Aan de start met een injectiespuit vol insuline

Wielrenner Martijn Verschoor rijdt met diabetes in het profpeloton. „Het is niet makkelijk, maar je moet gewoon tweehonderd keer je hoofd stoten.”

Martijn Verschoor. Een verhaal over de Nederlandse wielrenner Martijn Verschoor. Dat is een topsporter met diabetes, hij rijdt voor een wielrenploeg met diabetici: Team Type 1. Bijzonder is oa dat hij rondrijdt met een kastje op zijn arm, dat hem constant van insuline voorziet. Martijn Verschoor bij de start van de derde etappe van de Driedaagse De Panne Koksijde op 29/03/12 door katrijn van giel.
Martijn Verschoor. Een verhaal over de Nederlandse wielrenner Martijn Verschoor. Dat is een topsporter met diabetes, hij rijdt voor een wielrenploeg met diabetici: Team Type 1. Bijzonder is oa dat hij rondrijdt met een kastje op zijn arm, dat hem constant van insuline voorziet. Martijn Verschoor bij de start van de derde etappe van de Driedaagse De Panne Koksijde op 29/03/12 door katrijn van giel.

Iedere wielrenner is er bang voor. Een hongerklop of verzuurde benen in de laatste kilometers van een wedstrijd. Maar Martijn Verschoor heeft wel eens verzuurde benen bij de start, of een hongerklop na vijf kilometer koers.

Martijn Verschoor is een bijzondere profwielrenner. Omdat hij tijdens de koers soms een injectienaald in zijn arm zet, bijvoorbeeld. Of omdat hij altijd net iets harder zijn best moet doen dan de rest van het peloton. Verschoor is een wielerprof met diabetes. Suikerziekte heet zijn ziekte in de volksmond, Verschoor heeft het zeldzame type 1. En hij rijdt bij een bijzondere ploeg: Team Type 1.

Net als elk ander team willen Verschoor en zijn ploeggenoten koersen winnen, het liefst de klassieke eendaagse wedstrijden of etappes in de grote rondes. Maar Team Type 1 heeft nog een missie: laten zien dat het kan, presteren met de ziekte waar de ploeg naar is vernoemd.

Verschoor kreeg al eens de vraag of hij niet liever een wielrenner zonder diabetes zou willen zijn, vertelt hij in het hotel van zijn ploeg tijdens de Driedaagse De Panne-Koksijde, een wielerkoers in Vlaanderen. Het antwoord was simpel. Hij is wielrenner.

Drie jaar is Verschoor nu prof, elk seizoen rijdt hij grotere wedstrijden. Hij begon met rondjes om de kerk in de VS, maakte de stap naar etappewedstrijden in Zuid-Afrika, China en Rwanda en startte dit seizoen in grote klassiekers als de Omloop Het Nieuwsblad en Milaan-Sanremo. En het kan nog beter, denkt hij. Verschoor viel zeven kilo af, merkt dat koersen steeds makkelijker gaat. „Vandaag reed het peloton in het begin gemiddeld 50 kilometer per uur, vroeger waaide ik er dan zo af”, lacht hij. Wielrenners zijn tussen hun 26ste en 31ste op hun best, vertelt Verschoor. En hij is pas 26.

Maar Verschoor heeft nu eenmaal diabetes, te veel glucose in zijn bloed. Bij diabetes type 1 maakt de alvleesklier geen insuline aan, een hormoon dat helpt bij het transport van suikers (glucose) naar de cellen. Verschoor moet daarom een paar keer per dag insuline spuiten. Dat luistert nauw: als hij te veel insuline injecteert daalt zijn glucosespiegel zo ver, dat hij een ‘hypo’ of hongerklop krijgt. Zijn bloed bevat dan te weinig suikers, wat ook gebeurt bij sporters die tijdens een lange inspanning onvoldoende eten. Als hij te weinig insuline spuit, verzuren zijn spieren weer. „Dan kom je ook niet vooruit.”

