Leers weer naar Kamer om Mauro

Nieuwsanalyse

Uitzetting van asielzoekers leidt al snel tot onrust. Dat merkt minister Gerd Leers. Zeker als feiten en suggestie door elkaar gaan lopen.

Gerd Leers laat graag zijn barmhartige kant zien. Maar de afgelopen week kwam de minister voor Asiel twee keer in beeld als de hardvochtige uitvoerder van het stringente migratiebeleid van dit door de PVV gedoogde kabinet. Nummer één: op werkbezoek in Angola rakelde CDA’er Leers de kwestie rond de 18-jarige Mauro Manuel op, door te zeggen dat hij na zijn studievisum toch echt terug moest naar Angola. Het leek erop dat de minister niet kon verkroppen dat hij in de Kamer had moeten buigen voor de ‘volkswil’ om de geïntegreerde Limburger Mauro in Nederland te laten blijven. GroenLinks Kamerlid Tofik Dibi zinspeelt al op een motie van wantrouwen.

Nummer twee: in Nederland kreeg Leers ruzie met burgemeester Els Boot van Giessenlanden, die de politie heeft bevolen niet mee te werken aan de uitzetting van een uitgeprocedeerde asielzoeker omdat de vrouw van de asielzoeker anders „zichzelf iets zou aandoen”. Dat zou in haar gemeente zoveel ophef opleveren dat de openbare orde in gevaar zou komen, aldus Boot.

Leers noemde dat „morele chantage”, en zei dat de burgemeester niets te zeggen heeft over de inzet van de vreemdelingenpolitie. Vervolgens meldde de NOS dat „veertig gemeenten een gezamenlijk front vormen tegen Leers”. Er zou volgens de NOS „een brandbrief” zijn aan Leers waarin staat dat zij over uitzetting gaan. De NOS liet de Groningse burgemeester Peter Rehwinkel aan het woord, die zegt dat Leers niet zomaar „de burgemeester kan overrulen”.

Maar Leers heeft helemaal geen brief gekregen, zegt zijn voorlichter. Dat klopt, want die burgemeestersbrief is er niet, zo blijkt bij navraag bij de gemeente Groningen. De voorlichter van Rehwinkel wist vanochtend ook niet of er ooit een brief komt. En in de gemeente Giessenlanden wist de afdeling communicatie niet of er een brief is gestuurd, en of burgemeester Boot daar dan haar handtekening onder zou hebben ondergezet. „Maar dat zal haast wel”, zegt een voorlichter.

Burgemeester Boot spreekt morgen met Leers over de vraag wie eigenlijk over de politie gaat bij een uitzetting. Volgens Leers gaat alleen hij over de vreemdelingenpolitie. Dat klopt, zegt de voorlichter van Boot. „Maar de burgemeester heeft de normale politie verboden om de vreemdelingenpolitie bij te staan bij de uitzetting.” Omdat die bijvoorbeeld moet worden ingezet om demonstraties tegen de uitzetting in goede banen te leiden. Op de vraag of Boot daarmee niet mogelijk zelf medeverantwoordelijk wordt voor de verstoring van de openbare orde, heeft de burgemeester geen commentaar.

Dan de kwestie-Mauro: het formele standpunt van Leers is altíjd geweest dat Mauro na zijn studievisum Nederland moest verlaten. Het studievisum bood Leers een uitweg uit de politieke problemen. Hij voorkwam daarmee een opstand binnen zijn eigen CDA-fractie, omdat er daar informeel van uit wordt gegaan dat er na dat visum wel weer een maas in de wet gevonden zou worden om Mauro te laten blijven. Maar dat werd nooit hardop gezegd.

Door te zeggen dat Mauro na zijn studie terug moet, herhaalde de minister dus slechts zijn bestaande standpunt, zegt een voorlichter van Leers. Nu zegt de voorlichter: „De suggestie dat de minister al een besluit heeft genomen over de toekomst van Mauro is onjuist. De ophef is verbazingwekkend.”

Maar minder verbazingwekkend dan de voorlichter zegt. Door de woorden die Leers koos, leek hij wel degelijk Mauro de gang van zaken na te dragen: „Mauro heeft gejokt en niet zo’n beetje ook. [...] Wie de boel belazert, kan niet blijven.” Door de journalist die deze woorden optekende in een verklaring weg te zetten als „een freelance luchtvaartverslaggever”, versterkte de minister het beeld van een verspreking die moest worden rechtgezet.

De oppositie zal de minister binnenkort hoogstwaarschijnlijk naar de Kamer roepen om uit te leggen waarom hij de zaak-Mauro zo oprakelde. Ook in dat debat wacht Leers weer de lastige taak barmhartigheid met hardvochtigheid te combineren.