In die wagons konden ook zakken meel liggen

In internetdiscussies heet een morele vergelijking met de Tweede Wereldoorlog een godwin en die wordt zelden op prijs gesteld. Des te nuttiger is het om op te rakelen hoe moeilijk men het toen al vond om goed en kwaad uit elkaar te houden.

„Met de kennis van nu” is een ander cliché dat je bijna niet meer kunt uitspreken, omdat het te vaak is misbruikt door politici om het oordeel over hun fouten te verzachten. Toch is dat precies wat de vier mannen in de aflevering Geweten in de oorlog van Andere tijden (NTR/VPRO) zo emotioneert.

De interviews met Nederlandse betrokkenen bij de Jodenvervolging werden al in 2004 afgenomen door Martijn van Haalen, in het kader van het internationale onderzoeksproject Witnesses, Collaborators and Perpetrators (Getuigen, collaborateurs en daders). De beelden werden nooit eerder openbaar gemaakt. Nu alle vier de sprekers niet meer in leven zijn, stelde Annegriet Wietsma, die ook trainingen geeft in het afnemen van interviews voor orale geschiedschrijving, er een zeer bijzonder televisieprogramma van samen.

In het algemeen is de verdediging van politieman Cornelis, spoorwegbeambte Klaas en marechaussee Cornelis dat ze niet wisten waar die Jodentransporten naar toe gingen en ook dat koningin Wilhelmina ambtenaren had opgeroepen om onder de Duitse bezetting hun werk te blijven doen. De vierde spreker, jurist Henri, wist als ingezetene van kamp Westerbork precies wat transport naar het oosten betekende. Het lukte hem als administratief medewerker van de afdeling afstammingskwesties, zijn eigen vertrek uit te stellen, in de wetenschap dat in zijn plaats anderen een wisse dood tegemoet gingen.

De marechaussee in Westerbork had weinig te doen: „De Joden waren allemaal netjes, eerlijk en lijdzaam.” Klaas wist vaak niet wat er in de goederenwagons zat, het konden ook zakken meel zijn. Het meest verbijsterende verhaal vertelt de Haagse politieman die meeging als er Joden van huis gehaald werden: „Ik had geen schuld, ik deed niks, ik stond erbij en ik keek ernaar.” In één geval werd een gezin met drie dochters weggevoerd. Ze kregen een uur om hun spullen bij elkaar te zoeken. De jongste, van een jaar of tien, was in paniek, want ze wist niet wat ze met haar dieren moest doen.

De Nederlandse politieman hielp haar de kat en de kikkers los te laten in de tuin en de kanarievogel extra voer en water te geven. Daarna was ze opgelucht en huppelde vrolijk weg.

Tsja, men doet wat men kan. Laten we vooral geen vergelijking maken met burgemeesters en politiemensen die in 2012 weigeren asielzoekers van huis te halen. Dat zou een godwin zijn, en dus misplaatst. Maar het is wel verzet.

Tv-recensent