Verschoor moet dus constant opletten. En wat het nog moeilijker maakt: de hoeveelheid insuline die hij nodig heeft, verschilt per dag. „Tijdens etappewedstrijden word ik bijvoorbeeld gevoeliger voor insuline”, vertelt Verschoor. Bij inspanning hebben spiercellen minder insuline nodig om suikers te verbranden, en moet hij de dosering aanpassen. Als het warm is, heeft de renner ook minder insuline nodig. Bij stress en spanning juist meer. Profwielrennen is koorddansen voor Martijn Verschoor.

Soms gaat het mis. Dan staat hij met een hongerklop aan de start. In de Ronde van Rwanda had de renner voor een etappe zijn suikers al verbrand. Verschoor werkte energiereep na energiereep naar binnen, dronk liters cola. En redde het net. „Ik zat de hele rit op het randje”, grijnst hij.

Om hetzelfde niveau als zijn concurrenten te bereiken, moet de renner net iets harder werken dan de rest. Want altijd je suiker onder controle houden, dat lukt gewoon niet.

Maar door zijn diabetes kan Verschoor ook veel voor mensen betekenen, zegt hij. De renner krijgt wekelijks e-mails met vragen om advies. Van een marathonloper die telkens verzuurde benen heeft door zijn diabetes. En van suikerpatiënten die gewoon willen sporten, maar telkens instorten en vervolgens het advies krijgen om dan maar te stoppen. Verschoor zucht. „Je moet gewoon tweehonderd keer je hoofd stoten. Diabetes is niet makkelijk, maar je kan er mee leren omgaan.” Hij hoopt dat zijn advies overkomt, dat zijn ervaringen helpen.

In het hotel kreeg hij ook bezoek van een jonge fan, met haar ouders. Emma heet ze, 10 jaar oud en suikerpatiënt. Verschoor kreeg een knuffel van haar, een olifant waarop kinderen met diabetes leren prikken. Een dag later prijkt de nieuwe mascotte op het dashboard van de teambus.

Oprichter van Team Type 1 is de Amerikaan Phil Southerland, een amateurrenner met diabetes. Southerland reed in 2005 de loodzware Race Across America, een 5.000 kilometer lange wielerwedstrijd dwars door de VS. Southerland haalde er geld mee op voor zijn pas opgerichte stichting Team Type 1, waarmee hij zich in wilde zetten voor diabetici. In 2007 won Team Type 1 de race. ‘Nu gaan we naar de Tour de France!’, riep Southerland vanaf het podium.

Intussen is Team Type 1 uitgegroeid tot een sportbedrijf met een opleidingsteam voor jonge wielrenners, een triatlon- en hardloopploeg en een profwielerploeg, die wordt gesponsord door farmacieconcern Sanofi. Vijf profs hebben diabetes.

De laatste dag van de Driedaagse De Panne-Koksijde, afgelopen donderdag, bestaat uit twee delen. In de ochtendrit helpt Verschoor sprinter Daniele Colli naar een vijfde plaats, in de tijdrit ’s middags fietst hij langs de betonnen flats en oude villa’s aan de West-Vlaamse kust naar een 79ste plaats. Twee ritten op één dag is niet makkelijk, had Verschoor al verteld toen hij zich op een rollerbank warm trapte voor de tijdrit. „Het is moeilijk om de goede hoeveelheid insuline te spuiten na een pauze.”

Corrigeren kan Verschoor wel altijd. Dan haalt hij de insulinespuit uit zijn rugzakje, en zet de naald in zijn arm of buik. Renners die dat voor het eerst zien, kijken er wel eens gek van op, lacht Verschoor. Naalden zijn immers taboe in het door dopingperikelen geplaagde peloton. Van anderen krijgt hij complimenten. Maar die renner met diabetes, dat is hij al lang niet meer. „Ze zien mij als concurrent, net als de rest.”