Werkloosheid eurozone 10,8 procent

De werkloosheid in de eurozone is opgelopen tot 10,8 procent, een record voor de muntunie. Landen die veel exporteren, zoals Nederland, doen het redelijk goed.

De afstand tussen West Quoddy Head in Maine, het oostelijkste punt van de VS, en Cabo da Roca in Portugal, het extreme westen van de EU (vasteland) blijft 4.715 kilometer. Maar economisch groeien Amerika en Europa verder uiteen.

Dat blijkt uit de werkloosheidcijfers die statistisch bureau Eurostat gisteren heeft bekendgemaakt. Waar het economisch herstel in de VS almaar sterker wordt, blijft de EU kwakkelen. Volgens Eurostat was 10,8 procent van beroepsbevolking van eurolanden werkloos. Dat is niet alleen hoger dan een jaar geleden – toen zat 10 procent zonder baan – het is ook een record sinds de oprichting van de muntunie in 1998.

Probleemlanden Spanje (23 procent), Griekenland (21 procent), Portugal (15 procent) en Ierland (14,7 procent) kampen met de hoogste werkloosheidpercentages.

Niet in alle EU-landen is de werkloosheid gestegen het afgelopen jaar. De grootste dalingen vonden plaats in Litouwen (van 17,5 naar 14,3 procent), Letland (van 17 naar 14,6) en Estland (van 13,9 naar 11,7).

Waar de EU blijft kwakkelen, daalt de werkloosheid in de VS gestaag. Op het dieptepunt, in december 2009, zat 10 procent van de beroepsbevolking zonder baan, inmiddels is dat gedaald tot 8,3 procent. De economie trekt aan, gesteund door een extreem ruim monetair beleid van de Federal Reserve, het Amerikaanse stelsel van centrale banken.

Bedrijven merken dat Europa en de VS in een verschillende economische situatie verkeren. Topman Giacomo Ferraris van Gianni Versace zei gisteren tijdens de presentatie van de cijfers dat de omzet van het modehuis in de VS dit jaar met minimaal 10 procent zal stijgen. In Europa verwacht hij een veel lagere omzetgroei.

Nu ook de Chinese economie vertraagt (7,5 in plaats van 9,5 procent groei) neemt het belang van de VS als groeimotor van de wereldeconomie opnieuw toe. Het Amerikaanse handelstekort nam in januari met 4,3 procent toe en bedraagt 52,6 miljard dollar. Het gat tussen invoer en uitvoer is inmiddels het grootst sinds oktober 2008, toen de financiële crisis nog niet was overgeslagen naar de reële economie.

Dat is gunstig voor landen die voor een belangrijk deel leunen op de uitvoer van goederen. Volgens Eurostat hebben Nederland (4,9 procent) en Duitsland (5,7 procent) samen met Oostenrijk (4,2) en Luxemburg (5,2) procent de laagste werkloosheidpercentages in de EU.

Overigens hanteert Eurostat een andere definitie van werkloosheid dan het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek. Volgens het CBS is 6 procent van de beroepsbevolking werkloos. Het CBS rekent mensen die minder dan 12 uur werken ook als werkloos. Volgens een woordvoerder van het CBS blijkt uit onderzoek dat mensen die zo weinig uren maken zichzelf niet als werkende beschouwen. Eurostat hanteert die ondergrens niet en komt dus op een lager percentage uit.