Rekenkamer: Nederland heeft te weinig F-16’s voor vredesmissies

Een Amerikaanse F-35B Joint Strike Fighter. Foto Reuters / Michael Spooneybarger

De luchtmacht beschikt over te weinig F-16’s om mee te kunnen doen aan internationale missies. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer vandaag in een rapport over de vervanging van de F-16 en over de Joint Strike Fighter (JSF).

De ambitie van minister van Defensie Hans Hillen is om, naast de permanente bewaking van het Nederlandse luchtruim door F-16’s, jaarlijks een eenmalige bijdrage te leveren aan internationale interventieoperaties of een langdurige bijdrage aan een vredesmissie.

De Rekenkamer heeft berekend dat hiervoor tussen de 89 en 98 F-16’s nodig zijn. Maar Nederland heeft er slechts 67 direct beschikbaar. Daarvan staan er nu vier paraat in Mazar-e-Sharif, ten westen van Kunduz in Afghanistan, ondersteund door 120 militairen. De Rekenkamer stelt:

“Binnen de huidige voorwaarden die de NAVO stelt aan de gereedheid van de partnerlanden en de ambities van het kabinet is er geen evenwicht met de feitelijke mogelijkheden.”

De inzetbaarheid van de F-16 neemt de komende jaren bovendien nog verder af door de veroudering van het toestel. Daarmee wordt het nog lastiger om aan de ambities van het kabinet te voldoen.

Juist F-16’s weg vanwege miljardenbezuiniging

Hillen stoot negentien van de 87 F-16’s af, omdat hij 2,3 miljard euro moet bezuinigen. Ook is het aantal vliegers teruggebracht en mogen de jachtvliegtuigen jaarlijks minder uren vliegen.

De F-16 wordt mogelijk vervangen door de JSF. Een volgend kabinet neemt daarover een beslissing. Wel zijn twee testtoestellen aangeschaft en investeert Nederland in de ontwikkeling van de JSF.

De kosten voor de F-16 en de JSF hangen met elkaar samen en de Tweede Kamer krijgt daarin geen “integraal inzicht”, concludeert de Algemene Rekenkamer verder. Omdat een besluit over de JSF op zich laat wachten, moet langer worden doorgevlogen met de F-16. Daarvoor zijn extra investeringen nodig, maar Hillen heeft niet al die extra uitgaven aan de Kamer gemeld, stelt de Rekenkamer.

“Bovendien is het bedrag aan extra investeringskosten onzeker zolang niet duidelijk is wanneer vervangende jachtvliegtuigen wél beschikbaar komen.”

Hillen zou daarom een overzicht moeten maken van de operationele en financiële verwevenheid van beide jachtvliegtuigen, adviseert de Rekenkamer.

In een reactie laat Hillen weten dat hij onderzoekt hoe hij een integraal overzicht van de investeringen en de exploitatie van de F-16 kan geven. Maar zolang niet duidelijk is tot wanneer de oude vliegtuigen moet doorvliegen, kan een nauwkeurige berekening van de gevolgen niet worden gemaakt, stelt Hillen.