Internet in een democratie

Krijgen burgers in het Verenigd Koninkrijk straks op Facebook, Twitter en Skype ook nog gezelschap van de inlichtingendienst die willekeurig meekijkt? Er is grote ophef over een voornemen van de Britse regering om de regels over de bewaarplicht van de zogeheten ‘verkeersgegevens’ voor elektronische communicatie uit te breiden naar sociale media. En die ook ingrijpend aan te passen. Het gaat dan, net als bij e-mails, gsm-nummers en het gewone webverkeer, om inzage achteraf in de tijdstippen, locaties en zoekpatronen. Deze Europese bewaarplicht bestaat al een poosje, ook in Nederland, waar de providers deze gegevens zes maanden beschikbaar moeten houden voor de Staat.

De verontwaardiging in het Verenigde Koninkrijk richt zich op het vermoeden dat het nu ook gaat om het live meekijken, het monitoren van al het digitale verkeer op met name sociale media. De inlichtingendiensten zouden bovendien vrij toegang tot sociale media krijgen – dus zonder tussenkomst van een rechter. Vooral dat wordt als een ongehoorde inbreuk gevoeld. De Britse regering ziet dit intussen als een gewone update van de opsporingsbevoegdheden. Sociale media zijn immers belangrijker geworden. Ook Skype moet afgeluisterd kunnen worden en ‘dreigtweets’ snel gelokaliseerd.

Op zichzelf is dat een redelijk uitgangspunt. Maar dat geldt niet voor het voornemen deze controle zonder enige toetsing voor iedere internetgebruiker in te voeren. Dan komen de Britse internetburgers ruwweg in dezelfde positie als die in China en Iran. Daar is iedere burger een potentiële bedreiging van de staat. In democratische rechtsstaten berust de soevereiniteit bij het volk en wordt de burger tegen de Staat beschermd door de grondwet. Inbreuken op de vrijheid van internet worden in rechtsstaten geregeld door de wet en getoetst door de rechter. Het Duitse Bundesverfassungsgericht oordeelde bijvoorbeeld in 2010 dat de Duitse versie van de bewaarplicht al niet voldeed. Zo’n bewaarplicht vond de Duitse grondwettelijke rechter een „zware ingreep van een omvang die in de rechtsstaat tot nu toe niet voorkwam”. Ook verkeersgegevens vertellen al details ‘bis in die Intimsphäre’ aldus het Hof. De Duitse rechter vond tenslotte dat voor goed omschreven strafrechtelijke doelen een opslag van zes maanden toelaatbaar is. Ook in Nederland mag de officier van justitie alleen telecomgegevens opvragen bij verdenkingen van ernstige misdrijven. De burger die aldus is gecontroleerd, moet dat achteraf te horen krijgen.

Inmiddels is het kabinet er ook van overtuigd dat er in de grondwet een recht op vertrouwelijke communicatie opgenomen moet worden. Op zulke wettelijke kaders heeft ook de Britse burger recht.