Zoek het gidsfossiel

Foto's NRC Fotodienst

Straks komen we kort terug op de zonsopgang van vorige week. Er moet een vergissing worden hersteld en er kan een verklaring worden gegeven.

Maar eerst richten we ons op een nieuw klein raadsel dat al een paar weken in huis was voor het zich als raadsel openbaarde. Het gaat om een oud Duits boekje dat tussen heel veel andere oude boeken en boekjes op het Amsterdamse Waterlooplein werd gevonden. Het zijn ongesorteerde boeken die daar liggen en de boekverkopers beleven er meer plezier aan het verkopen dan aan geld verdienen. Veel van hun boeken krijg je voor een paar euro mee.

Vaak zijn de boeken zó oud dat niet zomaar meer valt vast te stellen hoe oud ze zijn. Dat moet dan worden uitgezocht en dat is een leuk karweitje. Vaste hulpmiddelen zijn de aard van het papier en de soort illustratie. De lithografie, bij voorbeeld, is karakteristiek voor het midden van de negentiende eeuw, de rasterfoto duikt pas later op. En natuurlijk leveren tekst en spelling belangrijke aanwijzingen. Tot op een jaar of tien precies is de ouderdom meestal wel te schatten, zeker als het om non-fictie gaat.

Met dit Duitse boekje ligt het anders. Het heet Kurzgefasste Naturgeschichte und Naturlehre von Anton Joseph Schnellers, zum Gebrauche der Normal-Schulen und zum zeitlichen und geistlichen Nutzen der Jugend insgemein en is uitgegeven bij Heinrich Hüls in Mülheim. Google vond een boekje met precies dezelfde naam dat geschreven was door Joseph Anton Schneller – let op de verschillen – en uitgegeven bij een totaal andere uitgever. Dat is raadsel één. Wie de ware Joseph is blijft onduidelijk, een van de twee schijnt pedagoog en universiteitshoogleraar te zijn geweest.

Het papier van het boekje is lompenpapier van een heel grove soort waaruit alleen valt af te leiden dat het voor 1830 moet zijn uitgegeven. Na 1830 is boekpapier meestal houtpapier. Meer in het oog springt natuurlijk de typografie. Er zal daar op het Waterlooplein niet eerder een boekje hebben gelegen met een zo’n chaotische typografie. Per alinea wisselt het lettertype en het lettercorps en er zit een lettertype tussen dat de Hollander niet eens ontcijferen kan. Soms verspringen type en corps binnen een alinea en nooit wordt duidelijk waarom. Was het Schnellers of Schneller die dat wou of wilde Heinrich Hüls het? Was het een pedagogisch hulpmiddel om kinderen bij de les te houden?

Een vorige eigenaar heeft met een scherp potlood op de plaats waar meestal het jaar van uitgave staat 1823 onder de naam Heinrich Hüls geschreven. Maar het staat wel vast dat boek veel eerder verscheen. Dat valt af te leiden uit de rijke natuurwetenschappelijke inhoud die de rest van het raadsel levert. Schnellers meldt zonder aarzeling en met gezag dat er maar 7 planeten zijn en het is evident dat hij de maan niet als zodanig beschouwt. Dat betekent dat hij nog niet van het bestaan van Uranus op de hoogte was. Herschel ontdekte Uranus in 1781. Rekening houdend met enige vertraging in de verspreiding van dit goede nieuws mogen we aannemen dat het boekje voor 1785 verschenen zal zijn.

Anderzijds staat vast dat boek na 1680 geschreven is want Schnellers verwijst naar dat jaar als het jaar van de erschrecklichen pestepidemie die toen in Duitsland heerste. Je kon toen bij één niesbui dood neervallen. Sindsdien is de gewoonte ontstaan om elkaar ‘Hilf dir Gott!’ toe te wensen bij het niezen.

Dit zijn de helderste grenzen: 1680 en 1785. De vraag was of er ergens in de tekst niet een gidsfossiel te vinden was dat een preciezere datering mogelijk maakte. Het antwoord: eigenlijk niet. Het merendeel van het boekje maakt een volstrekt middeleeuwse indruk, dat geldt in het bijzonder voor de beschouwingen over dieren. Er zijn drie soorten wilde dieren: grote dieren, kleine dieren en waterdieren. (Linnaeus was nog niet gelezen.) Alle stoffen op deze wereld zijn samengesteld uit vijf elementen: vuur, lucht, water, zout en aarde. (Lavoisier stond ook niet in de boekenkast.) Het noorderlicht bestaat uit vurige dampen die uit de aarde opstijgen. Er zijn maar vier soorten wind: oosten wind, zuiden wind, westen wind en noorden wind. Alle andere winden zijn tussenwinden. Het hart zuivert het bloed dat de lever heeft gekookt, maar het zijn de longen die het bloed rondpompen. Dat schrijft Schnellers nota bene ná 1680 terwijl William Harvey al in 1628 had aangetoond dat het hart de pomp was. ‘In Polen leeft de wilde oeros.’ Maar de Auerochs was daar al in 1627 uitgestorven.

Soms lijkt er verwezen te worden naar moderniteiten (de bereiding van ‘Zinnober’, kwiksulfide, uit kwik en zwavel, barometers die kwik gebruiken, Maagdenburger halve bollen, en nog zowat) maar de verworvenheden blijken steeds van ver voor 1680.

Gidsfossielen? Misschien twee opmerkingen die erop lijken. Het boekje schrijft dat de aarde vermuthlich iets afgeplat is. Dat werd al door Newton en Huygens verondersteld maar is pas in 1735 bewezen en Schnellers lijkt niet de man die zich vermoedens van anderen aantrekt. En dan is er weer de rassenkleur die dit jaar al twee keer ter sprake kwam. Schnellers meldt dat Europeanen wit, Afrikanen zwart, Amerikanen rood en Aziaten bruingeel zijn. Dit is de indeling van Linnaeus die waarschijnlijk pas in 1758 verscheen.

Lezer! Vorige week is hier genoteerd dat de hoek tussen hemelequator en horizon 28 graden was. Dat was een stomme vergissing, het moet natuurlijk 38 zijn, zijnde het verschil tussen 90 en 52, onze geografische breedte.

Wat er niet deugde aan het peperdure Suunto peilkompas is nu ook duidelijk. Het is deze week gedemonteerd en staat hier op de foto. Voor een secure aflezing moet je door een lens kijken naar een uiterst fijne schaal van 360 graden die op de zijkant van de windroos is gegraveerd. Dan is een nauwkeurigheid van een halve graad te bereiken, tenzij de windroos samen met zijn waterige bad kan schuiven binnen het plastic huis waarin de lens is vastgezet. Dan treden variaties van wel 6 graden op. Dat verklaarde alles.