Uitlachen of bangmaken?

Gisteren oordeelde de Reclame Code Commissie over het omstreden televisiespotje van de FNV, waarin bezorgde werkende gehandicapten (‘ik zit binnenkort thuis’) worden afgewisseld met een hard lachende Mark Rutte. Het spotje zou in strijd zijn met de goede smaak en het fatsoen. Vooral de suggestie dat Rutte lacht om zielige mensen gaat de klagers te ver. Maar dat was voor de commissie geen reden om het spotje te verbieden.

Die lachende Rutte lijkt me het probleem niet. Een premier moet tegen een stootje kunnen. Bovendien begrijpt iedereen dat hij niet écht lacht om de mensen uit het spotje.

Het woord fatsoen is te veranderlijk en te subjectief om een Commissie mee lastig te vallen. Neem een – door velen als schokkend ervaren – spotje van de SP uit 2008 over marktwerking in de thuiszorg (de FNV heeft duidelijk de kunst afgekeken). Daarin kleedde een 88-jarige actrice zich volledig uit. Boodschap: de thuiszorg wordt zo onpersoonlijk dat ik me net zo goed voor heel Nederland kan uitkleden. Ook toen viel de term ‘onfatsoenlijk’. Uiteindelijk won het spotje de Gouden Loeki voor reclame van het jaar.

De FNV is er heilig van overtuigd dat de bezuinigingen van het kabinet-Rutte op de sociale zekerheid groot onrecht veroorzaken. De vakbond zet het stijlmiddel hyperbool in om een punt te maken bij een breed publiek. FNV-voorzitter Agnes Jongerius bekende dat ze moest slikken toen ze het spotje voor het eerst zag, maar het doel (onrecht voorkomen) heiligt de middelen (de lach van Mark Rutte misbruiken).

Tot zover geen bezwaar.

Toch is het spotje dubieus. Waarom? Omdat de FNV de kwetsbare mensen, voor wie de bond wil opkomen, onnodig bang maakt. Oppositiepartijen PvdA en SP doen daaraan mee. Telkens suggereren deze drie namelijk dat een groot deel van de 100.000 mensen die nu een sociale werkplek hebben hun baan kwijtraken door de bezuinigingen van het kabinet.

Een paar uitspraken op een rij. Jongerius: „Het kabinet laat mensen met de meest kwetsbare positie hun baan verliezen. Er komen 70.000 arbeidsplaatsen te vervallen.” Het FNV-spotje: „Het kabinet wil massaal banen schrappen bij sociale werkplaatsen.” Diederik Samsom, PvdA: „Morgen sta ik op het Malieveld met mensen die in de sociale werkplaats werken en nu hun baan dreigen te verliezen.” Emile Roemer, SP: „ Door de bezuinigingen zullen tienduizenden mensen hun werk verliezen en in de bijstand terechtkomen.”

Dat mensen in sociale werkplaatsen inderdaad vrezen voor hun baan bleek vorige week tijdens die demonstratie op het Malieveld. Sociale werkplaatsen zelf moeten inmiddels de zorgen sussen.

De angst is onterecht. Alle mensen met een vaste aanstelling behouden hun baan. Wat er verandert, is dat minder nieuwe mensen in aanmerking komen voor de sociale werkplaats. Er gaan dus geen mensen uit, er komen er minder in. Over 35 jaar zal daardoor het aantal werkplekken gekrompen zijn van 100.000 naar 30.000. In de tussentijd gaan de huidige werknemers met pensioen. Werknemers met tijdelijke contracten kunnen wel hun baan verliezen. Niemand weet hoeveel dat er zijn, maar het is vast een fractie van 70.000.

Waar de drie mensen in het spotje precies bang voor zijn, is onduidelijk. Navraag bij de FNV leert dat de drie niet meer in de publiciteit willen. Als je begaan bent met kwetsbaar Nederland zou je de onterechte angst direct weg willen nemen. Het betreft hier immers ook verstandelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten. Hup, toeter voor de mond op het Malieveld en schreeuwen: „Mensen, jullie raken je baan niet kwijt. Het gaat ons om nieuwe gevallen. We zijn bang dat zij hun leven in de bijstand moeten slijten.”

Nu blijft het nare gevoel hangen dat de FNV niet alleen de lach van Mark Rutte misbruikt, maar ook gehandicapten.

Marike Stellinga

Dit is de eerste column van Marike Stellinga die voortaan elke zaterdag verschijnt. De columns van Maarten Schinkel en Menno Tamminga staan van maandag tot en met vrijdag in de krant.