Suu Kyi biedt Birmezen hoop

Vaak gaan dictaturen met donderend geraas ten onder. Maar soms kiezen ze er zelf voor om de maatschappij meer lucht te geven. De burgerlijk/militaire junta in Birma lijkt voor deze laatste weg te kiezen.

Voor het eerst sinds decennia mocht de oppositie onder leiding van Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi meedoen aan verkiezingen voor 45 vacante zetels in het 440 koppige parlement. De finale uitslagen zijn nog niet bekend. Maar de voorlopige tellingen wijzen op een grote zege voor de Nationale Liga voor Democratie (NLD) van Suu Kyi.

De oppositieleider claimt zelf te hebben gewonnen in alle 44 kiesdistricten waar de NLD zich kandidaat heeft gesteld. Dus ook in de hoofdstad Nay Pyi Taw, die de junta in 2005 uit het niets stichtte. Als de NLD inderdaad in dit bureaucratische centrum zetels heeft veroverd, heeft ook de entourage van de junta het vertrouwen in zichzelf verloren.

Dat zou sporen met de achterliggende reden voor de hervormingen die president Sein Thein, een voormalige generaal, sinds vorig jaar doorvoert. Het repressieve en autarkische systeem, dat zich behalve voor China voor het grootste deel van de wereld afgesloten heeft is niet meer vol te houden.

Birma, een van de 25 grootste landen ter wereld, is met een inkomen per hoofd van de bevolking van duizend euro het op een na armste land in Azië. Alleen de Afghanen zijn er slechter aan toe. Zonder een vrijer politiek leven is er geen economisch perspectief, is kennelijk de taxatie.

Maar garanties op succes zijn er niet, ook niet als de junta in Birma de Chinese weg volgt waarbij de politieke ruimte voor de oppositie strikt wordt gereguleerd. Voor die ‘Aziatische optie’ zou het wel eens te laat kunnen zijn. Suu Kyi en de NLD hebben weliswaar geen concrete macht veroverd, hun zege gisteren heeft zoveel enthousiasme losgemaakt dat de geest alleen nog maar met geweld in de fles terug kan.

Omgekeerd is ook voor Suu Kyi succes niet verzekerd. Haar partij wortelt in het verleden. Een plan om scherpe sociale tegenstellingen te voorkomen, zoals vaker voorkomt als een economie zich opent, is er niet. Als Suu Kyi door de junta wordt betrokken bij het politieke proces neemt ze een enorm eenzame verantwoordelijkheid op haar schouders. Te meer daar de etnische tegenstellingen, die in potentie separatistisch zijn, nu in Birma wellicht ook weer aan de oppervlakte gaan treden.

Het Westen moet niet de illusie hebben dat het veel invloed heeft op het veranderingsproces in Birma. Maar de Verenigde Staten en Europa kunnen Suu Kyi wel ruimte, en dus tijd, geven door hun sanctiebeleid te herzien. Als de uitslag één ding laat zien, dan is het dat de Birmezen op zoek zijn naar de kleinste glimp van hoop op een opener maatschappij.