Activisten zitten klem tussen twee legers

Veel Syrische activisten vluchten, niet alleen voor het leger, maar ook voor de rebellen. De opstand is gekaapt door gewapende strijders.

In this Sunday, April 1, 2012 photo, Syrian boys watch Free Syrian Army fighters move through a neighborhood of Damascus, Syria. Government and opposition forces clashed across Syria Monday as international envoy Kofi Annan prepared to brief the U.N. Security Council on the progress of his mission to ease the Syrian crisis. (AP Photo)
In this Sunday, April 1, 2012 photo, Syrian boys watch Free Syrian Army fighters move through a neighborhood of Damascus, Syria. Government and opposition forces clashed across Syria Monday as international envoy Kofi Annan prepared to brief the U.N. Security Council on the progress of his mission to ease the Syrian crisis. (AP Photo) AP

Correspondent Noord-Afrika

BEIROET. Mohamed Alloush is een Syrische vluchteling in Libanon, maar hij is niet gevlucht voor het regime van Bashar Assad. Alloush (28) werd Homs uitgejaagd door rebellen van het Vrije Syrische Leger. Alloush is echter geen aanhanger van Assad. Hij was een van de aanvoerders van het straatprotest in Homs bij de aanvang van de Syrische opstand.

„In september vorig jaar werd ik opgepakt door het regime”, vertelt Alloush op een caféterras in de Libanese hoofdstad. „Toen ik vrijkwam, zag ik op straat een groep mannen van het Vrije Syrische Leger. Ik ben naar hen toegegaan en heb geschreeuwd: ‘Jullie hebben onze revolutie gestolen! Jullie zijn even erg als de shabiha!’, de pro-Assad-milities.”

Dat was niet zo verstandig. Pas na vier dagen lieten de rebellen Alloush vrij met de boodschap dat zijn aanwezigheid in Homs niet meer op prijs werd gesteld. Alloush vluchtte naar Libanon. Maar vorige maand was hij opnieuw stiekem in Homs. Hij liep er de moskeeën af om de imams te overtuigen om tegen het gewelddadig verzet te prediken.

Ook Yusuf Ashamy (25) heeft het verziekt bij de rebellen. Toen Human Rights Watch vorige maand met een rapport kwam over foltering en executies door de opstandelingen, was hij in Tripoli in Noord-Libanon om met de rebellen te praten over het smokkelen van medicijnen. „Ik heb hun gezegd dat zij criminelen zijn als zij zulke dingen doen, dat zij niet weten wat vrijheid is.” Ashamy – zijn schuilnaam – kreeg te verstaan dat hij zich beter niet meer in Tripoli kan vertonen als zijn leven hem lief is.

De twee Syriërs behoren tot de jonge activisten die een jaar geleden, in navolging van Tunesië en Egypte, de opstand tegen Assads regime begonnen. Het was een vreedzame opstand, tenminste aan de kant van de betogers, tot eind juli het Vrije Syrische Leger werd opgericht, een organisatie van overgelopen soldaten.

„Zij hebben alles om zeep geholpen”, zegt Ashamy. „In het begin waren we allemaal Syriërs. Maar toen ik laatst in Homs was, waren ze daar niet eens op de hoogte van wat er elders gebeurt. Zij zien dit als een louter sunnitische opstand en ik werd ervan beschuldigd spion te zijn omdat mijn afkomst druzisch is.”

„Het Vrije Syrische Leger heeft het regime een gedroomd excuus gegeven om meer mensen te doden”, zegt Alloush. „In het begin werden onze betogingen geïnfiltreerd door de shabiha om geweld uit te lokken. Nu het Vrije Syrische Leger bestaat, is dat niet meer nodig. We zijn allemaal terroristen nu.”

Het gezelschap op het caféterras groeit. De 24-jarige Safinas (eveneens een schuilnaam) is pas drie dagen eerder uit Damascus gekomen en gaat die avond nog terug. Dat kan omdat zij erin geslaagd is haar identiteit gescheiden te houden van haar leven als activist. „Mijn hele familie is pro-Assad en heeft geen idee wat ik doe. Wat het regime betreft behoor ik tot de ramadi’een.” ‘Ramadi’ betekent grijs in het Arabisch; het is de term voor de zwijgende meerderheid die noch voor het regime is, noch voor de opstandelingen.

Safinas is zangeres. Het regime is naar haar op zoek wegens een videoclip die op YouTube staat en die herhaaldelijk op Orient TV, een Syrisch TV-station in Abu Dhabi, is vertoond. Safinas maakt deel uit van een nieuwe beweging, farik tazahour of het betogingsteam, die probeert om de revolutie opnieuw te claimen voor de niet-gewelddadige oppositie. „Onze revolutie is gestolen door mensen met doelstellingen die wij niet delen”, zegt ze. „We willen terug naar hoe het allemaal begonnen is. Ik ben tegen het regime, maar ik ben ook tegen de gewapende rebellen.”

Later vertelt ‘Céline’ via skype vanuit Damascus over een actie deze week. „We hadden afgesproken op een strategisch kruispunt in de stad. Sommigen staken autobanden in brand, anderen scandeerden leuzen. De hele actie duurde niet langer dan vijf minuten. Maar we zorgen er wel voor dat het gefilmd wordt en dat de beelden uitgezonden worden.”

Het lijkt niet veel, maar het is belangrijk dat hun stem wordt gehoord, zegt Céline. „We zijn nog met velen die een vreedzame revolutie willen. Maar nu het een gewapend conflict is geworden, hebben veel mensen afgehaakt. Het is heel gevaarlijk geworden. We praten alleen nog met mensen die we heel goed kennen.”

Op het caféterras in Beiroet geeft Yara Nseir (30) toe dat de opstand „gekrompen” is sinds het een gewapend conflict is geworden. „Het geweld heeft veel mensen afgeschrikt. Daardoor ligt het terrein open voor hen die een gewapend conflict willen. Dat komt het regime goed uit: het ondersteunt hun argument dat dit een oorlog is tegen terroristen.”

Nseir hoort in Libanon de woordvoerder te zijn van de Syrische Nationale Raad, die de oppositie vertegenwoordigt. Ze doet dat niet heel goed. „De SNC beweert representatief te zijn, maar dat klopt niet. Ze praten alleen nog over het bewapenen van de rebellen. Ze hebben het nooit over het geweldloos verzet en ze spreken niet voor de ‘grijzen’.”

Nseir wilde ontslag nemen uit de SNC. „Men heeft mij gevraagd om te blijven en te proberen van binnenuit verandering teweeg te brengen.” Maar in haar hart heeft ze al afgehaakt. Ze heeft haar hoop gevestigd op Kairo, waar de activisten op 13 april hun eigen top plannen.

Ze zijn niet zo naïef dat ze denken de klok nog te kunnen terugdraaien naar vorige zomer. „Er is geen weg terug”, geeft Mohamed Alloush toe. „Het Vrije Syrische Leger is een realiteit. Maar dat wil niet zeggen dat we onze revolutie zomaar gaan laten kapen. We willen niet dat Assads regime straks vervangen wordt door een islamitische republiek.”

Een undercover journalist van Al Jazeera heeft met zijn telefoon een documentaire over het gewapend verzet in Syrië gemaakt. Bekijk de undercoverdocumentaire op nrc.nl