'In 1 op de 6 sociale huurwoningen zit een scheefwoner'

Nederland, Amsterdam, 1 juli 2007 Singel, Centrum gracht, gevels, grachtenpanden, huizen, woningen, wonen, herprofilering Foto Thomas Schlijper
Nederland, Amsterdam, 1 juli 2007 Singel, Centrum gracht, gevels, grachtenpanden, huizen, woningen, wonen, herprofilering Foto Thomas Schlijper Thomas Schlijper/Hollandse Hoo>

De aanleiding

Vorige week zondag besteedde het NOS Journaal aandacht aan het kabinetsplan om een verhoging van 5 procent van de huurprijs van sociale huurwoningen toe te staan, wanneer het gezamenlijk inkomen van de bewoners hoger is dan 43.000 euro. Huurprijzen stijgen sowieso elk jaar met het niveau van de inflatie; de extra 5 procent is bedoeld om mensen die relatief veel verdienen ten opzichte van hun huur aan te moedigen door te stromen naar een koophuis of een huurhuis in de vrije sector. „In ons land staan meer dan 2,5 miljoen huurwoningen, oorspronkelijk bedoeld voor mensen met een smalle beurs of een modaal inkomen”, aldus de openingswoorden van het journaalitem, dat vooral over de reacties van de woningcorporaties op dat voorstel ging: „Toch heeft bijna één op de zes huurders een hoger inkomen. Zogenaamde scheefwoners.” „Hoe komen ze toch aan dat cijfer?”, vroeg lezer Lex Goes zich af.

Mogelijke interpretaties

Het ministerie van Binnenlandse Zaken omschrijft sociale huurwoningen, of ‘woningen met een gereguleerde huurprijs’, als „goedkope huurwoningen voor mensen die moeite hebben om voor hun eigen huisvesting te zorgen”. Sociale huurwoningen worden meestal beheerd door corporaties, maar soms ook door particuliere verhuurders, en zijn bedoeld voor huishoudens met een gezamenlijk inkomen tot 34.085 euro. De maximale huurprijs is 664,66 euro per maand. Wanneer een woning eenmaal is toegewezen, kan het inkomen van een huishouden stijgen. Komt dat inkomen boven de 43.000 euro uit, dan vindt de minister dat er sprake is van scheefwonen: het inkomen is dan hoog genoeg voor een woning buiten de sociale huursector. Scheefwonen is niet illegaal, maar stremt wel de doorstroming op de huurmarkt. De vraag is dus of op dit moment één op de zes sociale huurwoningen bewoond wordt door huishoudens met een gezamenlijk inkomen dat hoger is dan 43.000 euro.

Hoe is er gemeten?

De meest recente cijfers over de Nederlandse huurwoningvoorraad zijn afkomstig van het Woon Onderzoek Nederland (WoON) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat in 2009 voor het laatst werd uitgevoerd. Dat jaar telde Nederland ongeveer 2,6 miljoen sociale huurwoningen, waarvan 2,3 miljoen door corporaties beheerd werden, en ongeveer 300.000 door particuliere verhuurders. Daarnaast telde Nederland 4,1 miljoen koopwoningen en 400.000 particuliere huurwoningen met een geliberaliseerde huurprijs; in totaal dus 7,1 miljoen woningen.

De Tweede Kamer moet nog stemmen over het wetsvoorstel van minister Spies (Binnenlandse Zaken, CDA). Als het wordt goedgekeurd, zijn corporaties niet verplicht de verhoging van 5 procent door te voeren. Sinds 1 februari kunnen corporaties wel al via een speciale website bij de Belastingdienst opvragen of het gezamenlijk inkomen van de huurders die op een bepaald adres staan ingeschreven, hoger is dan 43.000 euro. Om de privacy van de huurders te beschermen, verstrekt de Belastingdienst geen specifieke inkomensgegevens, maar antwoordt ze slechts of het inkomen van een huishouden hoger of lager is dan 43.000 euro. Een tweepersoonshuishouden met een gezamenlijk inkomen van 70.000 euro behoort tot die eerste categorie, maar een eenoudergezin waarvan de moeder een jaarsalaris van 28.000 euro heeft en twee inwonende kinderen die ieder 650 euro per maand bijverdienen dus ook. Om er achter te komen hoeveel scheefwoners Nederland rijk is, stuurde de NOS alle 398 woningcorporaties in Nederland een paar weken geleden een enquête met daarin onder meer de vraag of zij de inkomensgegevens hadden opgevraagd, en zo ja, welk percentage van hun huurders voor de extra huurverhoging in aanmerking zou komen.

En, klopt het?

135 corporaties vulden de enquête in: een respons van 34 procent. Die 135 corporaties zijn samen goed voor zo’n 1,1 miljoen sociale huurwoningen, dus ongeveer 42 procent van de totale sociale huurwoningvoorraad; ze vertegenwoordigen zowel landelijke als stedelijke gebieden, in alle provincies. Gemiddeld bleek 16 procent van hun huishoudens boven de 43.000 eurogrens uit te komen: één op de zes dus.

Andere onderzoeken komen tot een soortgelijk percentage. In een brief aan de Tweede Kamer schreef minister Spies in december dat WoON uitwees dat 408.000 huishoudens in een sociale huurwoning van een corporatie en 80.000 huishoudens in een huurwoning met een gereguleerde huurprijs in de particuliere sector een inkomen boven de 43.000 hadden: 18 procent. (WoON is gebaseerd op enquêtes en gegevens van onder meer de Belastingdienst; ook dit cijfer is dus niet exact). Aedes, de branchevereniging van de woningcorporaties, vroeg haar leden onlangs in een peiling welk percentage van hun huurders voor de extra huurverhoging in aanmerking zou komen. De respons was 40 procent: 67 procent van de respondenten gaf aan deze gegevens bij de Belastingdienst te hebben opgevraagd. Gemiddeld bleek 17 procent van hun huishoudens een gezamenlijk inkomen van meer dan 43.000 euro te hebben.

Conclusie

Het kabinet definieert ‘scheefhuurders’ als huishoudens in een sociale huurwoning met een gezamenlijk inkomen boven de 43.000 euro. Uit een enquête van de NOS waar ruim eenderde van de Nederlandse corporaties aan meedeed, blijkt iets meer dan 16 procent van de huishoudens in een sociale huurwoning tot die categorie te behoren. Trek je dat door naar het totale aantal sociale huurwoningen in Nederland, dan komt dat neer op ruim 420.000 huishoudens. WoOn, dat zowel naar corporaties als particuliere verhuurders keek, komt op 18 procent uit; branchevereniging Aedes op 17 procent. Allemaal ongeveer één op de zes. Aantekenend dat die 43.000 euro niets zegt over de samenstelling van het inkomen, beoordelen we de bewering dat één op de zes huishoudens scheefwoont dus als waar.