Weezoete cokegeur is de nieuwe spruitjeslucht

In de misdaadserie Van God Los, die morgen weer begint, heeft passiemoord de voorkeur. Een psychiater levert de stoornis erbij, en coke is de witte motor.

Wilfred Takken

In een bleke, blauwe wereld dwaalt hardhorend fotomodel Kim Feenstra rond als een junkie van Mars. Ze gaat langs bij twee verschillende vriendjes: de een maakt webcamfilmpjes van haar als ze seks hebben, de ander wordt daar heel boos van. Feenstra’s vreemde schoonheid siert de eerste aflevering van Van God Los, een reeks misdaadverhalen geïnspireerd op echte strafzaken. Vreemd gecast: het model heeft geen acteerervaring, heeft een wezenloze blik en de eentonige, nasale stem van de hardhorende. Toch past ze goed in de videoclipstijl van regisseur Marc de Cloe. Feenstra heeft een Wikipedia-lemma dat leest als een dubbelaflevering van Van God Los: scooterdiefstal, in de prostitutie, steelt de bankpas van een invalide klant, vriend vermoord. Wellicht hoopte De Cloe dat haar criminele cv een beetje zal meeklinken in de beleving van de kijker.

Van God Los, vanaf morgen terug op Nederland 3, werkt het best als het getoonde voorspel van een misdaad onontkoombaar lijkt en je toch tot het laatst denkt: doe het niet! Als je voelt: het had hier in de buurt kunnen gebeuren; als je kunt meeleven met het toekomstige slachtoffer en met de dader. Sterker nog, als je tot de laatste minuten niet weet wie het zal doen, en wie er op de grond zal liggen. Wat dat betreft is de eerste aflevering atypisch: de personages zijn zulke doorgesnoven leipo’s dat het eerder verbaast dat er na vijftig minuten slechts één dood is.

„Echt gebeurd is geen excuus”, luidt de waarschuwing van Gerard Reve aan beginnende schrijvers. Toch kan het een extra laag geven aan drama. Zeker op televisie. Nederlands tv-drama verwijst tegenwoordig bij voorkeur naar het binnenlands nieuws. Echt gebeurd kan bijdragen aan de geloofwaardigheid en betrokkenheid van de kijker. Het kan een extra snaar raken; die van de maatschappelijke zorgen of van de sensatiezucht, meestal een combinatie daarvan.

True crime (tijdschriften, boeken, films, series en websites over misdaad) is al sinds de 19de eeuw een populair genre. Het hoort bij de opkomst van het sloppenproletariaat en de fascinatie voor hun helse leven van de op veilige afstand begane middenklasse. In Cold Blood van Truman Capote uit 1966 maakte het genre salonfähig. Hedendaags ijkpunt in Nederland is het boek De ontvoering van Alfred Heineken (1987) van Peter R. de Vries. Maarten Treurniet maakte vorig jaar een speelfilm over die zaak. True crime rendeert vooral als het sensationele, schokkende zaken betreft, maar de sociaal-realistische variant geniet meer artistieke waardering: psychologische biografieën van onderklassers rond ‘alledaagse’ misdaad. Daartoe behoort Van God Los.

De serie is geen true crime in de strikte betekenis, maar fictie geïnspireerd op echte misdaad. Crime faction. Bedenker Pieter Kuijpers maakte eerder films over geruchtmakende zaken: Offscreen (gijzeling Rembrandttoren), Dennis P. (diamantrover), TBS (ontsnapte tbs’er) en Van God Los (Bende van Venlo). Die laatste film bracht Kuijpers op het idee van de gelijknamige tv-serie: iedere week een andere moordzaak, gefilmd door wisselende regisseurs, een mooie mix van jong talent en gevestigde namen. Dit jaar neemt regisseur David Lammers de creatieve leiding over.

‘En nooit, neen nooit gebeurt een mooie passiemoord”, verzuchtte dichter J. Slauerhoff in de jaren dertig. Ook daarin is Nederland veranderd. Deze nieuwe reeks bevat weer veel passiemoorden, het beste soort moorden voor psychologisch drama. En het beste soort om vrouwenrollen in de serie te krijgen. Lammers: „Voor de mix is het goed dat er ook wat vrouwelijke moordenaars tussenzitten, maar die zijn moeilijk te vinden. Meestal zijn vrouwen de ophitsers, de man haalt doorgaans de trekker over.” Verder houdt de serie van huiselijke moorden, die waarbij de daders en slachtoffers elkaar kennen, vrienden, geliefden of familie zijn.

Volgens Lammers, die zelf ook een aflevering regisseerde en meeschreef aan twee scripts, bestond zijn coördinerende werk niet zozeer uit het bewaken van de eenheid, alswel uit het bewaken van de verscheidenheid: de verschillen in delicten, in locatie, milieu, meisjes en jongens. Lammers: „Het is zo’n sterk format dat de regisseurs en schrijvers daarbinnen grote vrijheid hebben. Iedere aflevering begint met een flash forward. Dan de titels, schets van de personages, etcetera. Het eindigt met een gewelddadige climax, waarna je nog even met de daders meegaat. Daarna een korte tekst met de uitspraak van de rechtbank. Dan word je weer even teruggebracht naar de nuchtere werkelijkheid.”

Lammers schetst een gedegen werkmethode. Regisseur en schrijvers lezen de rechtbankdossiers. Dan komt forensisch psychiater Hjalmar van Marle erbij, voorheen directeur van de Van Mesdagkliniek en het Pieter Baancentrum, om de psychologische profielen van de daders te leveren. Lammers: „Van Marle is perfect als adviseur. Als het moet, kan hij ook Shakespeare erbij halen.” Volgens Lammers hebben vele moordenaars een psychische stoornis. Hij waakt erover dat de verschillende stoornissen over de afleveringen zijn verdeeld, en dat de personages handelen in lijn met hun afwijking. Hij waakt echter ook voor te veel psychologiseren. „Mensen doen ook vaak onverwachte, onverklaarbare dingen.”

Van Marle leerde Lammers de modieuze theorie dat het menselijk brein uit drie delen bestaat: het reptielenbrein (reflexen), het zoogdierenbrein (driften) en het mensenbrein (ratio). Dat laatste hersendeel gebruiken de personages in Van God Los vooral om het zoogdierendeel te dienen: ze leven voor instant bevrediging van hun lusten en driften. „Het is dierlijk gedrag, maar het is de wisselwerking met de ratio die ervoor zorgt dat het zo uit de hand loopt.”

Lammers werd er wel somber van, al die moorden: „Mijn middenklasse mensbeeld, dat de mens zich laat leiden door de rede, hield geen stand. Ik ben conservatiever geworden, kritischer over de genotscultuur van porno en drugs.” Lammers: „Vaak zie je dat er voorafgaand aan een delict, drugs aan te pas komen. Van Marle noemde dat: spruitjeslucht.” Zoals in Reve’s De avonden de burgers rond de pan met aardappelen zitten, zo zitten veel hedendaagse Nederlanders rond een spiegel met coke.

Van God LosVanaf zondag, tien delenNed. 3, 20.20-21.10 uur.