'Wordt' iemand nog vader, in 1930? Dat is mogelijk, als hij het toen werd..

Misschien valt het me meer op of misschien is het echt een trend, maar in elk geval stoort het me. In steeds meer artikelen wordt in de tegenwoordige tijd geschreven over zaken die zich in het verleden afgespeeld hebben. Zinnen als: „In 1930 wordt hij vader”, of „Om 10.00 doet de politie een inval” (gisteren dus…).

Doen journalisten dit om de lezer het gevoel te geven ergens middenin te zitten?

In het geval van de reportage over de zoektocht naar de schutter in Toulouse kan ik me er nog iets bij voorstellen. Toch leest het verwarrend. Ik wil u daarom vragen om gebruik te maken van de verleden tijd voor het beschrijven van gebeurtenissen uit het verleden, ook al is dat nog zo recent.

Jessica Haisma-Langenhoff,

Leiderdorp

Dat is mogelijk, als hij het toen werd..

Hans Wammes, eindredacteur Binnenland, zegt: „Het gebruik van de (voltooid) tegenwoordige tijd gebeurt in nieuwsberichten om de actualiteit te onderstrepen. (‘Twee auto’s zijn vanochtend verongelukt. Dat zegt de politie.’) In reportages en verslagen wordt de vorm inderdaad gebruikt om de lezer ‘mee te nemen’. Het leest ‘spannender’, je bent erbij. Vergelijk: ‘Dan grijpt de politie in’ met: ‘Toen greep de politie in’.

„Ik heb niet de indruk dat het steeds vaker gebeurt. Natuurlijk moet het ook geen trucje worden. Veelvuldig gebruik maakt de krant hijgerig. Soms wil de lezer niet mee; thuisblijven met de feiten is ook waardevol.

„Wie in de tegenwoordige tijd schrijft, moet dat in elk geval juist en consequent doen. Je kunt niet in een en dezelfde alinea opeens van tijd wisselen: ‘Gisteren was er een demonstratie. De sprekers zeggen allemaal hetzelfde.’ Dat werkt vervreemdend en verwart. Wat iedereen zal storen: ‘Gisteren vertrekt hij.’ Zo’n tijdsbepaling eist uiteraard verleden tijd.”