Waarin Rutte vooral niet moet snijden

De coalitie breekt zich in het Catshuis het hoofd over de miljardenbezuinigingen die de overheidsfinanciën op orde moeten brengen. De oppositie waarschuwt voor ‘kapot bezuinigen’ van de Nederlandse economie. NRC Handelsblad vroeg vijftien economen wat de slechtst denkbare oplossingen zijn om de tekorten te verkleinen.

Illustratie Pepijn Barnard

De állerdomste maatregel? Sweder van Wijnbergen hoeft niet lang na te denken. „Verhoging van de BTW.” De hoogleraar: „De looneisen gaan omhoog, arbeid wordt duurder en dat verslechtert onze concurrentiepositie. Bovendien gaat de consumptie naar beneden.”

Van Wijnbergen is een van de vijftien economen aan wie NRC Handelsblad de vraag voorlegde: wat is de beste manier om de economie ‘kapot te bezuinigen?’

De vraag werd actueel nog voordat VVD, CDA en PVV bij elkaar waren gekomen in Catshuis in Den Haag. Eind februari waarschuwde Coen Teulings, directeur van het Centraal Plan Bureau dat bezuinigingen op dit moment de recessie alleen maar zouden aanwakkeren. Teulings betoog werd prompt overgenomen door linkse partijen in de Tweede Kamer, bij wie ‘kapot bezuinigen’ al snel een staande uitdrukking werd. Maar ook ‘rechts’ maakte zich zorgen. Bernard Wientjes, aanvoerder van de werkgeversvereniging VNO-NCW, waarschuwde voor een verdere ondermijning van het consumentenvertrouwen: „het slechtst denkbare scenario”.

Kunnen ingrepen in de begroting de economie echt om zeep helpen? Wat zijn de slechtste maatregelen die het kabinet zou kunnen nemen?

Economen vonden het een prikkelende vraag – al schakelden velen onwillekeurig over naar de óplossingen voor de problemen. Economie, zo bleek nog maar eens, is geen ‘harde’ wetenschap. De rondgang leverde heel verschillende analyses op. Maar uit de reacties valt een top-vijf aan maatregelen af te leiden die volgens economen de meeste schade opleveren (zie inzet). Verder vinden bijna alle economen dat er grondige hervormingen nodig zijn in de zorg, rond de pensioenleeftijd en op de arbeids- en woningmarkt. Ook waarschuwt iedereen voor ‘de kaasschaaf’, en voor maatregelen op de korte termijn.

„We hadden het dak moeten repareren toen de zon scheen”, zegt Barbara Baarsma, directeur van onderzoeksinstituut SEO in Amsterdam. Bezuinigen doe je liefst tegen de economische cyclus in, als het goed gaat. Bezuinigen in een recessie maakt de zaak alleen maar erger. Economen spreken van de zogeheten ‘uitverdieneffecten’. Als de overheid minder geld uitgeeft, krimpt de Nederlandse economie en ontvangt de overheid minder inkomsten uit belastingen.

Maar het terugschroeven van de overheidsuitgaven heeft ook andere gevolgen. Uitkeringen zorgen er in de regel voor dat het inkomen van mensen die hun baan hebben verloren, enigszins op peil blijft. Daardoor lopen de consumentenbestedingen minder hard terug.

Minder economische groei betekent ook minder winst en minder inkomsten en dat leidt weer tot een relatieve verlaging van de belastingdruk. Deze ‘automatische stabilisatoren’ hebben een dempend effect op de recessie. „Maar als je de uitkeringen flink zou verlagen en de belastingen flink zou optrekken, dan vernietig je hun heilzame werking”, schrijft SEO-onderzoeker Jules Theeuwes in een e-mail. „Dat begint toch al erg op kapot bezuinigen te lijken.”

Ook andere economen zijn beducht voor mogelijke inkomenseffecten. „Kapot bezuinigen betekent dat je de vraag of het aanbod in de Nederlandse economie zoveel schaadt, dat de maatregel nauwelijks geld oplevert voor de overheid”, zegt Lans Bovenberg, hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg.

Maar bezuinigen zonder negatieve effecten voor de economie is praktisch niet mogelijk. „Eigenlijk kun je alleen op ontwikkelingssamenwerking en defensie bezuinigen zonder dat dat doorwerkt in de economie”, zegt Ivo Arnold, hoogleraar in Rotterdam.

Dat neemt niet weg dat er ‘slimme’ en ‘domme’ bezuinigen zijn. De economen zijn het er allemaal over eens dat het kabinet een aantal fundamentele hervormingen moet doorvoeren. Het verlanglijstje is bekend: zorg, pensioenleeftijd, ontslagrecht, hypotheekrenteaftrek. Als het kabinet op deze punten maatregelen neemt, zoals veel economen hopen, zou de Nederlandse economie sterker uit de crisis kunnen komen.

Maar op korte termijn leveren zulke hervormingen te weinig op. Daarom zal het kabinet toch gedwongen zijn tot een aantal kortetermijnmaatregelen. Economen zijn hier bijna zonder uitzondering negatief over. „Op korte termijn veel geld ophalen leidt vaak tot relatief lompe kaasschaafachtige bezuinigingen, die de bestedingen aantasten”, zegt Marcel Canoy, hoogleraar in Tilburg.

Loonmaatregelen – een nullijn voor ambtenaren bijvoorbeeld – scoren ook hoog op de lijst van ‘domme’ bezuinigingen. Maar economen verschillen van mening over de vraag bij welke inkomensgroepen de pijn dan wél zou moeten worden gelegd. Harrie Verbon van de Universiteit Tilburg vindt dat de lagere inkomens moeten worden ontzien. „Het is evident dat mensen met lage inkomsten met elkaar veel meer uitgeven dan de hoge inkomens.” Hoogleraar overheidsfinanciën Bas Jacobs geeft een ander argument: „Hogere inkomens kunnen nog buffers aanspreken en vermogen. Bij lagere inkomens leiden minder inkomsten direct tot minder consumptie”. Ivo Arnold ziet dat anders: „Het klinkt een beetje cru, maar het verlagen van de bijstand is veel minder schadelijk dan het ontslaan van ambtenaren”.

Hard ingrijpen kan overigens ook een heilzaam effect hebben, zegt Flip de Kam. Volgens de emeritus hoogleraar houden veel economen te weinig rekening met het consumentenvertrouwen en het sentiment op de financiële markten. Als Nederland ‘het huishoudboekje op orde’ heeft, gaan burgers weer geld uitgeven, hoopt De Kam.

Maar daarvoor is het wel essentieel dat het kabinet snel duidelijkheid verschaft over een aantal fundamentele hervormingen. Volgens Dick Sluimers, topman van de pensioenreus APG (300 miljard aan beleggingen) is de knagende onzekerheid de bijl aan de wortel van de Nederlandse economie. Nederlanders hebben 2.100 miljard zitten in huizen, pensioenen en spaargeld. Maar over „over ruim driekwart van dat bedrag woedt al tijden een politieke discussie. Dat maakt mensen kopschuw, en zorgt ervoor dat ze minder gaan besteden. Daarom doet onze economie het slechter dan Duitsland”.

Één lichtpuntje: volgens Van Wijnbergen kán het kabinet een kleine, export gedreven economie als de Nederlandse helemaal niet kapot bezuinigen. Nederland dobbert nu eenmaal mee op de golven van de internationale conjunctuur. „Het buitenland”, zegt Van Wijnbergen, „is dus eigenlijk veel belangrijker dan wat er in het Catshuis gebeurt.”