Ik hecht erg aan mijn geluidswallen

Dagelijks trekken 200.000 bezoekers langs haar ontwerpen. Snelwegarchitect Aletta van Aalst: „Het stemt mij tevreden als mensen er blij van worden.”

Architect Aletta van Aalst: „Het kan ook anders. Stijlvol, inspirerend.”
Architect Aletta van Aalst: „Het kan ook anders. Stijlvol, inspirerend.” Foto Merlin Daleman

‘Kijk, zegt snelwegarchitect Aletta van Aalst. „Zie je die kleurverschillen op het aluminium? Ik kan mij daar nou zó druk over maken. Steeds als ik er langs rijd, doet het pijn aan mijn ogen.”

Ze staat op een viaduct bij Abcoude. Van Aalst (53) heeft haar cabrio op een modderig weggetje voor bouwvakkers geparkeerd. Terwijl de auto’s onder haar voorbij razen, vertelt zij over haar „betonnen kind”: een zeven meter hoog geluidsscherm met Escherachtig vogelpatroon. Even verderop, bij Vinkeveen, staat een soortgelijk scherm van haar hand.

De geluidswallen maken deel uit van het ruim 200 kilometer lange routeontwerp voor de A2, waaraan drie Nederlandse architecten werkten. Dankzij haar aandeel won het project in 2010 de Routepluim, een onderscheiding van Rijkswaterstaat.

U staat er bij als een trotse moeder.

„Zo voelt het ook. Ik hecht erg aan mijn geluidswallen. Laatst zag ik dat het scherm bij Vinkeveen onder de algen zit. Ik had de neiging om mijn auto langs de kant van de weg te zetten om te gaan poetsen. Maar ja, dan zou ik in een dwangbuis zijn afgevoerd.”

‘De Escherschermen’ worden ze wel genoemd. Beschouwt u dat als een compliment?

„Escher vormde een belangrijke inspiratiebron. Niet alleen voor mij, maar ook voor Ben van Berkel, een van de andere A2-architecten. Van Berkel kwam als eerste met een vogelontwerp, bij Den Bosch. ‘Die A2 gaat helemaal naar Palermo’, redeneerde hij. ‘Dat heeft wel iets van een trekvogelroute.’ In zijn ontwerp begint hij met een ruitje, dat langzaam de contouren van een vogel krijgt. Bij mij gaat het om één vogel – duizenden malen herhaald. Ik vind het leuk als automobilisten de overeenkomsten zien. Onze architectenbureaus worden vaak gebeld door mensen die zeggen: ‘Hé, zag ik dat patroon van jou ook niet bij...?’”

Hoe kwam het ontwerp tot stand?

„Toen vaststond dat ik een vogelpatroon voor de A2 mocht maken, ging ik op internet op zoek naar plaatjes van trekvogels. Ik was vooral benieuwd hoe lang een vogel herkenbaar blijft als vogel. Dat had, merkte ik, alles met het kopje te maken. Zonder kopje wordt het een vliegtuig.

„Toen ik de contouren van mijn vogel eenmaal had geschetst, ben ik gaan finetunen – een proces dat enkele weken in beslag neemt. Tussentijds testte ik het ontwerp op mijn neefjes en nichtjes: zien jullie hier een vogel in?”

Wat is het grootste compliment dat u voor uw ontwerp kreeg?

„Tussen Amsterdam en Utrecht rijden per etmaal 200.000 voertuigen. Mijn ontwerpen worden dus door minstens 200.000 paar ogen bekeken. Iedereen ziet er iets anders in, maar het stemt mij tevreden als mensen er blij van worden. Ik heb zelfs een keer meegemaakt dat iemand mij bedankte. Geweldig, toch?”

Leidt een mooi scherm niet af tijdens het rijden?

„Het leidt alleen af als het scherm, gevoelsmatig, onverwacht in beeld komt. Wij kunnen dat testen met animatiefilms die we zelf maken met een 3D-computerprogramma. Door de brede gezichtshoek bleek het erg mee te vallen; automobilisten raakten niet meer afgeleid dan bij, zeg, een reclamebord.”

Krijgt u als architect te maken met protesten van omwonenden?

„Bij het geluidsscherm rond Maarssen zat een heel actieve actiegroep. Deze mensen waren voor geluidsschermen, maar wilden het zo simpel mogelijk houden. Als er maar vaart achter de bouw werd gezet. Ik heb ze opgezocht en duidelijk gemaakt dat ze veertig jaar tegen die schermen aan moeten kijken. Het kan ook anders, liet ik met een montagefilmpje zien: stijlvol, inspirerend. Daarna was het gemor voorbij.

„Ook bij Abcoude kreeg ik met weerstand te maken. De wethouder wilde dat ik de vogels combineerde met een kunstwerk dat iets over Abcoude zei. Ik heb geprobeerd aan zijn verzoek tegemoet te komen, maar ja, dan moet hij wel budget beschikbaar stellen. Dat bleek een probleem. De ervaring leert dat een luisterend oor wonderen doet. Als je maar uitlegt waarom je als architect doet wat je doet.”

U wordt wel ‘de Moeder Teresa van de snelweg’ genoemd. Waarom?

„Omdat ik het beste uit mijn ontwerpen wil halen. Ik neem er geen genoegen mee als aannemers, leveranciers, opdrachtgevers en projectleiders voor minder dan het beste gaan. Tot de laatste steen gelegd is, zit ik er bóvenop. ‘Mens, maak je niet zo druk’, hoor ik vaak. ‘Het is maar een snelweg.’ Ja, hallo, zeg ik dan. Er kijken wel iedere dag 200.000 paar ogen naar!”

U heeft één van uw ontwerpen aan een overleden vriendin opgedragen. Dat maakt het wel heel persoonlijk.

„Ze heette Lucia en overleed aan een hersentumor. Tijdens haar ziekbed ontwierp ik een scherm tegen stenengooiers op het viaduct bij Abcoude. In het hospice keek Lucia veelvuldig over mijn schouder mee. Toen ik op de crematie hoorde wat haar bijnaam was – Adelaar – heb ik het constructiebedrijf gevraagd of ze dat woord in het scherm wilden graveren. Toevallige passanten zal het niet opvallen, maar voor ingewijden betekent het veel. Steeds als zij onder dat scherm doorrijden, denken zij aan Lucia. Dat vind ik een bijzonder idee.”