CDA en PvdA: eerst bespioneren, dan eten

Er zijn CDA’ers en PvdA’ers die toenadering zoeken tot elkaar. Maar welke koers gaat de PvdA varen? En wie gaat het CDA eigenlijk leiden straks? Past dat wel bij elkaar?

En óf ze elkaar in de gaten houden. De Tweede Kamerfracties van het CDA en de PvdA hebben elk iemand aangewezen die de andere partij nauwgezet bestudeert. Iemand die partijcongressen van de rivaal bezoekt, die zoveel mogelijk leest, die eens informeel bijpraat met de concurrent – en dan rapporteert aan de eigen fractie. Je zou het spioneren kunnen noemen, maar omdat het bekend is dát het plaatsvindt, noemt het CDA het liever „een systeem van vriendelijke collegialiteit”. En er is niks raars aan: de meeste grote partijen hebben een Kamerlid dat de concurrentie in de gaten houdt.

Bij het CDA is Ad Koppejan de „PvdA-watcher”, andersom is dat Ronald Plasterk. Wat zij zeggen over de ander geeft een beeld van de ruimte die de twee fracties zien voor samenwerking. Dat is relevant geworden, nadat gisteren bekend werd dat een groepje leden van beide partijen samenkomt om te praten over waar de twee middenpartijen elkaar ondanks de historische rivaliteit kunnen vinden. En waar niet.

Dit zogeheten Vredenburgberaad – vernoemd naar de locatie van samenkomst in Utrecht – spreekt elkaar ongeveer een keer in de zes weken, en negeert daarmee de Haagse realiteit van coalitie en oppositie. Onder de deelnemers bevinden zich wethouders, actieve partijleden en iemand die begin jaren tachtig staatssecretaris was.

In Den Haag, zo zeggen bronnen rond de CDA-partijtop, nemen ze dit initiatief niet zo serieus. En als ze dat wel deden, zouden ze het niet zeggen. De deelnemers aan het Vredenburgberaad staan misschien wel voor een groep partijleden die wil dat de partijhervorming verder gaat – ze hebben een forse achterban, al zijn ze bij het grote publiek onbekend. Want wie weet nog wie Ronald Zoutendijk, Martijn Vroom, Ton Roerig en Jan de Visser zijn? Ze waren vorig jaar allen kandidaat voor het voorzitterschap van het CDA. Ze verloren van Ruth Peetoom.

Een groter probleem met de toenadering tussen de twee partijen en dus het Vredenburgberaad, zegt ook PvdA-watcher Ad Koppejan, is dat het onduidelijk is wat voor partij de sociaal-democraten nou eigenlijk willen zijn. „De PvdA is sterk zoekende”, zegt hij. „Ook op de inhoud.”

Beide partijen zijn op dit moment aan het vernieuwen – weg van het gesloten tijdperk-Balkenende, een einde aan de periode-Cohen – maar ze zitten in een andere fase, zegt Koppejan. De PvdA heeft nog geen koers, maar al wel een leider. Het CDA is al verder met het vinden van een nieuwe politieke lijn, maar heeft nog geen voorman. Dat praat niet makkelijk. Koppejan twijfelt, zoekt naar woorden. „Lastig voor ons hoor: waar komen zij uiteindelijk uit? Vandaar dat ik mijn zin met een zucht begin.”

Ook binnen de top van de PvdA wordt enigszins laconiek gereageerd op het Vredenburgberaad. Anders dan zijn CDA-collega Ruth Peetoom zegt partijvoorzitter Hans Spekman niets van het initiatief af te weten. Maar, zo haast hij zich te zeggen: een dergelijk initiatief vindt hij natuurlijk „prima”. Grappend: „Helemaal omdat het plaatsvindt in Utrecht, de stad waar ik woon.”

De CDA-watcher van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer is Ronald Plasterk. Hij maakte als minister twee jaar geleden de pijnlijke ondergang van het kabinet-Balkenende IV (van CDA, PvdA en ChristenUnie) van nabij mee. Desondanks denkt hij dat er „bij de huidige generatie CDA’ers en PvdA’ers” weinig sprake is van animositeit. „Het wordt tijd dat er over oud zeer heen wordt gestapt. PvdA en CDA kunnen elkaar prima vinden om goede dingen voor elkaar te krijgen.” Plasterk zegt met enige regelmaat „een hapje te eten” met voormalige CDA-collega’s uit het gesneuvelde kabinet.

In zijn opmerkelijk vriendelijke bejegening van de christen-democratische rivalen volgt Plasterk de lijn van PvdA-leider Samsom. Die liet tijdens de leiderschapsverkiezingen in maart weten in de toekomst graag een coalitie te vormen met het CDA en de SP.

Maar er klinken ook kritische geluiden in de PvdA-fractie, al worden die niet hardop uitgesproken. Zolang de huidige partijtop van het CDA – en dan met name vicepremier Maxime Verhagen – het voor het zeggen heeft, kan er moeilijk sprake zijn van samenwerking. Bovendien: hoe interessant is het CDA eigenlijk als mogelijke coalitiepartner, als de partij straks bij verkiezingen net zo slecht scoort als in de huidige peilingen (13 zetels)?

Het zal nog wel even duren voordat CDA en PvdA op het Binnenhof weer hun heil zoeken bij elkaar. Maar in het Nederlandse coalitiestelsel is het altijd verstandig om de lijnen open te houden – zeker als je een middenpartij in het defensief bent. „Je moet in elkaar investeren”, zegt Ad Koppejan. „Want je komt ze altijd weer tegen.”