Apocalyps in eigen achtertuin

Take Shelter. Regie: Jeff Nichols. Met: Michael Shannon, Jessica Chastain. In: 7 bioscopen. ****

Zo af en toe vergaat de wereld in de bioscoop. Meestal komen er grote sterrenhelden aan te pas, om er vlak voor het einde een stokje voor te steken. Voor dat einde van de wereld dus. Maar Curtis is geen held en geen ster (al is acteur Michael Shannon die hem speelt wel hard op weg er eentje te worden). Curtis is een gewone man. Een gewone hardwerkende Amerikaan. Met een vrouw en een hond en een dochter, al is zijn dochter dan doof en laat zijn hond de laatste tijd wat vaker dan normaal zijn tanden zien. Dat zou Curtis misschien ook af en toe moeten doen. Maar Curtis is een beetje zo’n goedbedoelende tobber van een man die alles voor zijn gezin over heeft, maar eigenlijk niet zo goed voor zichzelf op kan komen.

Curtis heeft een goed leven. Dat is in ieder geval wat zijn beste vriend Dewart nog even tegen hem zegt. Als om hem eraan te herinneren, alsof hij dat dreigt te vergeten. En Take Shelter – een psychologisch drama dat zich afspeelt aan de vooravond van de apocalyps – laat zien hoe beklemmend het kan zijn als dan de vrees als een storm de kop opsteekt dat het met dat goede leven opeens wel eens helemaal afgelopen kan zijn.

Het is het soort angst die talloze Amerikanen de afgelopen jaren plotseling bij de strot moet hebben gegrepen: wat als ze hun baan verliezen? Hun ziektekostenverzekering kwijtraken? Wat als het allemaal waar is wat in nieuwsprogramma's wordt gezegd over dreigende klimaatrampen? Wat als deze aanzwellende tornado (de film speelt zich in Ohio) die ene grote is, die alles Bijbels komt verzengen? En wat als het allemaal níet waar is, maar je gewoon plotseling gek wordt, gek van angst misschien wel?

Take Shelter is de tweede samenwerking tussen regisseur Jeff Nichols (1978) en Michael Shannon. En uit het feit dat er nu alweer een derde film op de rol staat, blijkt wel dat ze elkaar hebben gevonden. Nichols in het vertellen van duistere, spookachtige verhalen en Shannon in het verbeelden van de arbeidersman in zijn blauwe tuinbroek onder wiens voeten de grond heel langzaam begint af te brokkelen. Shannon is zo’n acteur die het in zich heeft om alles wat hij doet net dat zuchtje onbehagen mee te geven waardoor zijn personages spannend, ambigue en onberekenbaar worden. Is hij gek of juist meer bij zijn verstand dan de mensen in zijn omgeving? Het geeft zoiets simpels als het bouwen van een schuilkelder in de achtertuin, Curtis’ voornaamste bezigheid in de film, zowel gelaagdheid als lading mee.

Take Shelter is een en al dreiging en sfeer. De ene keer is een regenbui echt, de andere keer een nachtmerrie, en de volgende keer kom je er niet achter. Het is zo’n film waarin regenbuien grote symbolen kunnen zijn, voor de woestheid van de natuur bijvoorbeeld, maar ook gewoon regenbuien. Dit is een film waarin vogels het ene moment in onheilspellende formaties passeren, en op het andere moment gewoon weer vogels zijn. Of misschien allebei.

Het ontregelende van Take Shelter is dat je dat allemaal natuurlijk wel weet. Hoeveel horrorfilmers zijn Nichols in hemelsnaam al niet voorgegaan met dergelijke psycholandschappen uit de hersenpan van schizofrenen en zieners?

Maar toch is en blijft het de hele film lang haast onvoorstelbaar dat zo’n film, zo’n man, zo iemand als Curtis, zo onontkoombaar op zijn noodlot afstevent, en vastbesloten lijkt te zijn om zijn engelachtige echtgenote en zijn dochtertje mee te slepen – dat is ondanks alle bovennatuurlijke verschijnselen wat Take Shelter het meest verontrustend maakt. Dat en het realisme van die onheilszwangere luchten.