de prachtige foyer bijvoorbeeld die als een van de mooiste publieke ruimtes van Amsterdam alleen al een tocht naar Amsterdam-Noord waard is.